Doorgaan naar hoofdcontent

William Shakespeare. Antony and Cleopatra. London: BBC, 1980 (1603)

William Shakespeare. Antony and Cleopatra Ik weet dat er heel veel theorieën, wilde theorieën, zijn over de herkomst van Shakespeare. Ik weet niet of ooit ook weleens is voorgesteld dat hij eigenlijk een buitenlander was. Terwijl dat toch voor de hand ligt. In veel van zijn stukken speelt een buitenlander of iemand die uit het buitenland speelt een rol - Jago, Caliban, Hamlet die uit Wittemberg komt, en natuurlijk alle koningsdrama's waarin tussen Engeland en Frankrijk heen en weer wordt gereisd. Shylock is ook van exotische origine, de Montagues en de Capulets wonen weliswaar in dezelfde stad, maar zijn elkaar toch ook vreemd. En hier hebben we dan Cleopatra, de Egyptische koningin (ze wordt door anderen vaak 'Egypt' genoemd) en Antony, de man die heen en weer geslingerd wordt door de liefde die Egypte hem biedt en de koele politiek van Rome.

Ik heb onlangs een biografie van Augustus gelezen waarvan de auteur zich, net als Shakespeare, vooral op Plutarchus heeft verlaten waar het deze geschiedenis betrof. Het verhaal zat dus al in mijn hoofd. Shakespeare voegt er wat mij betreft vooral een beschouwing aan toe over de moeilijkheden van het mutlicultureel samenzijn. Antony houdt weliswaar veel van Cleopatra, en komt haar achterna als ze weg lijkt te vluchten, maar uiteindelijk vertrouwt hij haar net niet genoeg. Wanneer hij aangevallen wordt door zijn eigen landgenoten is hij te bang dat zijn nieuwe medelanders hem in de steek zullen laten en daardoor verliest hij alles.

Wat wist een Engelsman in Shakespeares tijd van multicultureel samenleven? Was die Shakespeare zelf niet eigenlijk stiekem een Turk, die zijn stukken door een blank acteur liet uitgeven? Ik opper het maar!

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …