Doorgaan naar hoofdcontent

Harry Mulisch. Voer voor psychologen. Amsterdam: Bezige Bij, 2014 (1961)

"Leven zoals het gedrukt staat." Het wordt volgens Google slechts twee keer geciteerd op het gehele wereldwijde netwerk van computers, maar het lijkt mij een sleutelcitaat in het oeuvre en werk van Harry Mulisch.

De schrijver legt zelfs omstandig uit wat hij ermee bedoelt. Het leven buiten papier is een chaos, een baaierd van allerlei mogelijkheden en onbelangrijke details. Dat is dus eigenlijk geen leven. Pas op papier ontstaat er ordening (dat is wel vaker opgemerkt), maar vooral ook: selectie. De gebeurtenissen krijgen zin doordat ze niet verdrinken in een eindeloze brei van allerlei gedoe en gebazel. Er komt een lijn in, en precies daardoor kan de schrijver zeggen dat hij alleen echt leeft terwijl hij schrijft.

Dit boek heeft dan de ambitie om na de min of meer verzonnen romans als Archibald Strohalm en De Diamant nu ook wat autobiografische details te nemen, een aantal verhalen te smeden die als onderwerp hebben: Harry Mulisch. Om ook die Harry nu eens echt tot leven te brengen, namelijk op papier.

Er is een verhaal dat echt over Harry gaat (en niet over ik) en dat is meteen een fremdkörper in het werk, een soort uitgesponnen grap over een jongetje dat door een vriendje wordt uitgedaagd om te gaan neuken, maar niet durft toe te geven wat dit woord betekent en dan in zijn zoektocht naar de betekenis van het woord een aantal keren zonder het te beseffen – de schrijver weet het, de lezer weet het, Harry komt het nooit te weten – rakelings langs geneuk te scheren. Harry en het woord heet het – wat er echt gebeurd doet er ook in dit verhaal niet toe, het is het woord dat telt en dat in de loop van de geschiedenis allerlei betekenissen krijgt toebedeeld.

Ik hoorde onlangs een reeks colleges van Marita Mathijsen over Harry Mulisch, en in het biografische gedeelte ervan (in ieder geval over de eerste 33 jaar) leunde ze daarbij nogal zwaar op Voer. Dat lijkt me niet helemaal terecht, of althans dat lijkt me niet onze taak als nabestaanden, achterblijvers, overlevenden: wij moeten op zoek, denk ik, naar nieuwe details. Niet om Harry weer tot leven te wekken, maar om zelf tot leven te komen – tijdens het schrijven.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…