29.5.09

Alexander McCall Smith. The No. 1 Ladies' Detective Agency. London: Abacus, 2008 (1998).

Alexander McCall Smith. The No. 1 Ladies' Detective Agency Er zijn geen charmantere schrijvers dan Engelse schrijvers. Precies in de Engelse letteren heeft zich een genre ontwikkeld dat je elders nauwelijks vindt: dat van de goedgeschreven, charmante, licht ironische roman zonder al te veel leeghoofdigheid maar ook zonder al te veel pretenties. Het genre van de detectives van Agatha Christie, van de academic novels van David Lodge en van de moderne satires van Ben Elton.

Alexander McCall Smith is de nieuwste loot aan deze boom. Zijn hoofdpersoon is Precious Ramotswe, een vrouwelijke detective in Botswana en de eigenaar van de 'No. 1 Ladies Detective Agency'. Ik had nog nooit van haar of haar schepper gehoord, maar in de afgelopen 10 jaar blijkt McCall Smith al 9 boeken over haar geschreven te hebben, naast nog minstens zoveel andere over andere onderwerpen.

Het zijn gelukkig geen complexe mysteries die Mma Ramotswe moet oplossen — het gaat over de problemen van alledag, een man die een minnares heeft, een werknemer die zijn baas probeert op te lichten, een kind dat verdwijnt. Het verhaal drijft op de laconieke en droge stijl, op de charme van het simpele, gewone geluk, en op een grote liefde voor Afrika. Dat zijn fijne ingrediënten voor een boek, en misschien wel voor een hele serie.

18.5.09

Tim Krabbé. Een tafel vol vlinders. Amsterdam: Bert Bakker, 2009.

Tim Krabbé. Een tafel vol vlinders Een tafel vol vlinders is een novelle die duidelijk gaat over het vaderschap, maar die voor de helft bestaat uit dagboekaantekeningen van de zoon die het nauwelijks heeft over zijn vader, ook niet indirect. En dat is dan ook meteen het commentaar op het vaderschap, want die dagboekaantekeningen volgen op het deel waarin we eerst te horen hebben gekregen hoe de vader de onderlinge relatie zag — en overwaardeerde.

Verder is dit een aangrijpend boek, op de manier waarop ik alle boeken die ik van Krabbé las aangrijpend vond: met een gevoel alsof het eigenlijk niet was toegestaan, alsof je je inlaat met sentimenten die je eigenlijk alleen maar stiekem kunt hebben: het puberale getwijfel in dit geval, de wanhoop van de negentienjarige jongen die het uitmaakt met zijn vriendin en dan ineens ziet dat het meteen nooit meer goedkomt. (Terwijl die vriendin haar vorige vriend voor hem had verlaten, en die vorige vriend haar juist telkens weer terug zou nemen. Ook nu weer.) De onbegrijpelijkheid van het leven, de onbegrijpelijkheid van de ander en van jezelf, de wanhopige pogingen om van een kind te houden van wie je uiteindelijk niets begrijpt en die je misschien opzadelt met allerlei ambities die dat kind niet dragen kan.

14.5.09

Daniel Kehlmann. Beerholms Vorstellung. Hamburg: Rowohlt, 2007 (1997).

Daniel Kehlmann. Beerholms Vorstellung Arthur Beerholm is een bijzondere goochelaar: hij weet zichzelf zo te manipuleren dat hij vergeet dat zijn hand iets anders doet dan wat de toeschouwers zien. Zo is hij zelf steeds verrast door de uitkomst van zijn kaarttrucs en dat versterkt de verrukking van zijn toeschouwers.

Beerholms Vorstellung is daarmee een boek over de kracht van het geloof. Misschien is het dat wel een beetje al te duidelijk - behalve goochelaar heeft Beerholm nog een andere ambitie in zijn leven: priester worden, al geeft hij die ambitie ook weer op. En in het prachtige einde beschrijft hij hoe hij van de televisietoren wil springen, om dan in 7 seconden neer te komen, of te blijven vliegen. In sommige opzichten doet het een beetje denken aan Life of Pi, een boek van een Canadese generatiegenoot en geschreven in dezelfde periode.

Een heel verrassend aspect aan het boek is de leeftijd van de auteur: Kehlmann was pas 22 toen hij dit boek publiceerde. Het is nog geen Vermessung der Welt. Maar het is al wel prachtig.