Doorgaan naar hoofdcontent

Doris Lessing. The Golden Notebook. Harpers and Collin, 2013 (1962)

Het leven, het dagelijks leven, dat is altijd en overal een enorm gedoe. Neem nu de jaren vijftig, neem nu Groot Brittannië, of eventueel een van de kolonieën van Groot Brittannië. En stel je bent een jonge schrijfster en je hebt net een succesvol boek geschreven waarin je de idiote manier aanklaagt waarop het racisme in de kolonieën doorwerkt, en dat boek blijkt succesvol, hoe moet je dan leven?

Je kunt lid worden van de Communistische Partij, maar dat levert vooral ook een hoop getwijfel en gedoe op. Kun je er niet beter uitstappen? Hoe moet je de vrouwen helpen die je tijdens het canvassen tegenkomt en die gek aan het worden zijn omdat ze totaal opgesloten zijn in hun leven.

Je kunt affaires met al dan niet getrouwde mannen beginnen, maar dat is ook niet alles en levert ook weer een hoop gedoe op, want die mannen zijn soms wel leuk maar komen veel te snel klaar en beginnen dan opgewonden te vertellen hoeveel beter jij wel niet bent in bed dan hun echtgenote.

Er zijn weinig boeken waarin alle gedoe en geworstel zo levendig worden beschreven als in The Golden Notebook, dat het verhaal vertelt van twee vrouwen, doorsneden met de aantekeningen uit allerlei schriften die een van de twee bijhoudt om allerlei aspecten van het leven te vangen — wat er voor zorgt dat die werkelijkheid alleen maar gefragmenteerder raakt.

Je komt in dit boel echt heel dicht onder de huid van die vrouw, zelden heb ik zo de opwinding en de walging gevoeld van een vrouw uit de jaren vijftig. Het bboek documenteert een mislukte poging om het volledig leven te bevatten, en bevat daarmee het volledig leven.

Wat niet wil zeggen dat The Golden Notebook voor mij niet soms wel een beetje lang werd. Met name alle verschillende mannen kon ik soms moeilijk uit elkaar halen. Zij interesseerden me daardoor niet en daardoor vond im het weer moeilijker om te moeten lezen wat Anna allemaal wel of niet met hen besprak.

Maar daar staat tegenover dat het boek een ongekende historische sensatie geeft. Zo moeten de jaren vijftig geweest zijn, zo moeten ze hebben gevoeld. Zo'n enorm gedoe moet het zijn geweest om toen te leen, net als nu.



Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…