Doorgaan naar hoofdcontent

Andrew Wilson. Hitler. Een korte biografie. Utrecht: Het Spectrum, 2012.

Wie was Hitler? Volgens Andrew Wilson moet we onderscheid maken tussen de jonge Hitler en de oudere Hitler. De eerste twintig, dertig jaar van zijn leven was Adolf Hitler vooral een niksnut, die nooit echt werkte, nergens echt talent voor had en nooit iets zou bereiken. In de tweede helft van zijn leven veranderde hij in een maniak, een man die bij het minste of geringste als een waanzinnige begon te brullen.

In dit boek zet de Engelse schrijver Wilson nu eens op een rijtje wat we weten over de vreselijke ramp die de mensheid overkomen is. Zijn visie is gezond en genadeloos: je moet zelf wel helemaal gestoord zijn om deze idioot ooit als je held te kiezen.

Toch blijven er, bij zo'n betrekkelijk kort boekje, toch altijd vragen. Waar kwam nu precies dat rabiate antisemitisme vandaan? Er lijken in de biografie van Hitler weinig aanleidingen zijn geweest voor jodenhaat en in zijn jeugd zijn er ook weinig zaken die er op wijzen. Maar in Mein Kampf kondigt hij ineens aan wat voor verschrikkelijke dingen hij van plan was. Wilson wijst er bovendien verschillende keren op hoe onlogisch dat antisemitisme was — de joden werd verweten dat ze kapitalisten waren én dat ze als communisten het kapitalisme ten val probeerden te brengen. Maar hoe paste dat dan allemaal in een hoofd dat vervolgens zo gedetailleerd ging werken aan een Endlösung?

Je kunt het Wilson ook niet verwijten dat hij het antwoord niet weet. Niemand weet het, we staan voor een groot en duister raadsel.

Reacties

Over de oorsprong van Hitlers antisemitisme heeft Peter den Hertog een zeer leesbaar en voorzichtig boek geschreven.

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …