Doorgaan naar hoofdcontent

Christiaan Weijts. De linkshandigen. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2014.

Tegen het eind van De linkshandigen duikt er ineens een nieuw personage op: I'm a friend of Emma's. Quinten. Hij is iemand die alles blijkt te weten van het geheim van Simon, het centrale personage van het boek, en die hem toch geen kwaad wil doen.

Iedere Nederlandse lezer moet bij die naam natuurlijk even aan Harry Mulisch denken: het is de voornaam van centrale figuur in De ontdekking van de hemel, degene om wie de schrijver zorgvuldig een wereld heeft opgebouwd waarin hij, de schrijver, niets aan het toeval heeft overgelaten. Het is volkomen duidelijk wie er de baas is – de schrijver – en dat vooral Quinten uiteindelijk een pion is die precies wordt gevormd om te doen wat nodig is: de hemel ontdekken nu de mensen onder andere door hun gehechtheid aan de techniek zijn kwijtgeraakt.

Het is inmiddels 22 jaar later. De linkshandigen lijkt me in allerlei opzichten een vervolg op De ontdekking van de hemel.

Wat Mulisch niet kon voorzien: dat de (communicatie)techniek zich zo zou ontwikkelen dat bedrijven evenveel greep zouden krijgen op reële mensen als Mulisch op zijn personages. In De linkshandigen is het een telefoonbedrijf, S&M, dat zoveel weet van alle gebruikers dat het iedereen volkomen in zijn greep heeft: eerst de werknemers van het bedrijf, en gaandeweg ook de klanten. Dat Simon eens min of meer per ongeluk een werknemer van het bedrijf heeft gedood, daarvan is geen bewijs, behalve een tekening die hij nooit aan iemand heeft laten zien. En die het bedrijf desalniettemin in zijn bezit lijkt te hebben, zoals hij voor werknemers van het bedrijf ook na ingewikkelde zwerftochten makkelijk te zien lijkt te zijn.

Tegelijkertijd is de wereld met de nieuwe meesters – niet langer de god-kunstenaar, maar het bedrijf – er niet ordelijker op geworden. Waar in Mulisch' roman nog geen boom kan omvallen of het is wel deel van een ingewikkeld, de kosmos omspannend plan, daar zitten in Weijts boek allerlei heel opvallende draden expres los: in het eerste deel van het boek wordt ter sprake gebracht dat er langs de snelweg allerlei losgehakte lichaamsdelen worden gevonden, en wordt gesuggereerd dat Simons reisgenote Katherina misschien iets te maken kan hebben met die moord of moorden, maar op een bepaald moment blijkt het een onbekend iemand anders geweest te zijn. Die afgehakte lichaamsdelen dienden geen enkel plan.

Die chaos heerst ook niet alleen in de buitenwereld, maar ook in de binnenwereld, waar de linkerhand niet alleen niet weet wat de rechter doet, maar zelfs af en toe iets geheel anders doet. Het spelletje dat Weijts speelt met de al dan niet aangenomen linkshandigheid van zijn personages is ook nogal Mulischiaans – inclusief de gymnasiale gelijkstelling van linkshandig en sinister. Alleen is het volkomen duidelijk dat de schrijver bij Weijts het allemaal niet meer in de hand heeft – dat zijn de bedrijven.

Zo zijn er veel meer kleine verbanden aan te wijzen: de cello die in beide boeken een rol speelt, de euthanasie die een eind maakt aan het leven van de celliste. Ik wil daarmee niet zeggen dat je De linkshandigen alleen kunt lezen als je De ontdekking van de hemel kent – het lijkt mij dat je ook zonder Mulisch een mooi, spannend, bedachtzaam boek in handen hebt. Maar het contrast met het nog niet eens zoveel oudere boek van de betreurde meester, maakt De linkshandigen nog net wat melancholieker.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Nick Hornby. Funny Girl. Penguin, 2015.

Nick Hornby leeft in een fijne wereld, die uit twee kanten bestaat. Aan de ene kant is er competent uitgevoerd werk. Aan de andere kant bestaat er pretentieloos, maar daarom niet minder competent uitgevoerd vermaak.

Het is een wereld van romantische komedie, zij het dat die komedie ook nog best 30 jaar door kan gaan en dan nog altijd niet verzuurt. Het is een wereld waarin je af en toe geniet van een voetbalwedstrijd en dan weer van een goed boek. Het is een wereld waarin je niet eens heel veel moeite hoeft te doen om mooie, door veel mensen gemaakte dingen hoeft te maken, omdat het je eigenlijk allemaal aan komt waaien.

Het is in dit boek de wereld van Barbara uit Blackpool die aan het begin van de roman – die zich afspeelt in de jaren zestig – wegloopt als ze tot Miss Blackpool verkozen wordt en denkt dat er iets beters op haar wacht en die dan binnen korte tijd inderdaad haar eigen sitcom krijgt op de BBC. Die moeiteloos vervolgens miljoenen kijkers aan zich bindt.

Veel spanning zi…