Doorgaan naar hoofdcontent

Guus Kuijer. Hoe een klein rotgodje God vermoordde. Amsterdam: Athenaeum, Polak & Van Gennep, 2006.

Guus Kuijer is de uitvinder van een nieuwe stroming in het Nederlandse geestelijk denken: het vrijzinnig atheïsme. Hij gelooft niet in God, maar hij valt er anderen niet mee lastig. Zijn gedachtewereld staat tegenover die van orthodoxe atheïsten als Richard Dawkins als het denken van Harry Kuitert tot dat van de SGP, en de ware atheïst zal het dan ook behoorlijk moeilijk hebben met het werk van Kuijer van de afgelopen jaren: van zijn Bijbel voor ongelovigen, waarvan binnenkort het laatste deel verschijnt tot en met zijn tien jaar geleden verschenen Hoe een klein rotgodje God vermoordde.

Kuijer weigert namelijk uit te gaan van de centrale premisse van het strenge atheïsme dat alle geloof gebaseerd is op halstarrige onnozelheid. Die premisse kan bijvoorbeeld niet verklaren waarom grote geesten zich eeuwenlang met dat geloof hebben beziggehouden. Er móét wel iets waardevols in het geloof zitten – goede verhalen, waardevolle inzichten – en Kuijer wil dat eruit proberen te peuren.

Dat betekent niet dat hij zich wil overgeven aan een vaag ietsisme, integendeel. Van de wereldgodsdiensten roept het jodendom duidelijk de meeste sympathie bij hem op, en wel vanwege de doorlopende rationele discussie die er (in ieder geval volgens Kuijer) wordt gevoerd – door de joden onderling, én door de joden met hun God. In Klein rotgodje haalt Kuijer verhalen aan waaruit blijkt dat mensen in het Oude Testament God soms tot de orde riepen.

Hij roept ook op tot een lezing waarin je radicaal onaangename passages uit de heilige boeken wegsnijdt. Iedereen doet dat feitelijk, zegt hij, ook de ergste fundamentalist, want er staan nu eenmaal veel inconsistenties in die boeken, dus je kúnt niet alles volgen. Dus waarom dan de passages handhaven waarin God zich een 'klein rotgodje' toont, een miezerig Mannetje dat vooral uit is op eigen eer, dat mensen kwelt en martelt, dat vrij willekeurig zorgt voor leed en ellende? Waarom niet alleen de passages gebruiken waarin God waarlijk Groots is, een ideaal van ruimhartigheid, van gastvrijheid, van liefde?

En dat alles dan zonder daadwerkelijk in hem te hoeven geloven – te zien dat waar de Boeken het hadden over een persoonlijke God, je net zo goed dan eens 'geweten' kunt invullen en dan eens 'intuïtie' of 'eerlijkheid'. En door de Bijbel en de Koran te lezen als literaire werken, met schrijvers (profeten) die graag gelijk willen krijgen en die verhalen soms opzetten om een mooie folkloristische traditie te beschrijven. Volgens Kuijer moet je het verhaal over de zondvloed bijvoorbeeld niet lezen als een verhaal van zinloze destructie. De zondvloed was nodig om het verhaal op gang te zetten, de schrijver wilde juist laten zien dat de God van Israël zoiets nooit zou doen.

In een wereld waarin de ideologische tegenstellingen steeds groter worden, hebben zowel gelovigen als ongelovigen de neiging te fundamentaliseren. Voor ongelovigen betekent dit: radicaliseren in het rationalisme en alles afwijzen dat onbewijsbaar is, zoals liefde en mooie verhalen. In zo'n wereld hebben vrijzinnigen van alle snit elkaar nodig: joden, christenen, moslims en ongelovigen. De laatsten kunnen dat doen door te erkennen dat God misschien niet bestaat, maar dat Hij wel goed en wijs is, en de moeite waard om naar te luisteren.

En vooral: om eindeloos mee te discussiëren. Iedere vorm van fundamentalisme is een einde van het gesprek. En dan vermoordt een klein rotgodje toch nog God.

Reacties

Koen zei…
Hallo Marc,

Ik zie dat je onder de link naar mijn blog "Quis leget haec?" nu voornamelijk camera's kan kopen en daar doe ik niet in. Mijn blog is inmiddels verhuisd en staat onder https://casakoen.wordpress.com/. Aanpassen hoeft natuurlijk niet maar zou fijn zijn :)

Met vriendelijke groet,

Koen de Jager

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Nick Hornby. Funny Girl. Penguin, 2015.

Nick Hornby leeft in een fijne wereld, die uit twee kanten bestaat. Aan de ene kant is er competent uitgevoerd werk. Aan de andere kant bestaat er pretentieloos, maar daarom niet minder competent uitgevoerd vermaak.

Het is een wereld van romantische komedie, zij het dat die komedie ook nog best 30 jaar door kan gaan en dan nog altijd niet verzuurt. Het is een wereld waarin je af en toe geniet van een voetbalwedstrijd en dan weer van een goed boek. Het is een wereld waarin je niet eens heel veel moeite hoeft te doen om mooie, door veel mensen gemaakte dingen hoeft te maken, omdat het je eigenlijk allemaal aan komt waaien.

Het is in dit boek de wereld van Barbara uit Blackpool die aan het begin van de roman – die zich afspeelt in de jaren zestig – wegloopt als ze tot Miss Blackpool verkozen wordt en denkt dat er iets beters op haar wacht en die dan binnen korte tijd inderdaad haar eigen sitcom krijgt op de BBC. Die moeiteloos vervolgens miljoenen kijkers aan zich bindt.

Veel spanning zi…