Doorgaan naar hoofdcontent

Willem Otterspeer. De zanger van de wrok. Willem Frederik Hermans. Biografie 2 (1953-1995). Amsterdam: De Bezige Bij, 2015.

Je zou dit boek nauwkeurig van voor naar achter kunnen lezen. Dan is het een slecht boek. Je raakt verstrikt in allerlei details uit het leven van iemand die zeker de laatste twintig jaar niet zoveel meemaakte, je krijgt allerlei navertelde romans en korte verhalen voor je kiezen, allerlei eigenaardige, min of meer misplaatste oordelen over het werk van de hoofdpersoon én van allerlei anderen (wat heb ik er voor boodschap aan dat Willem Otterspeer Rudy Kousbroek enorm bewondert, maar weinig waardering kan opbrengen voor Hermans' Uit talloos veel miljoenen: voor één hoofdstuk uit dat boek geef ik het verzameld werk van Kousbroek cadeau, en nu Otterspeer weer.)

Je kunt het ook lezen zoals het geschreven lijkt: gehaast, af en toe wat doorbladerend. Dan is het een ontroerend boek met het treurige verhaal van een man die zijn leven lang het onmogelijke eist van zichzelf en anderen en dan verbitterd en eenzaam sterft.

Is dat erg, dat je af en toe wat moet bladeren? Had het boek daarom dunner gekund? Van mij had het niet gehoeven.

Vooral het verhaal van hoe Hermans zich ondanks zijn successen toch volkomen mislukt kon voelen (er was immers van alles wat hij níet had bereikt, zoals een carrière als fotograaf of een doorbraak in het buitenland) grijpt de lezer aan. En hoe hij zich gaandeweg steeds meer opsluit, al zijn vrienden van zich vervreemdt, zelfs op zijn vrouw neerkijkt hoewel hij niet zonder haar kan. De sterfscène — hij kiest voor euthanasie en keert zich na de dodelijke injectie op zijn zij, weg van zijn vrouw en zoon — zal ik nooit vergeten. Ik haal dat als lezer ook zonder probleem zelf wel op onder de documenten.

Mijn kritiek op het boek is wel dat Otterspeer zoveel kritiek heeft op het latere werk van Hermans. Als biograaf moet je toch ook in het werk zo goed mogelijk doordringen, vind ik, en dat lukt niet goed als je het allemaal maar gezeur vindt. Ook Otterspeers verklaring voor jet afnemende niveau vind ik dubieus: zou het echt komen doordat Hermans na zijn gelijk in de Weinreb-zaak zijn zelfkritiek verloor? Werd hij niet gewoon oud en zuur en eenzaam?

Reacties

CBdeus zei…
Geachte heer Oostendorp,

Het lijkt me een goed idee om uw tekst eens te controleren op fouten en slordigheden in het taalgebruik.

Met vriendelijke groeten, hoogachtend,

Coen Bersma
CBdeus zei…
Rare vraag: uiteraard omdat die uw tekst ontsieren.

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …