Doorgaan naar hoofdcontent

Berichten

Berichten uit november, 2015 weergeven

Siobhan Roberts. Genius at play. The Curious Mind of John Horton Conway. New York (etc.): Bloomsbury, 2015

John Conway is een wat je je voorstelt als je je een Amerikaanse nerd voorstelt uit de babyboomer-generatie, zij het een van het geniale type. Iemand die zijn hele leven wat heeft aangerotzooid, zowel professioneel als in zijn persoonlijk leven. Iemand die weinig verantwoordelijkheden op zich heeft genomen. En iemand uit wie er allerlei interessante ideeën zijn voortgekomen.

Het bekendste van die ideeën is het spel Life dat hij ontwikkeld heeft, en dat bestaat uit een paar heel eenvoudige regels die tegelijkertijd bij een beetje ingewikkelde input leiden tot volkomen onvoorspelbare resultaten, en waarvan je bovendien kunt laten zien dat je alles kunt uitrekenen met een Life-spel dat je ook zou kunnen uitrekenen met een computer. Maar feitelijk heeft Conway nog veel meer en misschien wel interessantere wiskundige resultaten op zijn naam staan: de ontdekking van 'surreële' getallen, zijn bijdragen aan het begrip van het zogenoemde Monster.

Zo iemand is natuurlijk de moeite waard…

Bas Mesters. Italiaanse streken. Een Romeinse wandeling door een land op drift. Amsterdam: Bert Bakker, 2015.

In Italië ben ik een provinciaal. Ik kom heel vaak in het land, maar vrijwel alleen maar in de provincie van Chieti in Abruzzo, omdat mijn schoonfamilie daar woont. In Rome ben ik de afgelopen twintig jaar niet echt geweest — alleen op het vliegveld, en van het vliegveld op doorreis met de bus.

Ik zie het land dus anders dan Bas Mesters, die het land in dit boek juist beschrijft in een wandeling door Rome; met weliswaar af en toe een uitstapje, maar toch vooral met die grootstedelijke invalshoek. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat hij een ander land beschrijft dan ik ken. Integendeel, dit is een prettig en helder boek waarin allerlei aspecten van Italië van de afgelopen 12 jaar heel prettig op een rom worden gezet: de politiek, de kerk, het belang van het eten, de wanhoop, de voortdurende hang naar het mooie, de eeuwige verleiding van het lelijke.

Het enige wat een beetje stoort aan het boek, vind ik, is de structuur. Mesters beschrijft een wandeling van een dag door Rome: ieder uur ko…

Andreas Burnier. Het jongensuur. Amsterdam: Augustus, 2015

Ik geloof dat Het jongensuur het eerste volwassen literaire werk was dat ik ooit op eigen initiatief , dat wil zeggen zonder dat een volwassene me erop gewezen had, las. Waarom dat boek? Ik zou het met geen mogelijkheid durven zeggen. Zoals ik me ook weinig ervan kan herinneren, behalve de sfeer en de opwinding dat ik zo'n volwassen boek begreep.

Nu vraag ik me natuurlijk af of ik het echt begreep. Ik denk bijvoorbeeld niet dat ik toen kon inzien wat ik nu denk: dat het een van Burniers talenten was om een boek over de tweede wereldoorlog te schrijven dat die oorlog overstijgt, dat zelfs dat grote, diepe thema een illustratie laat zijn van een immens verdriet — het verdriet om er niet bij te horen, het verlangen om dat wél te doen.

Simone, de hoofdpersoon van dit boek, gaat gedurende de paar onderduikjaren van het ene gezin naar het andere: nu eens socialisten, dan weer antroposofen en uiteindelijk ook streng gereformeerden. Allemaal hebben ze grote overtuigingen, bij niemand hoor…

Karel van het Reve. Lenin heeft nooit bestaan. Amsterdam: Van Oorschot, 2009 (1972)

Ik herinner me Karel van het Reve. Ik zag hem soms in de koffiekamer in het gebouwtje waar ik inmiddels af en toe werk. Hij nam er pauze van een college, net als wij, en sprak dan met studenten. Hij had altijd hetzelfde plastic zakje bij zich.

Ik geloof dat hij inmiddels eigenlijk geen echte onderzoeker meer was. Heel veel onderzoek heeft hij in de loop der jaren niet geschreven. Wel werd hij essayist, waarin Rusland en de Russische literatuur – het laatste was zijn leeropdracht – een belangrijke rol speelden.

In Lenin heeft nooit bestaan (ik las het in het Verzameld werk) zijn enkele van die essays uit de vroege jaren zeventig bij elkaar gezet. Het is van alles en nog wat: een lange recensie van Omzien in verwondering van Annie Romein, besprekingen van bekendere en minder bekende Sovjet-auteurs, en ga maar door. Het interessantst is, vind ik, een door die stukken heen gevlochten 'dialoog' tussen twee naamloze figuren waarin interessante gedachten over het karakter van kunst e…