11.12.11

Graham Greene. The end of the affair. Random House, 2010 (1951).

The end of the affair is doortrokken van nostalgie naar jaren die in bijna alle opzichten de erschrikkelijkste waren die Europa ooit heeft meegemaakt: de vroege jaren veertig. Je zal in die jaren maar verliefd zijn geweest op een getrouwd vrouw, je zal in die jaren maar een Londense getrouwde vrouw zijn geweest, verliefd op een ander en zoekend naar God. En je zal bij dat alles, man of vrouw, dan ook nog eens zo tekort schieten dat je wel liefde wil, maar deze niet echt kunt bereiken? Dat je als man een privé-detective achter je ex-minnares moet sturen, zogenaamd om haar man te helpen, maar eigenlijk omdat dit de enige manier is om haar te bereiken? Dat je als vrouw via een prediker van het atheïsme je achter God moet verschuilen omdat je de echte mannen niet aankunt?

Op het internet staat een mooie psychologische analyse van het roman, door twee Nederlandse psychiaters (van wie er een ook Nederlands gestudeerd heeft). Ze maken vooral veel duidelijk over Sarah, de vrouw. Haar moeder heeft na de dood van vader een lange rij minnaars versleten en Sarah heeft zich daardoor nooit aan een echte vader kunnen hechten. Vandaar dat ze zich nu ook niet aan een eigen minnaar hechten kan, terwijl ze wel naar een vader, nee, een Vader blijft hechten.

Wat de psychiaters over Bendrix, de minnaar, te zeggen hebben, vind ik minder overtuigend, maar anderzijds: terwijl ik The end of the affair las, verplaatste ik me veel meer in Bendrix en zag Sarah eigenlijk alleen als het object van liefde en verlangen en nostalgie en woede. Zoals er ook over Henry, de echtgenoot, die het allemaal maar laat gebeuren en na Sarahs dood zelfs Bendrix in huis neemt, vast psychologisch nog veel meer te spitten valt. Waarom verstopt hij zich in het werk? Waarom wil hij ook na haar dood nooit meer een nieuwe vrouw?

Dat is het prachtige van The end of the affair: niet de stijl, niet de religieuze boodschap, maar de psychologie, de enorme kluwen menselijke gevoelens en menselijke verhoudingen die Greene in een betrekkelijk kort bestek presenteert. Waarbij het mooiste misschien nog wel is: dat de katholieke schrijver zelf een conclusie lijkt te trekken (hoe je ook worstelt, je komt om God niet heen) die je als lezer helemaal niet hoeft te delen. Dan raak je volgens mij aan de waarheid: iedereen kan er op zijn eigen manier tegenaan kijken, er is niet één juiste interpretatie van de voorgestelde scènes.

Geen opmerkingen: