27.6.05

Ilja Leonard Pfeijffer. In de naam van de hond. De grote gedichten. Amsterdam: Arbeiderspers, 2005.

Er zijn mensen die niet van de gedichten van Ilja Pfeijffer houden — mensen die zich niet laten afleiden door zijn tv-optredens en zijn polemieken, maar die toch zijn gedichten teveel van het goede vinden. Ik begrijp die mensen wel, maar ze hebben ongelijk. Dat bewijst deze bundel, die je alleen kunt begrijpen als je hem in een keer doorleest — als ik voldoende romantisch zou zijn, zou ik zeggen: 's nachts, met een fles drank bij de hand. Maar volgens mij zijn die extra's niet nodig, ook op een warme dag in de Leidse hortus botanicus werkt het prima. Je moet je wel willen laten meeslepen door duistere hoofdletterloze regels als:

en weer mist november met negen warmgesluierde haremarmen
in slierten zachtvochtige sitarmuziek te huilen op blootgevreeëen
pasjabuik verkussend maar hij laat zich omlippen en bearmen
als een landerij onder loom likkend zonlicht het is een boek
waarin geen fatsoenlijke vrouw voor wil komen

Bovendien blijkt de dichter (verderop in ditzelfde gedicht) nota bene Manu Chao te citeren:

je ne t'aime plus
mon amour
je ne t'aime plus
tous les jours

Zoals je naar Manu Chao luistert, zo moet je ook Ilja Pfeijffer lezen: om erop te dansen. Net als Manu knipt Ilja van alles door zijn werk:

zeg maar dat alles jippiedepippie is
maar dat je dan zoiets hebt van hallo

en voor je het weet danst zij te lang met een onbekende
die doe gezond in je hoofd zomaar een vriend is en voor
je het weet zijn er voicemailberichtpiepjes en zegt zij niet
wie het is maar ze glimlacht heus wel monkelmokkelend

En net als bij Chao klinkt tussen alle tranen toch ook wel wat woede en wat treurnis:

geef mij een heuse stem dat ik naar waarheid hoest
wat ik gedronken heb bij wie ik onbetaald ben klaargekomen
en geef mij een schorre keel dat ik drink en de rest
is een vuistje vol schaamte kuchen
en ik laatte een vloekje terwijl ik verliefd werd
op een bikinireclame en ik bestelde
nog een engel

ik begin opnieuw

En nu gooi ik de vergelijking met Manu Chao weer weg. Dit is een prachtbundel.

26.6.05

Franz Kafka. Amerika. München: Süddeutsche Zeitung Bibliothek, 2004.

Net als de vorige drie boeken die ik gelezen heb, gaat ook Amerika weer over een Europeaan in de Verenigde Staten. Althans, daar lijkt het op. In werkelijkheid komt er geloof ik geen enkel met name genoemd persoon in het boek voor die geen Europeaan is (alleen van de zangeres Brunelda weet ik het niet zeker). Het gaat dus meer over Europa, en een ander lijkt zich enkel in Amerika af te spelen om er zeker van te zijn dat Karl Rossmann niet zomaar naar huis kan terugkeren.

Het boek is nogal fragmentarisch en dat maakt het moeilijk om te lezen. Het verhaal leidt niet ergens naar toe, het is door Kafka nooit voltooid, en het vereiste wat wilskracht om door te zetten. Toch zal ik dit boek niet snel vergeten. Een beetje bladeren op het internet leert dat ik weinig over het boek zou kunnen weten zeggen dat iemand anders niet al eerder gezegd heeft. Zo deed de sfeer me af en toe onweerstaanbaar denken aan Modern Times van Chaplin denken: dezelfde confrontatie van het individu met het fraai gestileerde onmenselijke apparaat van de technologie. Er zit een scene in het boek waarin de waanzinnige telefoonkamer van het bedrijf van Karls oom wordt beschreven; die zou ook in die film kunnen zitten (en ook in een film van Tati, natuurlijk). Maar die overeenkomst blijkt al door Max Brod gezien. Heel grappig is Amerika niet, al staan er wel fraaie zinnen in: »Wenn alle Menschen wegen jeder Kleinigkeit so weinen wollten wie du, müßten die Leute auf allen Balkonen weinen.«

4.6.05

Timothy Garton Ash. Free world. Why a crisis in the West reveals the opportunity of our time. London: Penguin, 2005 (2004).

Artikelen van Garton Ash over de oorlog in Irak en over de verhouding tussen Amerika en Europa in de New York Review of Book heb ik met veel plezier gelezen -- maar ik kan niet anders zeggen dan dat dit boek me tegengevallen is. Amerika en Europa verschillen cultureel helemaal niet zoveel van elkaar, dat lijkt de boodschap van dit boek te zijn, het ligt allemaal veel genuanceerder. En trouwens, als ze wel van elkaar verschillen, vullen ze elkaar aan. Frankrijk en Engeland verschillen trouwens ook niet zoveel van elkaar. Het ligt allemaal een stuk genuanceerder, begrijpt u. In het tweede deel ontheelt Garton Ash een toekomstvisie, en dat is een heel degelijke, sociaal-democratische. We moeten proberen elkaar te begrijpen, we moeten proberen de landen die zuchten onder een dictatuur heel voorzichtig (zonder militair ingrijpen) de vrijheid te brengen, we moeten wat doen aan de armoede in de wereld, en dan vooral in het Arabische deel ervan. Heel redelijk allemaal, maar het verrast nooit en zet je (dus) ook nooit aan het denken.