14.6.08

Ernest Hemingway. The Old Man and the Sea. New York: Scribner, 2003 (1953).

Ernest Hemingway. The Old Man and the Sea

Een oude man, Santiago, is alleen op de oceaan. De jongen die hem altijd hielp bij het vissen, mag van zijn ouders niet meer met de oude man mee — het geluk heeft hem verlaten. Dus gaat hij er alleen op uit, en vangt een enorme zwaardvis (althans, de Engelse tekst noemt het een marlin en de plaatjes die Google daarop geeft zou ik benoemen als een zwaardvis). Enkele dagen en nachten strijdt de oude man met de zwaardvis, om hem tenslotte te doden. Voordat hij terugkomt in de haven is al het vlees van de vis al door de haaien opgegeten.

De oude man is kortom, op een totaal andere manier alleen dan de hulpboukhouder Bernardo Soares in Het boek van de onrust van Fernando Pessoa dat ik eerder deze week uitlas. Hij praat wel een beetje met zichzelf, maar hij is toch vooral bezig te leven, te strijden en dus te leven. Hij is een ouderwets mytisch soort held - oud maar vitaal, 'pijn betekent niets voor een man', denkt hij ergens, en dat zou Soares nooit denken. Santiago wint uiteindelijk dan ook, al komt hij bijna met lege handen terug: het gigantische geraamte van de vis is het bewijs van de geleverde strijd.

Ik voel meer voor Hemingway dan voor Pessoa. Dat is misschien een beetje raar, voor iemand die werkt op het instituut dat model stond voor Het Bureau en nog nooit ook maar een spierinkje gevangen heeft, maar in plaats daarvan op een uithoek van het internet iets opschrijft over de boeken die hij gelezen heeft. Toch denk ik dat ik meer een vechter ben, maar wie weet is dat allemaal maar escapisme van de kantoorklerk.

12.6.08

Fernando Pessoa. Das Buch der Unruhe des Hilfsbuchhalters Bernardo Soares. Frankfurt: Fischer, 2003 (1982).

Fernando Pessoa. Das Buch der Unruhe

Vertaling: Inés Koebel

Bernardo Soares, het alter ego van Fernando Pessoa dat dit boek schreef, is vooral alleen. Hij werkt overdag en 's avonds begeeft hij zich naar zijn kamer, ergens op een vierde verdieping, ergens in Lissabon. Daar schrijft hij zijn gedachten op, en die gedachten zijn de gedachten van iemand die alleen is. Die de mensen bekijkt, die de stad bekijkt, maar die kennelijk geen vrienden heeft en nooit echt met iemand praat.

Zijn beschouwingen zijn eenzame beschouwingen, van iemand die niet meedoet aan het dagelijks leven maar erover nadenkt. Van iemand die ook, als ik het goed heb, een beetje neerkijkt op de mensen die wel aan het dagelijks leven meedoen maar die er niet over nadenken. Het leven is er om erover na te denken.

Dat mag zo zijn, maar mijn stijl van leven is het niet. Het is te gemakkelijk om je medemens van buiten te observeren, en een oordeel over hem te vellen, om het leven van je eigen gezichtspunt te zien. Maar ik voel dat je die gedachten ook moet toetsen, dat je ze aan anderen moet voorleggen. Je moet vechten in het leven, je gedachten moeten ook vechten. Gedachten zijn als water — ze moeten niet stilstaan in een plas, ze moeten stromen temidden van nog veel meer water. De wereld is er niet om van buiten naar te kijken, maar om aan deel te nemen.

Het Boek van de Onrust is niet mijn favoriete boek, Pessoa wordt niet mijn favoriete auteur. Maar ik heb er wel veel door nagedacht. Het boek lijkt wel een beetje op Het Bureau, in de bewuste afstand die de hoofdpersoon van het maatschappelijk leven bewaart, en de verhevenheid die hij voelt tegenover dat maatschappelijk leven. Pessoa is daarin nog extremer, maar de radeloosheid die mij als lezer overvalt over het totale afwijzen van contact door degene met wie je als lezer contact hebt. Het zijn allebei boeken van mensen die naar kantoor gaan, die dus de hele dag onder de mensen zijn, maar met die mensen geen contact hebben en zichzelf dan maar wijs maken dat ze zulk contact ook niet willen, omdat ze 'beter' zijn dan die anderen.