Doorgaan naar hoofdcontent

Willem Elsschot. Kaas. Amsterdam: Athenaeum -Polak & Van Gennep, 2008 (1933).

Willem Elsschot. Kaas Arnon Grunberg pakt nogal uit in zijn lof op Kaas aan het einde: een ware tragedie noemt hij deze novelle, die te vergelijken zou zijn met Dostojewski, ook al heeft de hoofdpersoon geen dostojewskiaanse neigingen om iedereen dood te steken of schuimbekkend over de grond te rollen. (Die hoofdpersoon, Laarmans, went overigens voor zijn werkgever wel voor om de zenuwen te hebben om zo een paar maanden vrijaf te krijgen om aan zijn experiment te beginnen; daar wijst Grunberg niet op, maar je zou het als een zeer milde vorm van dostojewskianisme kunnen zien.)

Aan het eind van zijn essay, dat achterin mijn uitgave van Kaas is opgenomen, zegt Grunberg zelfs dat hij vermoedt dat die Laarmans in het boek weliswaar kaas verkoopt (volvette Edammer), maar dat dit net zo goed vrouwenvlees zou kunnen zijn. Waar hij (Grunberg) dat vrouwenvlees vandaan haalt, zegt hij er niet bij.

Ik zie in Kaas toch niet veel meer dan een novelle over iemand die op middelbare leeftijd het idee in zijn hoofd krijgt volvette Edammers te gaan verkopen, maar vervolgens zozeer bezig is met het treffen van de voorbereidingen -- hij steekt meer tijd in het kopen van een bureau dan in het verkopen van die kazen -- dat hij uiteindelijk de moed maar opgeeft. Het is vlot en modern en leesbaar opgeschreven, dat is allemaal waar.

Misschien is een teken van de peilloze oppervlakkigheid waaraan ik lijd. Als ik niet had geweten dat Kaas een meesterwerk was (en als ik Lijmen/Het been niet prachtig had gevonden) had ik vast ook plezier gehad aan Kaas. Maar dat het voor sommige lezers een grote tragedie zou herbergen, had ik niet gezien.

Het mooiste vind ik misschien nog wel de onnadrukkelijke aandacht die er uitgaat naar de familie: het gemis van het zojuist overleden moedertje, bijvoorbeeld, en de liefdevolle manier waarop Laarmans vertelt over het gekibbel van zijn eigen kinderen. Het boek eindigt met de zinnen "Brave, beste kinderen. Lieve, lieve vrouw." Je zou dat kunnen lezen als bijzonder wrang cynisme, maar ik geloof dat ik het als de boodschap zie. Al dat gedoe om iets of iemand te worden in de wereld - uiteindelijk moet je het hebben van je naasten.

(Zie Koen van weblog Quis leget haec voor een andere mening.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …