Doorgaan naar hoofdcontent

William Boyd. Ordinary Thunderstorms. London: Harper Perennial, 2011 (2009).

De thriller is niet echt mijn genre. Door het opvoeren van de spanning word ik van de weeromstuit almaar afstandelijker, zie steeds meer de schrijver achter zijn computer zitten spelen met mijn onwetendheid als lezer.

Waarom heb ik het dan toch gelezen? Omdat ik me herinnerde dat ik van Boyd weleens eerder boeken gelezen had, die me amuseerden – al herinnerde ik me niet dat ik in 2005 schreef dat 'ik niet snel weer een boek van Boyd' ging lezen. Nu ja, echt snél is acht jaar na dato ook weer niet.

Ik wist nog wel dat in die boeken van Boyd iemand die alles voor elkaar dacht te hebben altijd binnen korte tijd alles verliest. Dat gebeurt nu ook weer: aan het begin komt een jonge klimatoloog, na een scheiding teruggekeerd uit Amerika naar Londen, door een ongelukkig toeval terecht in het huis van een farmacoloog die net vermoord blijkt te zijn. Hij doet daar een paar stomme dingen waardoor de verdenking over die moord alleen maar op hem kan vallen. Hij duikt daarom onder voor de politie, in de onderkant van de Londense samenleving van daklozen, prostituées, bedelaars. En ondertussen zit er een soort beroepsmoordenaar achter hem aan, ingehuurd door het farmaceutische bedrijf.

Ik weet eigenlijk niet of het een echte thriller is. De spanning wordt niet echt opgevoerd. Dat van die moordenaar is bijvoorbeeld wel een feit, maar je hebt niet het idee dat die man ooit echt te dicht in de buurt komt. Adrian Kindred bevindt zich eigenlijk nadat hij uit de kamer met de vermoorde man is vooral een boek lang in een nogal ongemakkelijke situatie.

De schrijver speelt daar een beetje mee, en met het idee dat iemand voor iemand soms voor iemand anders wordt aangezien dan hij werkelijk is. Zo treedt Adrian toe tot een kerk die John Christ heet, omdat de aanhangers denken dat Johannes de échte heiland was, en Jezus alleen maar iemand die zich voor hem had opgeofferd, zodat Johannes kon ontsnappen naar Patmos om daar zijn boek van openbaringen te schrijven. Mindere schrijvers hadden aan zo'n mooi idee een groot deel van het boek opgehangen, voor Boyd speelt het maar zo'n beetje tussen neus en lippen door een rol.

Ik heb me daarom best geamuseerd met Ordinary Thunderstorms. Over 8 jaar misschien weer eens een Boyd.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…