Doorgaan naar hoofdcontent

Peter Bergen. Manhunt. The Ten-Year Search for Bin Laden from 9/11 to Abottabad. London: The Bodley Head, 2012.

Er gebeurt de hele tijd zoveel, je zou bijna vergeten dat Osama bin Laden alweer meer dan een jaar geleden door een speciale Amerikaanse eenheid in zijn huis is doodgeschoten. Het was in het nieuws - president Obama die zakelijk aankondigde dat Bin Laden er niet meer was -, je verwonderde je een paar dagen over hoe dat allemaal mogelijk was en hoe men de terrorist precies gevangen had en toen was de aandacht alweer verlegd naar iets anders.

Gelukkig geldt dat niet voor iedereen. De Amerikaanse journalist Peter Bergen bijvoorbeeld had Bin Laden al gevolgd voor 11 september 2001 en is dat blijven doen. Met Manhunt heeft hij nu een heel sterk journalistiek boek geschreven waarin hij zowel de laatste jaren van Bin Laden als de tienjarige jacht van vooral de CIA onder de regeringen Bush en Obama nauwkeurig reconstrueert.

Dat is aan de ene kant het verhaal van een loser. Iemand die dacht dat hij met zijn aanslagen de Amerikanen uit de islamitische wereld kon verdrijven, maar het omgekeerde bereikte – de Amerikanen begonnen overal oorlog te voeren en al-Qaida werd gaandeweg steeds minder populair in de islamitische wereld. (Niet dat het ooit zo vreselijk populair was, maar het verloor gaandeweg echt alle sympathie.) De laatste vijf - zes jaar leefde Bin Laden in een zelfgemaakte gevangenis, een huis waar hij nooit meer uitkwam en waarvandaan hij eigenlijk ook niet kon communiceren met zijn mensen – mobiele telefoons en internet waren taboe, die konden immers worden afgeluisterd.

De Amerikaanse kant van de zaak is vooral het verhaal van Obama. Je krijgt het idee dat de regering Bush een en ander vooral op een incompetente manier aanpakte en dat die lamlendigheid op de een of andere manier ook de geheime dienst beïnvloedde. Pas toen Obama aan de macht kwam, kreeg men gaandeweg 'de sjeik' weer in het.vizier, al wist men tot hij doodgeschoten op de frond lag, nooit zeker of dit nu inderdaad de gezochte Bin Laden was, de man in dat verdachte Pakistaanse huis.

Het is een spannend geschreven verhaal (alleen de stukjes over de politieke discussies vond ik soms wat saai) en bovendien het resultaat van knap speurwerk. Je komt nooit precies te weten wat Bergen ervan vindt, maar mij werd eigenlijk duidelijk hoeveel vraagtekens je kon zetten bij de hele Amerikaanse operatie. Die Osama was intussen een totale loser aan het worden. Natuurlijk moest hij worden opgepakt, maar moest er zoveel geld en mankracht worden besteed aan zo'n min mannetje, die uiteindelijk niet eens werd opgepakt, maar werd doodgeschoten?

Reacties

Groninganus zei…
Een min mannetje, die?

De ontwikkeling waarbij dat steeds vaker wordt vervangen door die, gaat sneller dan ik dacht. :-)

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …