Doorgaan naar hoofdcontent

Yann Martel. Beatrice and Virgil. London: Spiegel &: Grau, 2010.

Yann Martel. Beatrice and Virgil Hoe beschrijf je een peer voor iemand die nog nooit een peer gezien, geroken of geproefd heeft? Hoe moeten een aapje en een ezel praten over de verschrikkingen van dood en verderf? Als je jezelf zou kunnen redden door frisse lucht in te ademen door op het hoofdje van je dode dochter te gaan staan? Dat zijn enkele van de vragen die gesteld worden in Yann Martels nieuwe roman Beatrice and Virgil.

Beatrice and Virgil gaat over een schrijver die ooit een succesvolle roman heeft geschreven en nu mislukt is in een project dat zou moeten gaan over de Holocaust. Volgens die schrijver, Henry, moet die verschrikkelijke gebeurtenis meer verwerkt worden in fictie. Het pure feitelijke verhaal is inmiddels verteld. Schrijvers hebben de taak om het steeds opnieuw nieuw leven in te blazen, met fictie. Henry's boek hierover mislukt echter (het wordt door de redacteuren net zo afgemaakt als Beatrice and Virgil zelf door de recensenten), en Henry begint een nieuw leven in een andere stad. Daar komt hij in contact met een preparateur van opgezette dieren, die een absurdistisch toneelstuk heeft geschreven over het aapje Virgil en de ezel Beatrice, die eindeloos proberen woorden te vinden voor de verschrikkingen die hen zijn overkomen.

Deze roman heeft onder de recensenten en boekbloggers een storm van aggressie en woede en minachting doen opgaan (zie bijvoorbeeld hier en hier). Beatrice and Virgil zou volkomen mislukt zijn, een klein ideetje uitgesmeerd over toch nog te veel pagina's, een krachteloos boek vol overbodigs dat bovendien de Holocaust trivialiseert door het te laten vertellen door een aapje en een ezel.

En misschien is Beatrice and Virgil inderdaad een mislukt boek, er gebeuren een aantal dingen in die moeilijk te plaatsen zijn (uitvoerig wordt bijvoorbeeld beschreven hoe Henry een bijbaantje zoekt in een chocoladewinkel) en ook allerlei literaire verwijzingen lijken nogal gratuit - alleen al die van Beatrice en Virgil, want voor zover ik kan zien speelt Dante verder nauwelijks een rol.

Toch vind ik die storm onterecht. En dat niet alleen omdat die Martel me zo'n sympathieke persoon lijkt, bijvoorbeeld vanwege zijn website What is Stephen Harper Reading: iedere twee weken stuurt hij de Canadese premier (iemand met een charme die ongeveer het midden houdt tussen die van Balkenende en die van Wilders) een mooi boek met een aanbeveling. Ook Beatrice and Virgil zelf lijkt me in ieder geval geschreven uit edele en soortgelijke motieven: Martel gelooft hartstochtelijk in het belang van verhalen – ook Life of Pi ging daar natuurlijk over. Dit verhaal probeert het uiterste wat van een verhaal verlangd kan worden – de Holocaust op een nieuwe manier te vangen – en als het mislukt, mislukt het in glorie. Of het mislukt is, moeten we bovendien nog maar even afwachten: dit boek is misschien te vreemd, te nieuw, om onmiddellijk te kunnen plaatsen.

Bovendien zijn sommige passages ronduit prachtig: de poging tot een beschrijving van een peer, bijvoorbeeld, hoe raar dat ook klinkt. Of het essay over het prepareren van dieren dat ergens in het midden is opgenomen. Maar vooral de lijst met gruwelijke raadsels - waarover dat van het hoofdje van je dochter - aan het eind, dat is nauwelijks nog fictie, maar het brengt de gruwelen wel degelijk weer even dichterbij.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …