7.4.08

Nagib Machfus. Die Kinder unseres Viertels. Zürich: Unionsverlag, 2006 (1959).

Nagib Machfus. Die Kinder unseres Viertels
Vertaling: Doris Kilias
Er is een wijk in Egypte waar iemand het leven van Adam, heeft geleefd, en anderen dat van Abel, van Mozes, van Jezus en van Mohammed. Dat waren allemaal goede mensen, die hun best deden om gerechtigheid te brengen voor hun wijk, maar na hun vaak gewelddadige dood werd die intentie snel vergeten. De zangers zingen nog wel over hun goedheid, maar dat zorgt er eigenlijk vooral voor dat de verdeeldheid nog groter geworden is. De laatste grote man in deze wijk, Arafa, doodde Gabalawi, de godgelijke oervader, en bracht wetenschap, met alle belofte en alle nare militaire toepassingen. Ook hij wordt gedood, maar er blijft toch hoop — de misschien wel ijdele hoop dat de verlichting die hij bracht uiteindelijk een einde kan maken aan de eindeloze spiraal van geweld en de mensen eindelijk broeders kan maken, en echte kinderen van Gabalawi.
De kinderen van Gabalawi is het beroemdste boek van de Egyptische Nobelprijswinnaar Naguib Mahfouz. Allerwegen wordt geroepen om een humanistische islam; dat laat zien dat Mahfouz niet allerwegen gelezen wordt. Dit boek is duidelijk geschreven door een moslim, en er zijn weinig boeken die menselijker zijn.
Het is een menselijk boek omdat het niet gaat over onaanraakbare grootheden, maar over gewone mensen in een Egyptische wijk. Geen enkele profeet blijkt zelf boven alle kritiek verheven, zelfs Gabalawi niet: waarom laat hij zoveel onrecht bestaan, terwijl één woord van hem genoeg zou zijn om aan alle problemen een einde te maken? Het is een menselijk boek omdat het vooral oproept tot menselijke waardigheid: tot voortdurend streven naar rechtvaardigheid, en liefde, en kennis. Uiteindelijk gaat het boek minder over godsdienst, en vooral over de menselijke samenleving. Het is een menselijk boek omdat er tragische momenten in zitten en vooral ook veel humoristische.
Ik weet ook maar bitter weinig over de islam, dat heb ik ook wel geleerd. De hoofdstukken over de Egyptische Mozes en Jezus kon ik veel gemakkelijker volgen dan die over Mohammed — over zijn leven wist ik veel te weinig, en nu nog steeds niet veel meer dan ik te weten ben gekomen uit de vergelijking van Mahfouz' verhaal met het artikel over hem in de Wikipedia. Dat kan natuurlijk niet zo — binnenkort toch maar eens een echte biografie over de man lezen.
Helaas leven we ook nog in een wereld waarin Mahfouz een aanslag op zijn leven maar tenauwernood overleefde, omdat hij een vijand van de islam zou zijn. Ik weet niets over de islam, maar ik geloof niet dat Mahfouz zijn eigen godsdienst haatte. De minachting en de afkeer in dit boek zijn gericht op heel andere aspecten van het menszijn: de hebzucht, het geroddel in de hasjhonken, en het onvermogen van de mensen om te leren van hun bloedige geschiedenis.