5.3.17

Guus Kuijer. Hoe een klein rotgodje God vermoordde. Amsterdam: Athenaeum, Polak & Van Gennep, 2006.

Guus Kuijer is de uitvinder van een nieuwe stroming in het Nederlandse geestelijk denken: het vrijzinnig atheïsme. Hij gelooft niet in God, maar hij valt er anderen niet mee lastig. Zijn gedachtewereld staat tegenover die van orthodoxe atheïsten als Richard Dawkins als het denken van Harry Kuitert tot dat van de SGP, en de ware atheïst zal het dan ook behoorlijk moeilijk hebben met het werk van Kuijer van de afgelopen jaren: van zijn Bijbel voor ongelovigen, waarvan binnenkort het laatste deel verschijnt tot en met zijn tien jaar geleden verschenen Hoe een klein rotgodje God vermoordde.

Kuijer weigert namelijk uit te gaan van de centrale premisse van het strenge atheïsme dat alle geloof gebaseerd is op halstarrige onnozelheid. Die premisse kan bijvoorbeeld niet verklaren waarom grote geesten zich eeuwenlang met dat geloof hebben beziggehouden. Er móét wel iets waardevols in het geloof zitten – goede verhalen, waardevolle inzichten – en Kuijer wil dat eruit proberen te peuren.

Dat betekent niet dat hij zich wil overgeven aan een vaag ietsisme, integendeel. Van de wereldgodsdiensten roept het jodendom duidelijk de meeste sympathie bij hem op, en wel vanwege de doorlopende rationele discussie die er (in ieder geval volgens Kuijer) wordt gevoerd – door de joden onderling, én door de joden met hun God. In Klein rotgodje haalt Kuijer verhalen aan waaruit blijkt dat mensen in het Oude Testament God soms tot de orde riepen.

Hij roept ook op tot een lezing waarin je radicaal onaangename passages uit de heilige boeken wegsnijdt. Iedereen doet dat feitelijk, zegt hij, ook de ergste fundamentalist, want er staan nu eenmaal veel inconsistenties in die boeken, dus je kúnt niet alles volgen. Dus waarom dan de passages handhaven waarin God zich een 'klein rotgodje' toont, een miezerig Mannetje dat vooral uit is op eigen eer, dat mensen kwelt en martelt, dat vrij willekeurig zorgt voor leed en ellende? Waarom niet alleen de passages gebruiken waarin God waarlijk Groots is, een ideaal van ruimhartigheid, van gastvrijheid, van liefde?

En dat alles dan zonder daadwerkelijk in hem te hoeven geloven – te zien dat waar de Boeken het hadden over een persoonlijke God, je net zo goed dan eens 'geweten' kunt invullen en dan eens 'intuïtie' of 'eerlijkheid'. En door de Bijbel en de Koran te lezen als literaire werken, met schrijvers (profeten) die graag gelijk willen krijgen en die verhalen soms opzetten om een mooie folkloristische traditie te beschrijven. Volgens Kuijer moet je het verhaal over de zondvloed bijvoorbeeld niet lezen als een verhaal van zinloze destructie. De zondvloed was nodig om het verhaal op gang te zetten, de schrijver wilde juist laten zien dat de God van Israël zoiets nooit zou doen.

In een wereld waarin de ideologische tegenstellingen steeds groter worden, hebben zowel gelovigen als ongelovigen de neiging te fundamentaliseren. Voor ongelovigen betekent dit: radicaliseren in het rationalisme en alles afwijzen dat onbewijsbaar is, zoals liefde en mooie verhalen. In zo'n wereld hebben vrijzinnigen van alle snit elkaar nodig: joden, christenen, moslims en ongelovigen. De laatsten kunnen dat doen door te erkennen dat God misschien niet bestaat, maar dat Hij wel goed en wijs is, en de moeite waard om naar te luisteren.

En vooral: om eindeloos mee te discussiëren. Iedere vorm van fundamentalisme is een einde van het gesprek. En dan vermoordt een klein rotgodje toch nog God.

1 opmerking:

Koen zei

Hallo Marc,

Ik zie dat je onder de link naar mijn blog "Quis leget haec?" nu voornamelijk camera's kan kopen en daar doe ik niet in. Mijn blog is inmiddels verhuisd en staat onder https://casakoen.wordpress.com/. Aanpassen hoeft natuurlijk niet maar zou fijn zijn :)

Met vriendelijke groet,

Koen de Jager