Ik ga verder met mijn zoektocht naar het genre van kookboeken. Na Ode van Jigal Krant waarin de auteur zich nadrukkelijk als personage presenteert en er honderduit op los babbelde, en De smaak van Soestdijk waarin er allerlei anekdotes over de Oranjes werden opgedist met een onduidelijke relatie met de recepten die er volgden, deze keer weer een heel ander boek, dat evenwel gewoon naast Ode en De smaak van Soestdijk op de schappen ligt.
Dat Pasta semplice van Janneke Philippi een andere kant opbeweegt, lijkt wel bijna een programma. Het boek draait helemaal om de recepten, en is verder opvallend stil. Geen eindeloze uitwijdingen over het dagelijks leven van de Philippi's, geen essays over Italië, geen beschouwingen over smaak of identiteit. De foto’s van Serge Philippi – hij zal wel familie zijn, maar zelfs dat wordt nergens verder toegelicht – zijn royaal en zorgvuldig; ze tonen gerechten, geen scènes. Je ziet een keer handen die een gericht aan het maken zijn. Misschien zijn dat Jannekes handen en misschien ook niet.
Het is niet voor niets dat dit boek Pasta semplice heet: niet alleen de gerechten, ook de stijl van de schrijver is zonder opsmuk.
Trasmenomeer
Dat betekent niet dat Janneke Philippi verdwenen is achter de opgemaakte borden penne. Ze is nadrukkelijk bescheiden, het hele boek straalt uit dat het zo semplice is.
Boven sommige recepten staan heel korte inleidingen, vaak niet meer dan één of twee zinnen, waarin de lezer direct wordt aangesproken (“Rijk, romig en luxe: perfect voor een herfstavond met vrienden”), een suggestie wordt gedaan (“Maak deze cannelloni zeker ook eens met witte asperges”), of terloops iets autobiografisch wordt gemeld. Italië is daarbij logischerwijs een terugkerend referentiepunt: “Waar we ook zijn in Italië, overal staat spaghetti al pomodoro op de menukaart. Thuis komt deze pasta ook geregeld op tafel.” Het zijn zinnen die niets uitwerken en niets verklaren, maar wel positioneren. De schrijver is iemand die veel kookt, graag eet, en het niet nodig vindt dat uitgebreid te verantwoorden.
Ook wanneer er iets wordt gezegd over het ontstaan van een gerecht (“Deze pasta ontstond jaren geleden bij toeval toen ik een restje gorgonzola toevoegde aan een tomaten-gehaktsaus”), blijft het bij een kale mededeling. Geen anekdote, geen scène, geen emotionele inkleuring. Hetzelfde geldt voor opmerkingen als “Naast dat ik gek ben op linzen zijn ze een goede vleesvervanger” of de herinnering aan “een van onze eerste vakanties aan het Trasimenomeer in Umbrië”. Ze staan er, maar eisen geen aandacht op. Op internet lezen we dat de schrijfster vroeger een serie boeken maakte die Bij Janneke thuis heette. Dat is hier ook de toon: hier is geen genie aan het woord, geen bekende Nederlandes, maar iemand die het beste met onze buikjes voor heeft.
Vette imperatieven
Dat wordt nog duidelijker op het niveau van de recepten zelf. Wie een willekeurige bladzijde bekijkt, ziet een strak ritme: elke alinea begint met een vetgedrukte imperatief. VERWARM (de over voor op 200°). ROOSTER (de paprika's 20-25 minuuten in de oven). HAK (de peterselie fijn). Dat kan geen toeval zijn, hier heeft iemand zichzelf een stijleis opgelegd. De taal is hier alleen maar instructie.
De imperatief veronderstelt autoriteit, maar in een klassiek kookboek als dit is die autoriteit zelf afwezig. Ze berust niet op expertise die wordt uitgestald, maar op vertrouwen in de procedure. Pasta semplice is geen Instagram op papier, maar het straalt precies dat dan weer heel zelfbewust uit. Het laat, onder andere met die vette imperatieven, nadrukkelijk zien hoe weinig pretentieus het is.

Reacties