Doorgaan naar hoofdcontent

Arnon Grunberg: Voetnoot. Eerste verzameling. Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar, 2012.

Ik moet misschien mijn aankoopbeleid eens herzien. Ik weet allang dat ik veel meer van Grunberg de fictieschrijver houd dan van Grunberg de denker en de commentator. Zijn verhalen zijn duister en maken je een beetje bang, zijn gedachten zijn vaak wat dun. Ook in deze 'eerste' bundeling van zijn dagelijkse column in de Volkskrant staat weinig dat ik niet al wist of ergens anders gelezen had. Erger nog: met de meeste beweringen van Grunberg ben ik het wel min of meer eens, hij haalt uit naar voor de hand liggende slachtoffers als minister-president Rutte of de koopman-intellectueel F. Bolkestein. Daar gaan mijn oren niet van flapperen.

Toch valt niet uit te sluiten dat ik een volgende editie toch ook weer op mijn iPad download. Omdat het prettige lectuur tussendoor is, zoals het voor de schrijver vast prettig is om tussendoor te schrijven. Omdat de almaar lava spuwende vulkaan die Grunberg is een adembenemend fenomeen is om als tijdgenoot te aanschouwen — als je een dag denkt dat je veel gedaan hebt, hoef je alleen maar even te bedenken wat Arnon Grunberg die dag moet hebben gedaan om weer welgemoed verder te kunnen gaan. Omdat er af en toe toch ook een pareltje voorbij komt:

Kijk, de enige twee echte westerse waarden zijn de euro en de dollar.

Ook dat is weer een gedachte die niet tot duizelingwekkend nieuw inzicht leidt. Maar het is wel even pregnant gezeg.

Reacties

Ionica zei…
Mij viel op dat ik de voetnoten in deze verzameling bij elkaar veel beter vond dan ik verwachtte op basis van de losse stukjes in de krant. Die vind ik meestal maar zozo. Maar zo alles bij elkaar vond ik er toch wel veel goede zinnen tussen zitten.


Wat bedoelde je trouwens met &mdas?
woordenaar zei…
Ik lees liever Grunberg de denker en commentator dan Grunberg de fictieschrijver. Door zijn laatste romans kwam ik niet heen, van deze voetnoten heb ik genoten. En misschien is dat wel typisch Grunberg: het vermogen goeie zinnen te schrijven.

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …