29.10.05

Carla Boos (redactie). Andere tijden. Amsterdam/Antwerpen: L.J. Veen, 2004.

Dit boek heb ik gekregen van de redactie van Andere tijden omdat ik een keer aan het tv-programma heb meegewerkt. Het boek is, als ik het goed begrijp, gebaseerd op de uitzendingen van het seizoen 2003-2004. Dat levert een merkwaardige uitgave op: ongeveer vijfentwintig korte beschouwingen over allerlei historische onderwerpen (de Bilderberg-conferentie, de Iraanse opstand, het racisme van Gerard Reve, de beslommeringen van het Nederlands elftal in 1974) zonder veel samenhang, ook al zijn ze dan in enkele thema's gegroepeerd --- maar die hebben dan ook algemene titels als 'catastrofes', 'orde en gezag', 'euforie', enz. Alles bij elkaar is dit meer een dik uitgevallen populair-wetenschappelijk tijdschrift over geschiedenis dan een boek: plezierige treinlectuur.

22.10.05

Daniel de Roulet. L'homme qui tombe. Paris: Buchet/Chastel, 2005.

Een maandlang heb ik in dit boekje gelezen, en ik heb het nog niet uit, en het interesseert me eenvoudigweg niet genoeg om het uit te lezen. Een werkzieke ingenieur die werkt voor een atoomenergiebedrijf komt in quarantaine (vanwege de SARS, weet u nog) vast te zitten en raakt daar verstrengeld met het leven van een Tsjetsjeense dame. Op het eind van het verhaal moet hij van een gebouw vallen, want zo begint het boekje, maar hoe dun het boekje ook is, ik kan het niet opbrengen om uit te gaan vinden waarom dat nu precies gebeurt. Ik moet toch ook weer verder met mijn leven, ik kan toch maar niet bezig blijven met die bordkartonnen figuren uit de pen van meneer Roulet.

Edward van de Vendel. Wat rijmt er op puree? Amsterdam: SCNP/Querido, 2005. (Kinderboekenweekgeschenk)

Ik kan me niet herinneren dat ik voor het laatst een kinderboekenweekgeschenk gelezen heb, maar vorige week kocht ik een boek op de laatste dag van de kinderboekenweek en mocht dit toen ook meenemen. Nu heb ik het ook maar gelezen, ook omdat ik al een maand worstel met mijn onvermogen een boek te vinden dat ik uit kan lezen. (Dat ligt meer aan mij dan aan de boeken, natuurlijk.) Wat rijmt er op puree? is in de eerste plaats heel modern: de hoofdpersonen rappen, een klasgenootje draagt een hoofddoekje, de leraar is homo, het is wat dat betreft dik in orde (alleen wordt er wel meer gezegd over het beroep van de vader van de hoofdpersonen dan over dat van de moeder). Van een verhaal is helaas niet echt sprake, of in ieder geval niet van een verhaal dat je bijblijft. De hoofdpersonen -- een tweeling -- krijgen ruzie met de invaljuf, en beginnen haar te pesten. Voor straf moeten ze daarom de hele herfstvakantie thuisblijven. Ze ontmoeten dan hun buurmeisje, op wie ze een beetje verliefd raken, en aan het eind van de vakantie maken ze het weer goed met de juf. Wat een braaf avontuur! Ik kan me toch niet echt voorstellen dat een kind zoiets met rode oortjes leeft. Waar is de goede oude tijd gebleven van de echte ondeugendheid?