30.7.16

Zadie Smith. White teeth Hamish Hamilton, 2000.

Ik zou misschien kunnen betreuren dat ik de afgelopen zestien jaar nodeloos zonder dit boek heb doorgebracht en dat ik mezelf daardoor veel plezier heb ontnomen. White teeth is een klassiek soort roman, van een type waar ik van houd: veel karakters met allemaal hun eigen gelijk, wiens leven elkaar gedurende de roman op verschillende manieren raken. Een boek dat grappig is en tegelijkertijd wat biedt om over na te denken.

Gedane zaken nemen geen keer. Ik heb dan nu pas kennis genomen van Archie Jones en Samad Iqbal, van hun onderlinge vriendschap, van hun vrouwen, hun kinderen en nog een paar andere familieleden. Ik heb nu pas het fraaie vlechtwerk gezien waarmee het Londen van zo'n beetje het laatste kwart van de vorige eeuw wordt vormgegeven. 

Maar dat heeft natuurlijk ook allerlei voordelen. Ik heb bijvoorbeeld ineens een hele stapel boeken die Smith na haar debuut geschreven heeft in het vooruitzicht. En vooral: het boek biedt, recht vanuit het prille begin van deze eeuw, van vóór 9/11 en alles wat erop volgde, een interessante blik op de problemen waar we – waar Engeland, maar ook wij – nu inzitten.

Dat komt in de eerste plaats natuurlijk door sommige verhaallijnen. Het geworstel met identiteit van de migrant en vooral van de tweede generatie, dat fraai wordt geïllustreerd in de eeneiïge tweeling Millat en Magid, waarvan de eerste zich aansluit bij een radicaal (zij het enigszins knullig) islamistisch clubje en de ander juist de zegeningen van de westerse wetenschap omarmt. Of ook de vreselijke onhandige mengeling van goedwillendheid en arrogantie waarmee het middenklassegezin Chalfen degenen die het minder hebben tegemoet treedt.

Het komt óók door wie er niet in dit boek voorkomt. Ik geloof niet dat er ook maar één personage in dit boek voorkomt die nu voor de Brexit zou hebben gestemd. Het boek beschrijft nu juist precies de alliantie tussen de middenklasse en de migranten waardoor veel Brexit-stemmers zich buitengesloten lijken te voelen. En het lijkt die mensen ook niet te zien. (Er is natuurlijk de roodharige, door en door Engelse Archie, maar die is uiteindelijk natuurlijk toch met een Jamaicaanse getrouwd en heeft een Bengali als beste vriend.)

En het laat op een zelfde manier eigenlijk ook zien wat een explosieve lading internet aan de mix heeft toegevoegd. Uitvoerig en hilarisch wordt beschreven hoe aan het begin van de jaren negentig zowel de islamisten als de dieractivisten met papieren foldertjes aan het hannesen zijn om hun boodschap uit te dragen en elkaar te overtuigen. Ach god, ja, die foldertjes. 

Had met name de jongeren in dit boek Facebook gegeven, en er was heel wat meer geschreeuw geweest.

16.7.16

James Shapiro. The Year of Lear. Shakespeare in 1606. New York: Simon & Schuster, 2015.

1606 was voor Engeland ongeveer een even chaotisch jaar als 2016. De pest woedde, rondom de relatief jonge koning James waren er de hele tijd allerlei geruchten, men dacht voortdurend dat hij in gevaar was of al gedood, zijn plannen om te komen tot een Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittanië wilden maar niet van de grond komen, en men verdacht 'de katholieken' van van alles en nog wat.

Tegen die achtergrond schreef William Shakespeare twee van zijn beroemdste stukken: King Lear en Macbeth. In The Year of Lear laat de Amerikaanse Shakespeare-kenner James Shapiro zien hoeveel die stukken en de werkelijkheid van dat jaar met elkaar te maken hadden: hoe de werkelijkheid doorsijpelde in de stukken, hoe wat Shakespeare moet hebben gelezen te maken had met discussies die werden gevoerd, hoe de schrijver de stukken gebruikt moet hebben om zijn tijd beter te begrijpen, hoe wij kennis over zijn tijd kunnen begrijpen om de stukken beter te begrijpen.

Een interessant deel van The Year of Lear gaat bijvoorbeeld over het begrip equivocation: expres zo spreken dat wat je zegt waarschijnlijk verkeerd geïnterpreteerd gaat worden, zodat je voor je eigen geweten niet liegt. Voor 1606 kwam het in het werk van Shakespeare eigenlijk niet voor; in dat jaar was er een enorm debat over een al dan niet werkelijk bestand handboek voor equivocation door katholieken en met name in Macbeth speelt het woord, en het begrip, een hoofdrol, ongeveer zoals de unie van het koninkrijk een cruciale rol speelt in King Lear: zonder dat de schrijver nu een eenduidig politiek standpunt aanneemt.

Ach, zou je kunnen zeggen, had deze woelige tijd ook maar schrijvers als Shakespeare. Maar gelukkig, zou je kunnen zeggen, heeft deze arme tijd in ieder geval nog geleerden als Shapiro met briljante ideeën als voor een boek als The Year of Lear.

2.7.16

H.M. van den Brink. DIJK Amsterdam: Augustus, 2016

Het is ongelofelijk dat sommige dingen verdwenen zijn. Nooit heb je gemerkt dat ze aan het verdwijnen waren, ze leken bedoeld voor de eeuwigheid en ineens besef je: ze zijn er niet meer. Wat ooit belangrijk was, blijkt er toch in het geheel niet toe te doen, althans de mensen interesseert het eigenlijk niet. Terwijl je, als iemand het voor zou stellen als iets nieuws, je zou kunnen denken: ja, waarom niet.

In Dijk roept H.M. van den Brink een wereld op waarvan ik alleen als kind een staartje van heb meegemaakt en die me desalniettemin met een zekere weemoed vervulde: die van de middenstand met zijn aluminiumdoppen en papieren zakjes, van de groenteboeren en de kruidenieren. En die van de mannen van het IJkwezen die de middenstand controleren om te zien of ze hun maten wel eerlijk gebruiken.

Van de Brink beschrijft die wereld niet eens als alleen maar positief. Hij laat subtiel zien hoe hard hij kon zijn voor iedereen die ook maar een klein beetje buiten de norm viel. Maar hij beschrijft de rechtlijnigheid in zulke frisse kleuren alsof je in een film zit van Alex van Warmerdam naar een roman van Bordewijk.

De verandering die hij beschrijft lijkt me er vooral een van het abstracter worden van de norm. Die strenge, strikte maten en gewichten van de jaren zestig waren gebaseerd op concrete objecten. Het werk van de mannen van het ijkwezen bestond eruit om een Platonisch ideaal uit te dragen, maar ze deden dat met concrete gewichtjes in hun tas die uiteindelijk waren afgeleid van een concreet model dat in Parijs lag. Tegenwoordig zijn die maten abstracter geworden en gebaseerd op natuurwetten die overal hetzelfde zijn. Tegelijk is hun naleving zoals de verteller zegt 'geprivatiseerd'. De norm is overal en hij is tegelijk nergens meer.

Het mooiste aan dit boek, de reden waarom ik het al dagen aan iedereen aanraad als vakantieboek, is echter de fraaie kraakheldere sfeer en het decor. Ik las onlangs dat het bij een roman uiteindelijk meer gaat om de plaats waar het zich afspeelt dan om de karakters of het verhaal, en dat lijkt me zeker het geval voor DIJK. Ik heb de vroege jaren zestig zelden zo sterk gevoeld, het Noord-Holland van die jaren zelden zo helder voor me gezien als in dat boek. Ik geef niet eens speciaal om die periode, of om die regio. Maar wat Van den Brink ervan laat zien is adembenemend.