25.2.16

Nachoem M. Wijnberg. Van groot belang. Amsterdam/Antwerpen: Atlas/Contact, 2015.

De speltheorie is een wiskundige theorie over strategieën. Wanneer je je in een 'spel' bevindt, een situatie met een aantal duidelijk omschreven regels en een duidelijk omschreven doel (winnen), hoe kun je uitrekenen welke mogelijke stap de verstandigste is?

Het bekendste voorbeeld van zo'n spel is het prisoner's dilemma: jij en je vriend zijn opgepakt en je zit gescheiden van elkaar in aparte cellen. Je krijgt (weet je) allebei hetzelfde voorstel: wanneer je allebei ontkent, krijg je allebei een half jaar straf, wanneer jij bekent en je vriend ontkent, krijg jij niets en je vriend een jaar, wanneer jullie allebei bekennen, krijg je allebei drie jaar. Wat doe je?

De speltheorie komt regelmatig voor in Nachoem Wijnbergs magistrale bundel Van groot belang: hij wordt een paar keer expliciet genoemd, maar ook doen veel regels (of paragrafen, of hoe noem je dat) denken aan regels (of bepalingen, of hoe noem je dat) uit de speltheorie:

Je gaat naar de paardenraces en je wedt niet eens, omdat je denkt dat díe gaat winnen en als je nog eens denkt weer díé ander.

Ze laten je binnen omdat ze denken dat je om hoge bedragen wedt, maar je hebt niet eens geld in je zakken, en zo ga je ook weer weg.

De speltheorie kan een bijzonder effect hebben op je geest. Je kunt van alles en nog wat in haar licht zien. Hij wordt dan ook niet alleen meer in de economie toegepast maar ook in allerlei andere vakken (er zijn bijvoorbeeld vrij overtuigende voorbeelden van toepassingen van de speltheorie op de menselijke conversatie).

Tot de poëzie is de speltheorie nog niet doorgedrongen en terwijl ik deze bundel las, vroeg ik me af waarom niet. Ze zijn voor elkaar gemaakt – de onbeperkte mogelijkheden die ze bieden om de meest ingewikkelde scenario's te bedenken, absurde werelden voor te stellen met hun eigen regels en dan te gaan berekenen wat je zou moeten en kunnen doen als je in die wereld leefde.

De poëzie breidt de mogelijkheden van de speltheorie bovendien uit: nu kan ineens werkelijk alles, zelfs de rationaliteit hoef je niet meer aan te nemen. En zo kun je je domein nog veel verder uitbreiden, naar de geschiedenis bijvoorbeeld, of naar het recht, of naar de oorlog. Of wat niet al.

Dat komt dan ook allemaal aan bod, in deze, ik zei het al, magistrale bundel. Het komt niet vaak voor dat je langzaam maar zeker een vreemde wereld wordt ingetrokken waarin op het eerste gezicht allerlei willekeurige mededelingen worden gedaan, maar waarin uiteindelijk een bijzondere orde zit.

Een orde die tegelijkertijd voortdurend wordt aangetast: sommige gedichten zien eruit als proza en hebben dan een kort bijna lyrisch (helemaal lyrisch wordt het nooit) envoi, in sommige gedichten is het andersom. En het laatste gedicht heeft een titel die langer is dan sommige van de kortere gedichten in de bundel.

Terwijl er, tegen het einde, dan ook een reeks gedichten is met allemaal dezelfde titel: De Joden, en hun ingewikkelde verhouding met het 'spel' dat de geschiedenis is, en de economie, en alles eigenlijk: 'De Joden hebben weer eens gewonnen' is de eerste regel van het laatste gedicht dat De Joden heet. De volgende regels luiden dan:

De Joden hebben weer eens gewonnen,
en zitten op rieten stoelen
(op straat achtergelaten
omdat ze een poot misten)

Want er valt af en toe te lachen om deze gedichten: door het volkomen openbreken en serieus beschouwen van alle mogelijkheden komen er natuurlijk geregeld allerlei zaken voorbij die absurd zijn of klinken.

Want zo is de bundel: ze laat je de wereld heel anders bekijken, als een verzameling mogelijkheden waarover je enigszins onthecht kunt redeneren. En die je misschien net zo min kunt 'winnen' als het prisoner's dilemma, simpelweg omdat je niet weet welke strategie je tegenstander kiest.

21.2.16

Laurent Binet. La septième fonction du langage. Paris, Grasset, 2015.

Ik ben geen groot bewonderaar van Laurent Binet. Zijn alom bejubelde debuutroman, HHhH, heb ik vooral met irritatie gelezen: waarom moest er met zoveel vertoon van virtuositeit een spel van fictie worden geweven rondom zoiets gruwelijks als de holocaust?

Maar de titel van zijn nieuwe boek kon mij natuurlijk alleen maar verleiden: de zevende functie van de taal! En dan de aankondiging dat de dood van de filosoof Roland Barthes de aanleiding zou zijn!

De eerste helft van het boek was het ook charmant: weer een spel van fictie, maar nu niet rondom iets zo gevoeligs als de nazi's, maar rondom intellectueel Parijs (met uitstapjes naar Italië en Amerika) van 1980. Ze komen er allemaal in voor: niet alleen Barthes, maar ook Deleuze, Foucault, BLH, Sartre, Derrida, Kristeva, Sollers, De Man, Searle en Eco. Alsmede Mitterand en Giscard.

De laatste speelt een belangrijke rol — vreemd om het bericht te krijgen dat hij is overleden terwijl je fictie over hem leest — omdat het verhaal deels duidelijk De naam van de roos als model neemt: het boek is een detective, waarin een politieagent en een jonge docent filosofie de moord op Barthes proberen te ontraadselden. Het idee komt al snel op dat hij bezig was een zevende, door Jakobson weggemoffelde functie van de taal te ontraadselden: de magische, waarmee je de wereld naar je hand kunt zetten. Die functie wordt gelijkgesteld aan de performatieve van de Angelsaksische denkers: de kracht om te overtuigen.

Dat is allemaal vernuftig bedacht en vermakelijk als je iets weet over het denken over taal van 35 jaar geleden. Het zou bovendien aanleiding kunnen geven voor allerlei al dan niet interessante gedachten over de magie van de romanschrijver, die immers die magische functie beheerst. Maar het komt allemaal niet van de grond: Binet zwelgt teveel in de mogelijkheden die hij heeft, dat hij iedereen kan laten doen wat hij wil, hetgeen resulteert in bizarre kitscherige scenes van seks en geweld. Bovendien gaan al die met hun achternamen genoemde filosofen op een bepaald moment, als de grap eraf is, een beetje tegenstaan: dan doet Kristeva weer dit en Foucault weer dat. En niemand komt écht tot leven.

Binet heeft die zevende functie gewoon niet, in ieder geval niet voor mij. Ik zal me niet meer laten verleiden.