Doorgaan naar hoofdcontent

Neil Gaiman. American Gods. Headline, 2001

Neil Gaiman. American Gods Je moet alles in je leven een keer geprobeerd hebben? Neil Gaiman is een van de succesvolste auteurs in het fantasy genre; moet je ooit weleens een boek van Neil Gaiman gelezen hebben?

Laat ik het proberen, dacht ik. American Gods vertelt het verhaal van een Amerikaan, Shadow, die net uit de gevangenis is vrijgelaten en in aanraking komt met een groep goden, onder aanvoering van Wodan. Die goden zijn ooit meegekomen met de immigranten naar Amerika, maar inmiddels vrijwel vergeten. Inmiddels zijn er andere goden opgestaan, goden van de televisie, of het geld, of de auto. De oude en de nieuwe goden strijden een modern episch gevecht.

Waar ligt het aan dat ik zo geworsteld heb met American Gods? Niet met het gegeven, denk ik. Het is een beetje flauw, het ligt er een beetje dik bovenop (maar dit was dan ook een samenvatting in enkele regels van een pocketbook van ruim 600 bladzijden), het is geen thematiek die mij diep in mijn ziel raakt, ik hou niet zo van sprookjes, maar aan de andere kant: ik heb ook boeken met goden erin gelezen die me wél bevielen. Zoiets geldt ook voor de stijl: die is niet meeslepend, maar stuit me ook niet speciaal tegen de borst. Men komt in de dialogen niet altijd erg snel ter zake, maar daarom kun je het boek ook sneller lezen.

Waar ligt het dan toch aan? Ik denk in de eerste plaats aan een totaal gebrek aan humor: aan ironie bijvoorbeeld. De vrouw van Shadow is bij een auto-ongeluk om het leven gekomen. Dat is op zich geen aanleiding voor onstuitbare lachpartijen, maar na haar dood komt zij hem nog een aantal keer opzoeken. Shadow heeft een gouden munt in haar graf gegooid die haar weer tot leven brengt, en zij houdt nog steeds van haar man, ook al kreeg ze het auto-ongeluk doordat ze bezig was een andere man oraal te bevredigen. Nu beschermt ze Shadow en slaat bijvoorbeeld zijn bewakers ongenadig dood. Aan haar hakken kleeft nog de modder van het graf.

Dat zijn situaties die ik moeilijk met droge ogen lezen kan. Als het grappig was, zou ik er makkelijk mee kunnen leven. Of grappig is misschien niet eens het woord: ik eis niet het recht op om kunnen schateren. Ik zou vooral graag zien dat de schrijver enthousiasme toont voor het feit dat hij nu alles kan bedenken wat hij maar wil. Eigenlijk wil ik als lezer niet alleen gelaten worden met zo'n zombie, ik wil geloof ik de schrijver er in dit geval een beetje doorheen zien schemeren. Maar dat gebeurt niet. In plaats daarvan neemt hij zijn verhaal uiterst serieus: in American Gods. De schrijver klinkt alleen door voor zover hij een boodschap heeft. Maar die boodschap (Amerika verliest zijn traditionele waarden) interesseert me geen klap, en ik vraag me ook af in hoeverre hij de schrijver echt ter harte gaat.

Een andere manier om een boek als dit te redden, voor mij, is als de psychologie van de personages dan interessanter is uitgewerkt. Maar geen van de personen in American gods lijkt een onafhankelijk geestesleven te leiden, iedereen schuift maar een beetje heen en weer als avatars in een wezenloos computerspel. Geen enkel moment heb je het idee dat je begrijpt waarom iemand iets doet.

Het komt er dus op neer dat ik de mensen mis in American gods: ofwel de mens van de auteur ofwel de mens van de personages. Komt dit nu doordat ik zo'n verschrikkelijk elitaire lezer ben die alleen maar boeken wil lezen die op de index staan? Ik geloof het niet. Er zijn ook genoeg door iedereen hogelijk gewaardeerde boeken waarmee ik dezelfde problemen heb: Faust van Goethe, bijvoorbeeld, gaf me hetzelfde soort overwegingen in: dat vond ik ook niet grappig en ook daar leek de auteur niet veel meer te willen meedelen dan zijn boodschap (al staan er in Faust wel wat meer mooie zinnen dan in American gods). Omgekeerd houd ik vast wel van humoristische low-brow over mensen, al weet ik daar nu even geen voorbeelden van. Het is dus een smaakkwestie, en uiteindelijk een gebrek van mij: dat ik niet kan genieten van wat iemands fantasiewereld alleen aan fraais kan opleveren. Ik zoek iets anders in een boek en als ik het niet vind ben ik teleurgesteld — dat is mijn beperking.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…