Doorgaan naar hoofdcontent

Graham Greene. The end of the affair. Random House, 2010 (1951).

The end of the affair is doortrokken van nostalgie naar jaren die in bijna alle opzichten de erschrikkelijkste waren die Europa ooit heeft meegemaakt: de vroege jaren veertig. Je zal in die jaren maar verliefd zijn geweest op een getrouwd vrouw, je zal in die jaren maar een Londense getrouwde vrouw zijn geweest, verliefd op een ander en zoekend naar God. En je zal bij dat alles, man of vrouw, dan ook nog eens zo tekort schieten dat je wel liefde wil, maar deze niet echt kunt bereiken? Dat je als man een privé-detective achter je ex-minnares moet sturen, zogenaamd om haar man te helpen, maar eigenlijk omdat dit de enige manier is om haar te bereiken? Dat je als vrouw via een prediker van het atheïsme je achter God moet verschuilen omdat je de echte mannen niet aankunt?

Op het internet staat een mooie psychologische analyse van het roman, door twee Nederlandse psychiaters (van wie er een ook Nederlands gestudeerd heeft). Ze maken vooral veel duidelijk over Sarah, de vrouw. Haar moeder heeft na de dood van vader een lange rij minnaars versleten en Sarah heeft zich daardoor nooit aan een echte vader kunnen hechten. Vandaar dat ze zich nu ook niet aan een eigen minnaar hechten kan, terwijl ze wel naar een vader, nee, een Vader blijft hechten.

Wat de psychiaters over Bendrix, de minnaar, te zeggen hebben, vind ik minder overtuigend, maar anderzijds: terwijl ik The end of the affair las, verplaatste ik me veel meer in Bendrix en zag Sarah eigenlijk alleen als het object van liefde en verlangen en nostalgie en woede. Zoals er ook over Henry, de echtgenoot, die het allemaal maar laat gebeuren en na Sarahs dood zelfs Bendrix in huis neemt, vast psychologisch nog veel meer te spitten valt. Waarom verstopt hij zich in het werk? Waarom wil hij ook na haar dood nooit meer een nieuwe vrouw?

Dat is het prachtige van The end of the affair: niet de stijl, niet de religieuze boodschap, maar de psychologie, de enorme kluwen menselijke gevoelens en menselijke verhoudingen die Greene in een betrekkelijk kort bestek presenteert. Waarbij het mooiste misschien nog wel is: dat de katholieke schrijver zelf een conclusie lijkt te trekken (hoe je ook worstelt, je komt om God niet heen) die je als lezer helemaal niet hoeft te delen. Dan raak je volgens mij aan de waarheid: iedereen kan er op zijn eigen manier tegenaan kijken, er is niet één juiste interpretatie van de voorgestelde scènes.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Nick Hornby. Funny Girl. Penguin, 2015.

Nick Hornby leeft in een fijne wereld, die uit twee kanten bestaat. Aan de ene kant is er competent uitgevoerd werk. Aan de andere kant bestaat er pretentieloos, maar daarom niet minder competent uitgevoerd vermaak.

Het is een wereld van romantische komedie, zij het dat die komedie ook nog best 30 jaar door kan gaan en dan nog altijd niet verzuurt. Het is een wereld waarin je af en toe geniet van een voetbalwedstrijd en dan weer van een goed boek. Het is een wereld waarin je niet eens heel veel moeite hoeft te doen om mooie, door veel mensen gemaakte dingen hoeft te maken, omdat het je eigenlijk allemaal aan komt waaien.

Het is in dit boek de wereld van Barbara uit Blackpool die aan het begin van de roman – die zich afspeelt in de jaren zestig – wegloopt als ze tot Miss Blackpool verkozen wordt en denkt dat er iets beters op haar wacht en die dan binnen korte tijd inderdaad haar eigen sitcom krijgt op de BBC. Die moeiteloos vervolgens miljoenen kijkers aan zich bindt.

Veel spanning zi…