Doorgaan naar hoofdcontent

Atte Jongstra. Kristalman. Multatuli-oefeningen. Utrecht: De Arbeiderspers, 2012.

Ik heb weleens ergens gelezen dat een klassieke roman juist daardoor klassiek heet omdat hij steeds weer op een andere manier gelezen kan worden. Het fijne van een literaire traditie is dan dat je als lezer dat genoegen kan smaken: hetzelfde werk soms ineens op een heel andere manier zien.

Wat dat betreft hebben we in Nederland maar een beperkte literaire traditie. Voor wat de negentiende-bestaat die eigenlijk maar uit één man: Multatuli.De letterkundeprofessor Söteman zag een gecompliceerde, ingenieuze structuur als hij naar het oeuvre keek; de columnist Hugo Brandt Corstius zag in Multatuli de 'eerste columnist'. En nu komt de grillige schrijver Atte Jongstra laten zien dat Multatuli juist een grillige schrijver is, een 'kristalman' die de veelvormigheid van de werkelijkheid weerspiegelt in een af en toe volkomen ondoordringbaar oeuvre.

Het mooie is: ik geloof ze alle drie en niet alleen omdat Söteman het vooral over Max Havelaar heeft, Brandt Corstius over de Ideen en Jongstra over de Millioenen-Studiën. Wat ze zeggen is tegenstrijdig en toch alledrie waar over het hele werk.

Dat Jongstra je zomaar een heel nieuwe manier aanreikt om Multatuli te lezen, is niet de enige reden waarom Kristalman zo'n mooi boek is. Het is ook de onbekommerde grilligheid van Jongstra's eigen boek, het enthousiasme waarin hij zich in allerlei onderwerpen stort, die soms (biljarten) maar heel weinig met Multatuli te maken hebben, de manier waarop hij laat zien hoe zo'n onsystematische kijk op de werkelijkheid soms oneindig veel nauwkeuriger is dan een systematische. Hij onderneemt soms zelfs halfhartige pogingen tot systematiek — dan oppert hij ineens om alle kleurennamen in het oeuvre te gaan tellen, omdat hij het idee heeft dat Multatuli zo weinig zinnelijk is in zijn beschrijvingen &mdash:, maar zo'n idee geeft hij dan net zo gemakkelijk ineens weer op.

Het boek is daarmee ook een aanstekelijk boek: mens, durf je toevallige interesses na te jagen. Ga gewoon boren waar je interesses liggen en schroom niet om tijdens het boren ineens ook een zijstap te nemen.

Aan het eind van het boek zegt Jongstra dat het een van zijn bedoelingen is om mensen weer Multatuli te laten lezen. Daar slaagt hij vast in met Kristalman. Maar bij mij is er nog iets anders gelukt: ik wil ook meer Jongstra lezen.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…