Doorgaan naar hoofdcontent

Federico García Lorca. Zigeunerromances. Amsterdam: Meulenhoff, 1997 (1924-1927).

Vertaler: Bart Vonck

Antoni Torres Herredía,
zoon en kleinzoon van Camborio's,
trekt met een wilgentwijg in zijn hand,
naar Sevilla, naar het stierengevecht.
Met zijn olijfhuid van groene maan
stapt hij traag en zwierig.
Zijn zwartglanzende krullen
fonkelen tussen zijn ogen.

Dat zijn de eerste regels van Gevangenneming van Antoñito el Camborio op de weg naar Sevilla, de veertiende romance uit Zigeunerromances, in de vertaling van Bart Vonck. Dat is bij mijn weten de enige Nederlandse vertaling van deze gedichten, of dit gedicht, hoe zeg je dat.

Het is een andere wereld. Dan bedoel ik niet dat ik niet in een wereld leef waar men met wilgentwijgen naar Sevilla trekt, maar niet in een wereld waarin een dichter probeert zulke beelden, zulke oerbeelden te vatten, om uit te drukken wat 'Spaansheid' is, om te zeggen dat de mannen zwarte krullen hebben en een olijfkleurige huid. Het zijn gedichten als de vele vele tekeningen die Picasso maakte van stierengevechten, pogingen om het alledaagse te mythologiseren. Maar die pogingen werken dan weer heel anders op iemand als ik die nog nooit en te nimmer in Sevilla is geweest en als ik er ooit een keer welkom dan nog steeds het stierengevecht niet tot mijn dagelijkse routine zal kunnen rekenen.

Dat maakt het allemaal moeilijk te vatten, ook nog door het voor mij noodzakelijke sluier van de vertaling. Aan de andere kant: er zit, de titel zegt het al, ook een fascinatie voor zigeuners in deze gedichten, en die zijn natuurlijk wel weer exotisch, ook voor Lorca, hoewel ze tegelijkertijd de kern van Andalusië uitmaken.

Dat maakt het allemaal mooi en wonderlijk en interessant. Het is een vreemde bundel, maar wel een bundel

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…