Doorgaan naar hoofdcontent

Berichten

Berichten uit juni, 2011 weergeven

T.S. Eliot. The Waste Land. London: Faber and Faber, 2011 (1922).

The Waste Land schrikt af. Hoe moet je zo'n gedicht ooit benaderen? Wat je erover weet is dat het een somber gedicht is en dat het vol verwijzingen zit naar allerlei klassieke literatuur die je waarschijnlijk niet gelezen hebt, of in ieder geval niet voldoende uit je hoofd geleerd om die verwijzingen te kunnen bevatten. Wat moet je ermee?
Op die vraag is nu, 89 jaar na het verschijnen van het gedicht, antwoord: je moet de iPad-versie kopen die sinds kort in de (iTunes-)winkel ligt. Daar wordt het gedicht niet alleen uitgebreid van annotaties voorzien, maar kun je hem ook beluisteren in zeer veel verschillende voordrachten (waaronder twee van de dichter zelf, en een van Alec Guiness) en is er bovendien een zeer geslaagde video waarin Fiona Shaw het hele gedicht voordraagt. Bovendien zijn er dan ook nog vijfendertig video's waarin allerlei mensen allerlei toelichting geven op het gedicht.
Jeanette Winterson legt in de video uit dat je niet bang moet zijn voor The Waste Land, m…

Jeroen Smit. De prooi. Blinde trots breekt ABN Amro. Amsterdam: Prometheus, 2008

Het bankwezen is misschien wel een van de duisterste beroepsgroepen ter wereld voor mij. Wat een goede fietsenmaker, politicus, fabrikant, lobbyist, enz., doet, begrijp ik wel zo ongeveer. Maar een bankier? Ik heb veel opgestoken van het terecht veelgeprezen en terecht veelgelezen boek De prooi van Jeroen Smit, dat gaat over de geschiedenis van ABN Amro vanaf het moment dat ABN Bank en Amrobank fuseerden, tot het moment dat ze werden overgenomen door een consortium. Je krijgt veel inzicht in hoe allerlei mechanismen in de jaren negentig en nul ertoe leidden dat incompetentie en tomeloze maar nergens op gebaseerde ambitie de macht kregen in een grote bank en hoe dit tot de ondergang moest leiden. Maar wat die bankiers nu de hele dag doen als ze geen ruzie maken? Een ding dat me opviel: hoe burgerlijk de wereld van ABN Amro was. Ondanks alle internationale ambities, lijkt niemand ooit echt zin te hebben om in het buitenland te gaan wonen. Als iemand gaat scheiden, wordt dat als een gro…

Friedrich Nietzsche. Ecco Homo. Wie man wird, was man ist. Gutenberg.org (1908)

De afgelopen maanden ben ik Nietzsche weer zo vaak tegengekomen tijdens het lezen, is mij zo duidelijk geworden wat een barbaar ik ben dat ik zijn werk nooit gelezen had, dat ik vond dat het er nu maar van moest komen. Maar bij welke titel begin je? Ik kan niet zeggen dat ik een zorgvuldige selectie gemaakt heb. Ik heb wat van zijn boeken gedownload en uiteindelijk ben ik bij Ecce homo begonnen, omdat het zijn laatste boek is, en autobiografisch, en zijn eigen visie geeft op dat oeuvre.Nu is Ecce homo in de eerste plaats een lyrische lofzang op een ander boek van Nietzsche, Also sprach Zarathustra. Dat is werkelijk het briljantste meesterwerk ooit geschreven, het overtreft Dante en Shakespeare, het laat de Duitse taal voor het eerst werkelijk leven, het zal nog vele generaties bestudeerd worden en hopelijk nog lang net helemaal tot in de diepste diepten begrepen. Er is geen groter man dan de schrijver van Zarathustra, meent de schrijver van Ecce homo. Nietzsche draagt een levenshoudi…

Louis Couperus. De boeken der kleine zielen. DBNL, 2004 (1903).

"Het blijft alles heel bedaard en wat gij verneemt heeft het behagelijke van het spreken van een wel-opgevoed man," schreef Lodewijk van Deijssel bij verschijnen in 1903 over De boeken der kleine zielen. Hij vond het boek goed in elkaar zitten, behagelijk, misschien geen grote kunst, maar echt iets om te lezen als je even behoefte had aan iets beschaafds.Hoe anders denken we er nu over. Als er één boek uit 1903 nog gelezen wordt, is het natuurlijk Kleine zielen — veel meer dan alle grepen naar de hoge kunst waar Van Deijssel in die jaren van genoot. Het oordeel dat het 'behagelijk' is, is volgens mij ook moeilijk vol te houden. Er wordt in dit boek enorm geworsteld met de vraag, hoe te leven? En dan vooral: hoe te leven als men géén hemelbestormend genie is, maar slechts een kleine ziel. De ene persoon -Brauws- probeert het door socialist te worden en zich af te zetten tegen zijn milieu; de ander door een verhouding te beginnen met een vriendin van vroeger; een derd…