21.3.10

Christiaan Weijts. Via Cappello 23. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2009 (2008)

Christiaan Weijts. Via Cappello 23

Een oio bij Kunstgeschiedenis in Leiden legt het aan met een eerstejaars met kunstzinnige ambities. Ze maken amateurpornofilmpjes die door een jaloers vriendje van de eerstejaars op het internet worden gezet. Een journalist belandt tijdens een opdracht in Venetië in bed bij een medewerkster van een kunstzinnig reisbureau, en brengt daarover een boekje uit. Er is geen privé-leven meer in de wereld van Via Cappello.

Christiaan Weijts is een interessante schrijver, door de manier waarop hij een (een beetje) spannend verhaal weet te doorspekken met allerlei verbazingwekkende theorieën. In zijn eerste roman Art. 285b ging dat bijvoorbeeld over Scarlatti, in dit geval ontvouwt hij onder meer de gedachte dat als je alle schilderijen met een model uit de geschiedenis achter elkaar krijgt, je de ontwikkeling ziet van een amateurpornofilm: in de eerste beelden van enkele honderden jaren geleden zie je een verlegen vrouw, die zich gaandeweg uitkleedt, haar verlegenheid verliest en uiteindelijk bij Degas schaamteloos masturbeert. (Hoe we de ontwikkelingen naar abstractie sinds Degas moeten zien, wordt in deze theorie niet uitgelegd.)

Eergisteren las ik Joost Zwagermans Duel, gisteren las ik deze roman. Er zijn een paar merkwaardige overeenkomsten. Dat geldt voor de beschouwingen over kunst en ook wordt in allebei de boeken een kunstwerk over de grens gesmokkeld (bij Zwagerman door de rechtmatige eigenaar, bij Weijts een uit een museum gestolen kunstwerkje). Ook Weijts is misschien net als Zwagerman uiteindelijk meer een essayist dan een romanschrijver (het is jammer dat we in een tijd leven dat de roman het meeste prestige heeft en mensen met andere talenten soms de verkeerde hoek in drukt). Ook zijn ideeën over de Via Cappello 23, waar werkelijke bestaande geliefden hun namen op de muur schrijven omdat de gefantaseerde Romeo en Julia er wonen, zijn buitengewoon aanstekelijk.

Geen opmerkingen: