Doorgaan naar hoofdcontent

Berichten

Berichten uit januari, 2016 weergeven

Niña Weijers. De consequenties. Amsterdam: Atlas Contact, 2015.

Er is vermoedelijk iets mis met de relatie tussen boek en lezer, als de laatste tijdens het lezen ineens geobsedeerd raakt met de vraag waarom de schrijver voor een bepaalde werkwoordstijd gekozen heeft. Wanneer Niña Weijers bijvoorbeeld schrijft:

Minnie wist dat er iets aan de hand was. Ze wist al een paar weken dat er iets aan de hand was, ze wist het om precies te zijn sinds zij en de fotograaf op 3 januari die akte hadden getekend, maar dit weten grensde zozeer aan niet-weten dat het haar uitstekend was gelukt de informatie voor zichzelf verborgen te houden. Dat wil zeggen: tot de brief.

waarom schrijft ze dan niet:
Minnie weet dat er iets aan de hand is. Ze weet al een paar weken dat er iets aan de hand is, ze weet het om precies te zijn sinds zij en de fotograaf op 3 januari die akte hebben getekend, maar dit weten grenst zozeer aan niet-weten dat het haar uitstekend is gelukt de informatie voor zichzelf verborgen te houden. Dat wil zeggen: tot de brief.
Die tegenwoordige tijd maa…

Jenny Erpenbeck. Gehen, ging, gegangen. München: Knaus, 2015.

Ik heb weinig tegen politieke correctheid: het is wel sympathiek om alles goed te willen doen. Maar ik geloof dat het geen goede basis is voor een roman.

Gehen, ging, gegangen gaat over een weduwnaar in Berlijn, Richard, die op de Oranienplatz in aanraking komt met enkele Afrikaanse vluchtelingen. Zij kamperen daar als protest tegen hun slechte situatie – omdat ze op hun bootje in Italië aangekomen zijn, mogen ze alleen daar werken en niet in Duitsland waar het werk is. Wanneer ze enige tijd later ergens opgevangen worden, spreekt Richard, steeds vaker met ze en hoort hun hartverscheurende verhalen.

Nu ga ik iets cynisch zeggen. Het boek is bij vlagen lezenswaard, en die vlagen zijn overwegend de verhalen van de vluchtelingen. Erpenbeck heeft duidelijk onderzoek gedaan, vermoedelijk zelf met vluchtelingen gesproken, en die verhalen in haar boek verwerkt.

Maar het raam eromheen is op zijn best vernuftig. Richard komt oorspronkelijk uit de DDR en is dus 25 jaar geleden zonder te verhuize…

Ta-Nehisi Coates. Between the World and Me. Spiegel and Grau, 2015.

Het boek Between the World and Me van Ta-Nehisi Coates moet iedereen lezen die Amerikaan is, of die verzot is op het woord body. Ik behoor tot geen van tweeën.

Op een bepaalde manier kan ik zien dat het een eloquent, goedgeschreven betoog is. Maar het is wel goed geschreven in een stijl die niet de mijne is: retorisch tot ver over de top, doodernstig en abstract. Je kunt niet ontkennen dat de problemen die hij beschrijft – de problemen van black bodies – in Amerika reëel zijn en dat het helaas nog steeds de moeite waard is die problemen aan de orde te stellen. Zoals je ook niet kunt ontkennen dat er in Europa soortgelijke problemen zijn, dat ook hier het racisme zeer diep geworteld is; ware het niet dat voor Coates Europa eigenlijk niet bestaat, zoals ook Afrika eigenlijk niet echt bestaat al verwijst hij af en toe naar een mythisch continent dat zo heet. Er bestaat alleen Amerika.

Dus dan blijven alleen die bodies over die hij de hele tijd noemt, die black bodies, want zo verwijst hi…

Ad Zuiderent. Een dartele geest Aspecten van De chauffeur verveelt zich en ander werk van Gerrit Krol. DBNL, 2014 (1989)

Je kunt altijd proberen beter te lezen, meer uit een boek te halen. Van alles en nog wat kan daarbij helpen: kijken wat andere mensen over het boek gezegd hebben, tellen hoe lang de hoofdstukken zijn, de boeken erbij halen waarnaar jouw boek direct of indirect verwijst, in het manuscript van de schrijver kijken, en zelf heel, heel nauwkeurig en langdurig lezen.

Al die methodes past Ad Zuiderent toe op De chauffeur verveelt zich, een boek dat ik net herlezen heb. Het boek van Zuiderent is gratis via internet te verkrijgen. Het zou aardig zijn als Querido, de uitgever van Krol, voortaan in alle edities de lezer op dit feit opmerkzaam maakt, want wat mij betreft hoort Zuiderents boek bij dat van Krol als een lijst bij een schilderij. Het is een voorbeeldig voorbeeld van lezen.

Niet iedere toegepaste techniek levert wat mij betreft evenveel op: het tellen van de verschillende onderdelen is een nogal intensieve activiteit waar uiteindelijk niet zoveel uitkomt. Maar er komt altijd wel íéts …

Gerrit Krol. De chauffeur verveelt zich. Amsterdam: Querido, 2013 (1973).

Het gevoel dat ik krijg als ik Gerrit Krol lees, is moeilijk onder de woorden te brengen. Er zit een toon in die zinnen die me ergens raakt waar andere schrijvers me niet raken. Het is net alsof er meer resoneert bij die zinnen dan bij die van veel andere schrijvers.

Misschien komt het doordat Krol een van de eerste schrijvers was van wie ik heel veel las. Maar er zit ook meer in. Sympathiek is de hoofdpersoon van dit boek – die Gerrit Krol heet – niet. Hij is nogal seksistisch, zoals geloof ik alle mannen in al Krols boeken, en nogal egocentrisch, nors en in zichzelf gekeerd. Een paar keer beweert hij dat hij zo goed is in het beschrijven van gevoelens, maar tegelijkertijd maakt hij duidelijk dat hij die gevoelens verder nauwelijks toont (hij kan niet huilen) of heeft. En toch voel je je (ik me) al snel helemaal binnen in die schrijver zitten.

De boeken die hij schrijft zijn de boeken van over vijftig jaar, zegt hij een paar keer. Inmiddels zijn we 43 jaar verder, maar ik geloof dat …

Eli Maor. "e". The Story of a Number. Princeton and Oxford: Princeton University Press, 2015 (1994)

Leonhard Euler, een van de grootste wiskundigen aller tijden, was een speelse man die er niet voor terugdeinsde om in gedachten absurde paden in te slaan – zaken met elkaar te verbinden die op het oog geen enkele relatie met elkaar hebben. Met zijn kleinkind op schoot kon hij nog gaan rekenen aan de banen van Uranus of de relatie tussen de omtrek van de cirkel en rente op rente.

Hij heeft het getal e zijn naam gegeven. Dat het ook zijn initiaal was, was waarschijnlijk toeval, zegt Eli Maor in zijn geschiedenisboek over e. Euler was te bescheiden om zichzelf zo op de voorgrond te plaatsen.

Maor's boek is voorbeeldig vind ik. Het mengt op een aardige en aantrekkelijke manier 'externe' geschiedenis – de biografietjes van vooral 17e en 18-eeuwse wiskundigen met heel duidelijke en tegelijkertijd niet triviale uitleg van de fascinerende wereld die er verborgen zit achter het getal e: de vele op het oog totaal verschillende definities die je kunt geven en die allemaal tot hetzelf…

Adam Nicolson. The Mighty Dead. Why Homer Matters. Henry Holt & Co, 2014.

Wanneer ik ooit een cursus geef over populariseren, dan wordt The Mighty Dead verplichte stof voor de studenten – om te leren hoe het niet moet. Alles wat je kan verzinnen dat fout kan gaan, gaat fout.
Het boek begint met een soort hysterische liefdesverklaring aan Homerus. Ja, mensen, een goede popularisering laat altijd de betrokkenheid van de auteur bij zijn onderwerp zien. En Nicolson gaat zo ver om te beweren dat de Ilias en de Odyssee voor hem een soort heilige geschriften zijn. Uit die boeken, daar kun je pas het ware leven uit leren! 
Ik kan me best voorstellen dat iemand zoiets beweert, maar dan hoor je eigenlijk wel je hele boek op te hangen aan wat voor indrukwekkende zaken je allemaal zou kunnen leren uit Homerus, wat voor soort dingen het allemaal zegt, hoe prachtig mooi het allemaal is. Het boek zou eigenlijk alleen maar over de Ilias en de Odyssee gaan, in plaats van over allerlei ditjes en datjes uit de geschiedenis van het Homerus-onderzoek, en het leven van de auteur…