Doorgaan naar hoofdcontent

Marcus Aurelius. Persoonlijke notities. Barn: Ambo, 1994. (170-180)

Vertaling: Simone Mooij-Valk

Dat niet iedereen iedere dag een stukje in Marcus Aurelius' persoonlijke notities leest, of nou ja, dat die notities niet op zijn minst de status heeft van de bijbel. Dat er nog steeds zoveel christenen zijn op de wereld en zo weinig stoïcijnen, dat laat volgens mij zien dat er iets mis is in de wereld.

Dat is geloof ik geen stoïcijnse gedachte; je hoort de wereld te accepteren zoals ze is, althans in zoverre je er niets aan kunt doen. Of misschien is het wel oké, zolang je er je leven maar niet door laat bederven. En dat laatste hoef je niet te doen, je kunt immers zelf altijd die persoonlijke notities lezen.

Marcus Aurelius, de Romeinse keizer-filosoof hield aan het eind van zijn leven een boekje bij waarin hij notities maakte. Met die notities hield hij zichzelf de belangrijkste principes van het stoïcisme voor. Je moet je richten op wat je onder controle hebt: je eigen reacties op wat er gebeurt. Alles wat je overkomt, overkomt je omdat de werkelijkheid nu eenmaal in elkaar zit zoals ze doet. Er valt bijvoorbeeld niets te veranderen aan het feit dat er slechte mensen zijn; er valt alleen iets te veranderen aan jouw reacties op hoe die mensen zich gedragen, beste keizer van het Romeinse rijk.

Het lijkt mij in veel opzichten een goede levenshouding: laat de rede de leiding nemen over je gedrag, maak je zo min mogelijk druk, leg je erbij neer dat je dood gaat en vergeten wordt, en zelfs dat als je dood gaat er mensen zullen zijn die blij zijn omdat ze van jou verlost zijn; probeer vriendelijk en rechtvaardig te zijn, hoe andere mensen zich ook gedragen, want het enige van waarde zijn je eigen kwaliteiten.

Het is concreter en waardevoller dan het 'humanisme' waarvan ik eigenlijk niet goed begrijp wat het inhoudt ('de mens is de maat van alles', oh ja?) Het is bekend dat sommige moderne min of meer wetenschappelijke technieken (cognitieve gedragstherapie, mindfulness) min of meer teruggrijpen op het stoïcisme, mij verbaast het dat de traditie zelf niet meer herleeft.

Al zou ik dan zelf wel meteen tot de rekkelijken horen, geloof ik. Hoe hoog moeten de eisen van zelfbeheersing gehouden worden? En waarom eigenlijk precies? Worstelde zo iemand als Marcus Aurelius niet soms teveel? En laat zijn eigen gedrag in de werkelijke wereld niet zien dat het allemaal ook niet van een leien dakje ging?

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …