Doorgaan naar hoofdcontent

Ahmed Marcouch. Mijn Hollandse droom. Amsterdam: Contact, 2010.

Ahmed Marcouch. Mijn Hollandse droom. "Mijn vader", schrijft Ahmed Marcouch, sinds juni Tweede Kamerlid voor de PvdA, "verliet als dertiger te voet zijn huis in het dorpje aan de Marokkaanse kust en liet zijn vrouw en kinderen achter." En hij vervolgt:

Op mij is niet van toepassing: 's avonds nog krantenjongen en de volgende ochtend miljonair. Die Amerikaanse droom is niet op mij van toepassing. Ik heb een betere droom: een echt gebeurde, mijn Hollandse droom: van krantenjongen tot maatschappelijk actieve politicus, na jaren stapje voor stapje vooruitkomen. Kansen zien en pakken, onderwijs stapelen, hard werken, geen genoegen nemen met middelmatigheid.

Dat citaat, daar zit alles in wat je over Mijn Hollandse droom kunt zeggen. In de eerste plaats is er de, al dan niet bewuste parallel met Barack Obama: dit boek lijkt (waarschijnlijk) op Dreams of My Father en (zeker) op The Audacity of Hope, het vormt daar als het ware de Nederlandse pendant van: een zoon van een 'kansloze' immigrant die door hard ploeteren opklimt tot een hoog politiek ambt.

Marcouch zet zich in deze passage ook expliciet af tegen de Amerikaanse droom, maar volgens mij begrijpt hij die droom niet helemaal. Althans, ik denk niet dat het een onderdeel van de Amerikaanse droom is dat je zomaar van de ene dag op de andere miljonair wordt. Ook daar hoort hard werken en stapje voor stapje vooruitkomen erbij. Wel is het inderdaad de bedoeling dat je steenrijk wordt en niet zozeer dat je de politiek ingaat, en dat lijkt me dan ook het belangrijkste verschil tussen Marcouch' droom en de Amerikaanse - een sympathiek verschil.

Marcouch komt uit dit boek toch al naar voren als een sympathieke persoon - iemand die vindt dat je problemen oplost door hard te werken. Hij vertelt hoe hij op de politieschool de leraren tot wanhoop dreef door veel te veel tijd aan zijn huiswerk te besteden: meer dan drie uur per dag.

Dat soort mensen stelen mijn hart, die mentaliteit zouden veel meer mensen moeten hebben, en niet alleen immigranten trouwens. Onze samenleving heeft behoefte aan respect voor kennis en werken, vooral voor werk dat je doet voor de publieke zaak en niet per se voor persoonlijk gewin.

Of Marcouch een even groot politicus zal zijn als Obama, moet nog blijken. Naar mijn smaak gaat het in dit boek vooralsnog wel heel exclusief om de problemen van de Marokkaanse gemeenschap. Die problemen zijn vast heel groot, en Marcouch weet er inzichtelijk over te schrijven, maar ik vind het jammer dat niet duidelijker wordt dat Nederland wel iets groter is dan Slotervaart.

Toch heb ik veel geleerd. Zo weet ik nu eindelijk waarom Marokkanen zulke vreselijk zoete thee serveren aan de visite. Suiker is een teken van rijkdom, thee zonder suiker is voor de armen, en voor je gasten wil je alleen het allerbeste: mierzoete thee.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …