Doorgaan naar hoofdcontent

Hubert Dreyfus and Sean Dorrance Kelly. All things shining. Reading the Western classics to find meaning in a secular age. New York [etc.]: Free Press, 2011.

Hoe kun je betekenis geven aan je leven? Volgens de Amerikaanse wijsgeren Hubert Dreyfus en Sean Kelly kunnen mensen kennelijk niet zonder betekenis; en volgens diezelfde auteurs heeft de moderne mens het bijzonder moeilijk om niet in nihilisme te vervallen, het gevoel dat niets ertoe doet, dat er geen enkele reden is om het ene te verkiezen boven het andere. Als voorbeeld geven ze de schrijver David Foster Wallace, in de jaren negentig en de jaren nul de hoop van letterlievend Amerika, die wanhopig op zoek was naar betekenis tot hij een paar jaar geleden zelfmoord pleegde.

Waar de betekenis dan wel te vinden is: in de klassieken van de literatuur, en dan met name in het werk van Homerus (vooral de Odyssee) en in Moby Dick. We moeten niet op zoek naar één waarheid, één god, zo leren die werken ons, volgens Dreyfus en Kelly, maar we moeten leren om de veelvormigheid te accepteren, te leven in het moment, te genieten van gemoedsgesteldheden die ons in een collectief kunnen overkomen (zonder ons te laten meeslepen door dictators) en van het beheersen van een of ander ambacht.

Voor de kenner van het werk van Dreyfus zijn dat geen verrassende beweringen, en ze lijken me zeker de moeite van het overwegen waard. Het is inderdaad moeilijk leven zonder betekenis, en het polytheïsme is misschien wel de menselijkste godsdienstvorm die er is: een die ruimte heeft om de wereld op verschillende manieren tegelijk te begrijpen, zonder ieder conflict meteen te willen oplossen. Een die de wereld omhelst zonder haar gevangen te willen houden.

Vooral aan het einde van het boek wordt die levenshouding wel een beetje op de wijze van een zelfhulpboek aan de man gebracht. Ik vermoed dat dit de bijdrage van Kelly is geweest, onder andere door wat ik op internet over hem las. De analyses van de literaire werken hebben dan weer meer te danken aan Dreyfus, die over deze onderwerpen ('Van de goden naar God en terug') al jarenlang college geeft op Berkeley en die ik zeer bewonder.

De wereld is een raadsel, een groot, groot raadsel. Het monotheïsme ontkent dat, althans het kan misschien nog accepteren dat mensen het raadsel niet doorgronden, maar het stelt dat er wel een Uiteindelijke Oplossing is. Veel vormen van atheïsme geloven datzelfde, ik op een bepaalde manier misschien ook wel. Maar met die ene ondoorgrondelijke oplossing valt in het gewone bestaan niet te leven, daar hebben Dreyfus en Kelly gelijk in. Natuurlijk komen Zeus en Athene en Apollo nooit meer terug - maar we hebben wel degelijk vele, vele goden nodig om betekenis te geven aan ons leven.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …