Doorgaan naar hoofdcontent

Joshua Foer. Moonwalking with Einstein. The Art and Science of Remembering Everything. New York: The Penguin Press, 2011.

Zou Joshua Foer het boek Word Freak van Stefan Fatsis gelezen hebben? Ik wel (in 2002, toen ik nog niet van alle boeken die ik las verslag uitbracht) en Moonwalking with Einstein deed me er onweerstaanbaar aan denken. In Word Freak vertelt de sportjournalist Fatsis hoe hij een keer voor een artikel bij een Amerikaans kampioenschap Scrabble gaat kijken, wat een wonderlijke figuren er rondlopen, en hoe hij na veel trainen uiteindelijk zelf aan een competitie deelneemt. Het boek was een groot succes, ook bij mij, en werd uiteindelijk verfilmd.

In Moonwalking with Einstein doet Foer verslag voor een tijdschrift over het Amerikaanse kampioenschap Memory Sport - waarbij mensen onder andere de volgorde van een spel kaarten in een halve minuut uit hun hoofd leren -, vertelt wat een curieuze figuren er in die wereld rondlopen, en hoe hij zelf uiteindelijk aan een competitie deelneemt, en wint.

Foers boek is heel goed geschreven en in sommige opzichten misschien interessanter dan dat van Fatsis, omdat er over het geheugen meer te vertellen valt dan over Scrabble - hij bezoekt bijvoorbeeld ook EP, een man die in een permanent nu leeft omdat hij geen enkele herinnering meer aanmaakt, of de man die model stond voor Rain Man en naar eigen zeggen negenduizend boeken uit zijn hoofd geleerd had. Bovendien zijn er interessante historische beschouwingen over de almaar afnemende rol van het menselijk geheugen in een tijd waarin bijvoorbeeld het internet de rol speelt van een gigantisch extern geheugen.

Toch voelt er iets niet goed aan Foers boek. Misschien is het de bizarre beschouwing waarin hij de 'savant' Daniel Tammett probeert te 'ontmaskeren' (die jongen heeft helemaal niet zo'n fenomenaal natuurlijk geheugen, hij heeft het gewoon getraind, net als Foer). Maar er is iets vals aan het boek: waarom heeft hij er zolang over gedaan om dit te schrijven? Kende hij Fatsis echt niet (het kampioenschap waaraan Foer deelnam was in 2005, slechts een paar jaar na Word Freak), of waarom zegt hij er anders niet over? En vooral, waarom vertelt hij wel dat hij enorm gaat trainen, maar doet hij net alsof dit een soort hobby was? Je kunt nauwelijks geloven dat hij niet op het bepaald moment op het idee kwam om een boek, dit boek, te schrijven - zijn broers zijn allebei journalist en schrijver - maar waarom zegt hij er dan niets over?

Een ander boek waaraan Moonwalking me deed denken was The Year of Living Biblically van A.J. Jacobs (2007), over iemand die dan weer een jaarlang alle regels van de bijbel gaat opvolgen. Jacobs heeft ook een boek geschreven waarin hij vertelt hoe hij de hele Encyclopedia Brittanica ging lezen (of iets dergelijks). Er is dus inmiddels in ieder geval in Amerika een heel genre van nonfictie-boeken over mensen die een jaar lang heel intensief iets heel bizars doen. Foers boek is daar een nieuwe loot van, maar misschien wat teveel op het succes geschreven. Ik kan me niet onttrekken aan de indruk dat hij alleen maar zoveel heeft zitten trainen omdat hij daar een boek over wilde schrijven. En dan had ik liever over díé gekte - waarom is iemand in staat om zoiets raars te doen voor een boek - willen lezen.

Reacties

ton ijlstra zei…
vreemde recensie, heb het boek net pas gelezen. Je recenseert eigenlijk een boek dat je liever had gezien dan het voorliggende boek! Uitgangspunt voor de recensent is dat hij het boek recenseert dat voor hem ligt, en niet een niet geschreven boek. En dan nog ... wat is er zo erg aan het willen verdienen aan het schrijven van een boek? Ik vond het zeer boeiend. Het appelleert een fenomeen dat we allemaal kennen nl. de vluchtigheid van opgenomen informatie. In die zin is het meer een journalistiek verslag dan een literair boek.
Beste Ton IJlstra, Grappig genoeg doe je wat je mij verwijt: je neemt het me kwalijk dat ik niet heb geschreven wat jij wilde lezen, namelijk een recensie die zo niet positief dan toch opbouwend was. Maar ik doe op mijn eigen weblog wat ik wil, dus als ik het liever heb over een niet dan over een wel geschreven boek, neem ik die vrijheid.
Overigens is in de weken sinds ik Moonwalking las, mijn mening alleen maar negatiever geworden. Het is volgens mij een illustratie van wat er mis is met veel journalistiek: een overtrokken belangstelling voor een extreme vorm van menselijk gedrag, met andere woorden: sensatiezucht. Er is niets met het willen verdienen aan het schrijven van een boek; wel aan onwaarachtigheid. Daar koopt de lezer niks voor, dat heeft hij thuis ook.
Wat overigens niet wil zeggen dat ik jou het plezier met dat boek niet gun. Jij kijkt vast heel anders tegen de wereld aan dan ik, het kan dan gebeuren dat de een een boek prachtig vind terwijl de ander liever iets anders had gelezen.

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …