Doorgaan naar hoofdcontent

Berichten

Berichten uit 2017 weergeven

George Monbiot. How did we get into this mess? Politics, Equality, Nature. London/New York: Verso, 2016.

Ik zit geloof ik te weinig in mijn bubbel. Altijd op Twitter maar die mensen volgen die zichzelf reuze stoer vinden omdat ze tegen de islam zijn, of juist omdat ze moslim zijn, of omdat ze boos zijn op mensen die tegen moslims zijn, of allerlei andere onbenulligheden. Wat fijn is het dan om eens een heel boek te lezen vol onversneden linkse columns, zoals George Monbiot in The Guardian schrijft:
Verlichting zoeken, op een intellectuele of een spirituele manier; goed doen; liefhebben en geliefd worden; scheppen en onderwijzen; dit zijn de hoogste doelen van de mensheid. Als het leven betekenis heeft, is het hierin gelegen.  Wie van een top-universiteit afstudeert heeft meer kans om zo'n doel te vinden. Waarom eindigen zo velen dan in zinloze en destructieve banen? Financiën, management-consultancy, reclame, public relations, lobbyen: dit en andere nutteloze werkzaamheden eten duizenden van de slimste studenten om. Zo'n baan accepteren als je afstudeert is het leven vlakbij de b…

Jim Al-Khalili. Pathfinders. The Golden Age of Arabic Science. London: Penguin Books, 2012

Ik geloof dat het nog niet eens een onderwerp is van onderzoek voor de geschiedwetenschap: hoe het mogelijk is dat op een bepaald moment in een bepaalde plaats ineens allerlei grote talenten op een bepaald terrein opstaan. Filosofen in Athene. Dichters in Florence. Schilders in Amsterdam.

En natuurwetenschappers in het Baghdad van de achtste, negende, tiende eeuw.

Waar kwam al die geleerdheid ineens vandaan? En wat droegen beroemdheden als Al-Haytham, Al-Khwarizimi en Al-Biruni bij aan onze kennis van de wereld? Daarover gaat het boek Pathfinders van de Iraaks-Britse natuurkundige en popularistor van de wetenschap Jim Al-Khalili.

Het begon allemaal in Baghdad, zegt Al-Khalili, met de zogeheten Vertaalbeweging, die stimuleerde dat allerlei werken uit bijvoorbeeld de Indische en vooral de Griekse tradities in het Arabisch werden vertaald. De bedoeling daarvan was in eerste instantie puur praktisch: men was vooral geïnteresseerd in technieken om de leefomstandigheden te verbeteren. Ook b…

Geraint F. Lewis en Luke A. Barnes. A Fortunate Universe. Life in a Finely Tuned Cosmos. Cambridge: Cambridge University Press, 2016

Er is geen groter pedagogische moeilijkheid dan mensen uitleggen dat je iets niet weet. Ik heb herhaaldelijk gezien dat groepen mensen in woede ontstaken als je vertelde dat dit of dat eigenlijk onzeker is. Dat jij dan weliswaar de deskundige bent, maar er toch ook weinig van begrijpt. Wat ben jij dan voor deskundige? Waarom moeten zij dit dan leren respectievelijk er een avond aan besteden? En toch, als je willekeurige welke deskundige diep in de ogen kijkt, geeft hij toe dat hij in wezen geen idee heeft. De ware taalkundige heeft geen idee wat taal eigenlijk is, de ware bioloog staat voor een raadsel waar het om het leven gaat, en de ware natuurkundige geeft toe: de materiële wereld is maar een bizar samenraapsel. Waarom mensen daar zo boos over worden, is mij een raadsel.Ik vind het juist wel fijn om zoiets te lezen. Althans, ik zou natuurlijk ook best graag iemand tegen willen komen die alles zou kunnen uitleggen. Maar omdat ik het idee heb dat zulke mensen niet bestaan – dat de …

Ionica Smeets. Het exacte verhaal. Wetenschapscommunicatie voor bèta's. Amsterdam: Nieuwezijds, 2017 (2014)

Eén reden om het boek van Ionica Smeets te lezen: om je een echte bèta te voelen. Ze zegt namelijk expliciet dat ze haar tips expliciet richt op bèta's, maar die tips geven mij de hele tijd het gevoel dat het inderdaad zo moet, dat je het niet beter kunt zeggen dan hoe Smeets het doet. Dus ik moet wel een bèta zijn.

Leren wetenschappelijk te communiceren is als het leren van veel zogeheten 'soft skills'. Je hoeft weinig technieken te leren die je niet eigenlijk al beheerst; je hoeft niet vingervlug te worden of je geheugen in eindeloze sessies te trainen. Je moet leren praten en schrijven over je vak op een manier die je zelf ook prettig zou vinden. Praten en schrijven kun je enerzijds al. En anderzijds worden die vaardigheden nooit routine, hoe vaak je het ook probeert. Je moet toch altijd iets maken dat er nog niet is, dat in de omstandigheden past, die er nooit eerder waren; dat voor dit publiek bedoeld is, dat nooit eerder deze samenstelling had.

Smeets heeft een soort…

Ewoud Kieft. Het verboden boek. Mein Kampf en de aantrekkingskracht van het nazisme.

Mein Kampf is een taboe: een verschrikkelijk boek dat je niet moet lezen, omdat het, ja, waarom? Omdat het misschien altijd nog lezers kan aantasten en veranderen in nazi's?

De historicus Ewoud Kieft zou een voorwoord schrijven voor een wetenschappelijke Nederlandse editie van dit boek, maar die editie zou uiteindelijk niet verschijnen. Kieft besloot daarop het voorwoord, waarvoor hij al wel onderzoek zou doen, als een boek uit te geven. En dit is dat boek, een mengeling van een beschrijving van wat er in het boek staat, in wat voor omstandigheden Hitler het schreef, en in wat voor omstandigheden Kieft het las.

Kieft heeft willen laten zien dat we het boek serieus moeten bestuderen, dat het taboe inmiddels eigenlijk contraproductief werkt. Het zorgt ervoor dat we het verontrustende, het griezelige niet confronteren: dat het boek, dat Hitlers boodschap aantrekkelijk is geweest voor zoveel verstandige mensen.

Eigenlijk is zijn analyse van het boek nog niet eens zo verrassend in zijn…

Andrea Marcolongo. La lingua geniale. 9 ragioni per amare il greco. Bari-Roma: Laterza, 2016

Het Grieks! Er zijn honderden redenen om dol op die taal te zijn. Omdat het een menselijke taal is. Omdat de Odyssee erin geschreven is. Omdat het je de mogelijkheid geeft schaduwen van gedachten van enkele duizenden jaren geleden rechstreeks te aanschouwen, ook al kun je die gedachten nauwelijks nog begrijpen.

De Italiaanse graeca Andrea Marcolongo heeft een boekje geschreven met "9 redenen om van het Grieks te houden" dat in Italië behoorlijk populair geworden is. Dat is ook wel terecht, het boekje is aanstekelijk en het is fijn dat er iemand is die zo enthousiast kan schrijven over de aoristus en de dualis. De basis van wat ze beweert – dat het Grieks zo uniek is – is een beetje onzin: er zijn meer talen die werkwoordelijk aspect hebben, of een dualis of naamvallen. Het Grieks is een menselijke taal en heeft dus de eigenschappen van een bepaalde menselijke taal, ook al zijn sommige aspecten dan uit sommige moderne Europese talen verdwenen.

Maar het levert wel aardige besc…

F. Bordewijk: Karakter, 1938.

Ieder boek dat je leest, plooit zich naar de tijd waarin je het leest. En zo las ik Karakterde magistrale roman van Bordewijk uit 1938, ineens niet als een boek over hoe je door hard werken op kunt klimmen, hoe je als zoon vermorzeld kan raken tussen je vader en je moeder of over het vooroorlogse Rotterdam, maar als een boek over het feminisme. Het boek gaat over Jacob Willem Katadreuffe, onwettig zoon van de deurwaarder Dreverhaven, die de naam van zijn moeder, de handwerkvrouw Katadreuffe aanneemt, en die op zekere leeftijd ineens tot grote ambitie wordt gedreven en zich dan, ondanks allerlei tegenwerking van zijn vader en kennelijke desinteresse van zijn moeder met hard werken weet op te werken tot advocaat. Maar op de achtergrond speelt de hele tijd de vraag een rol of en hoe vrouwen en mannen van elkaar verschillen, en vooral: wat dit betekent voor het werk.

Guus Kuijer. Hoe een klein rotgodje God vermoordde. Amsterdam: Athenaeum, Polak & Van Gennep, 2006.

Guus Kuijer is de uitvinder van een nieuwe stroming in het Nederlandse geestelijk denken: het vrijzinnig atheïsme. Hij gelooft niet in God, maar hij valt er anderen niet mee lastig. Zijn gedachtewereld staat tegenover die van orthodoxe atheïsten als Richard Dawkins als het denken van Harry Kuitert tot dat van de SGP, en de ware atheïst zal het dan ook behoorlijk moeilijk hebben met het werk van Kuijer van de afgelopen jaren: van zijn Bijbel voor ongelovigen, waarvan binnenkort het laatste deel verschijnt tot en met zijn tien jaar geleden verschenen Hoe een klein rotgodje God vermoordde.

Kuijer weigert namelijk uit te gaan van de centrale premisse van het strenge atheïsme dat alle geloof gebaseerd is op halstarrige onnozelheid. Die premisse kan bijvoorbeeld niet verklaren waarom grote geesten zich eeuwenlang met dat geloof hebben beziggehouden. Er móét wel iets waardevols in het geloof zitten – goede verhalen, waardevolle inzichten – en Kuijer wil dat eruit proberen te peuren.

Dat bete…

Bas Heijne, Staat van Nederland. Een pleidooi. Amsterdam: Prometheus, 2017.

De winnaar van de P.C. Hooftprijs 2017, Bas Heijne, weet het ook niet meer. Hij zegt aan het eind van het nieuwe boekje Staat van Nederland dat hij geen 'pamflet' heeft willen schrijven, maar een 'pleidooi'. Maar het komt niet tot een pamflet of een pleidooi, het is niet meer dan een woeste wanhoopskreet van letters, dit boekje. Het bevat opvallend lelijke taal. Zinnen als de volgende vliegen je om de oren: Volgt dat programma de insteek van Rijkxman in haar nieuwjaarstoespraak, dan wordt Zwarte Piet blijvend aangepast, om hem van zijn racistische connotaties te ontdoen, omdat "de samenleving aan het veranderen is". De analyses zijn vaak net zo vlak. Er is veel verongelijktheid in het publieke debat. Het populisme gaat niet meer weg. Dat weten we sinds Wilders en Trump. Als we elkaar blijven verketteren, komen we niet meer tot elkaar. Het boekje eindigt met een 'pleidooi': "Wil je je gehoord en gezien weten, dan zul je anderen moeten horen en zi…

Ilja Leonard Pfeijffer. Peachez, een romance. Amsterdam: De Arbeiderspers

Al het werk van Ilja Leonard Pfeijffer gaat over taal. Peachez is niet zijn eerste roman waar een botsing tussen werelden wordt vormgegeven als een botsing zonder taal: zijn Baggerboek is een eerder voorbeeld waar de taal van een geleerde wordt afgezet tegen de taal van een ongeschoolde.

Het gebeurt wel subtieler in Peachez. Beide schrijvers hebben een rijkere woordenschat en zijn ook psychologisch wat minder plat. De hooggeleerde verteller geeft weliswaar toe een groot deel van zijn leven een nogal armoedig gevoelsleven te hebben gehad – zelfs een glas wijn was een uitzondering – omdat hij altijd maar gebogen zat boven het gevoelsleven van dode Romeinen: meneer is classicus, en een heel beroemde. Maar hij heeft dan tenminste wel weet van het bestaan van gevoelslevens, en zijn eigen tekortschieten erin.

Zijn geliefde, Sarah, heeft daarentegen dan wel een wat platte manier van zich uitdrukken, en blijkt bovendien uiteindelijk nep te zijn, een fabricage van een internationale bende crim…

Peter Singer. The Most Good You Can Do. How Effective Altruism Is Changing Ideas About Living Ethically. New Haven and London: Yale University Press, 2015.

Sommige Gutmenschen onder ons rommelen maar wat aan. Ze geven nu eens aan dit goede doel en dan aan dat. Ze schrijven vrome kreten op Twitter. Ze verspillen uren van hun tijd aan eindeloze vergaderingen om een bepaalde paragraaf in het verkiezingsprogramma van de Partij voor de Dieren juist te formuleren.


Zij zouden The Most Good You Can Do moeten lezen. Dat is een recent boek waarmee de Australische filosoof en dierenactivist Peter Singer onze manier van kijken naar 'het goede leven' radicaal wil veranderen.

Wie goed wil leven, zegt Singer, moet alles in dienst stellen van het opheffen van het lijden. En hij moet dat bovendien zo efficiënt doen, door bijvoorbeeld zo snel mogelijk carrière te maken bij een bank, en keihard te onderhandelen over een torenhoog salaris. En dan 80% van dat geld weg te geven, aan op een rationele manier gekozen goede doelen.
Roofkapitalistische bank Stel, je hebt de keuze, zegt Singer. Je kunt bij een goededoelenorganisatie gaan werken of bij e…

Marjolijn Februari, De literaire kring. Amsterdam: Prometheus, 2007.

De literaire kring van M. Februari is een boek van voor de klap, een boek over onschuldiger tijden. Het verscheen tien jaar geleden, in 2007, en gaat over de nasleep van gebeurtenissen van nog eens tien jaar eerder. In 2007 was zo ongeveer iedereen het erover eens dat 'wij van de elite' in de tweede helft van de jaren negentig wel erg naïef waren geweest. Wat een hoerastemming had er geheerst over hoe goed Nederland het deed! Had premier Kok, het saggerijnige boegbeeld van die elite, op zeker moment niet in de Kamer voorgesteld om nu maar de wave te doen met zijn allen? En moest daarvoor niet onder allerlei tapijten worden geveegd wat een schandelijke uitwerking onze successen hadden op het leven daarbuiten? En had 9/11 ons niet sowieso wakker geschud? Schandaal De leden van de literaire kring waarover Februari's roman gaat verwijzen in ieder geval regelmatig naar 9/11. In de tijd die daarna komt moet je niet meer komen aanzetten met onbenullige niemendalletjes. Diepgrav…

Jeroen Brouwers: Het verzonkene. Amsterdam: Arbeiderspers, 1979

Niets kan een mens nostalgischer maken, dan literair gescheld uit de jaren zeventig. Een tijd waarin een schrijver nog op zoek moest gaan naar onderwerpen om over te schelden, omdat hij dat zo fraai kon! De wanhoop die erachter voelt: wat nu als het er allemaal niet meer toe doet omdat de wereld al eigenlijk volmaakt was?
Heerlijke tijden.
"Het verzonkene" schrijft Brouwers in de aantekeningen achterin dit boekje, "is mijn reactie op (ander andere, maar wel in hoofdzaak) het artikel Panoptikum. Het subjektivistiese proza van de jaren zeventig door Anthony Mertens." En dit nadat hij 144 pagina's tekeer is gegaan tegen dat 'subjektivistiese proza' in dan weer een heel andere vorm van proza, die Brouwers zelf vast heel mooi vond.
Het subjektistiese proza werd ook wel 'ander proza' genoemd; het was experimenteel van opzet, en het is om die reden eigenlijk nooit echt gelezen. Het was niet begrijpelijk genoeg. Waarom iemand, een andere schrijver, zich…

Eva Rovers. Boud. Het verzameld leven van Boudewijn Büch. Amsterdam, Prometheus, 2016.

Toen Boudewijn Büch overleed, was ik hem eigenlijk al een beetje uit het oog verloren. Ik heb geen enkel van zijn optredens bij Barend & Van Dorp ooit gezien, maar ook de laatste jaren van De wereld van Boudewijn Büch heb ik gemist, ik las over het algemeen de bladen niet waar hij columns in schreef en nu ik Eva Rovers' biografie lees merk ik dat ik eigenlijk alleen de boeken ken van rond het midden van de jaren tachtig.

De tijd dat ik zelf voor het eerst enorme stapels boeken begon te verslinden.

De laatste jaren kom ik hem weleens tegen. Hij heeft nog steeds een enorme naam onder met name tv-makers als hét voorbeeld van een popularisator van cultuur en van wetenschap, vanwege zijn enthousiamse, vanwege zijn mooie verhalen. Zo moet het eigenlijk, hoor ik die tv-makers zeggen.

Als je dit boek leest, denk je: ja, zo moet het misschien voor de televisie; maar zo moet het misschien niet voor de mens.

Wat vooral opvalt, bij Büch, is hoe oppervlakkig alles was in allerlei opzichten…

Camille Paglia. Break, Blow, Burn. New York: Pantheon Books, 2005

Ik heb iets waarover ik nog nooit bij iemand anders heb gelezen: ik kan geen poëzie in vreemde talen lezen.

Ik houd enorm van gedichten, ik kan me uren verstoppen in een dichtbundel, als ik 's nachts niet slapen kan, zeg ik gerust een heel repertoire aan gedichten op voor mezelf. Maar allemaal in het Nederlands.

Ik lees ook heus wel andere talen: kranten, tijdschriften, essays, romans, allemaal met veel genoegen en veel plezier. Wanneer een boek geschreven is in een taal die ik voldoende beheers, ben ik doorgaans snobistisch genoeg om mijn neus op te halen voor het origineel.

Maar gedichten in een andere taal dan het Nederlands? Nee. Zelfs in het Engels niet, wat toch een van mijn sterkere talen. Ik kan heus wel de belangrijkste namen uit de traditie opsommen, en ik kan ook wel de klassiekers uit die traditie herkennen. Maar om nu te zeggen dat ik ooit voor mijn genoegen zo'n dichter ga lezen.

Op mijn oude dag wilde ik daar nog eens wat aan veranderen. Een tijdje geleden hoord…