28.8.16

Carla Power. If Oceans were ink. An unlikely friendship and a journey to the heart of islam. Holt, 2015

Er is een, overwegend Amerikaans, genre nonfictieboek: een schrijver gaat een jaar lang iets raars doen. Hij wordt bijvoorbeeld professioneel scrabbelaar, hij begint als een gek zijn geheugen te oefenen, hij gaat alle regels uit de bijbel letterlijk navolgen. (Alle drie deze boeken heb ik gelezen.)

If oceans were ink, dat eind vorig jaar in allerlei lijstjes van de bete non-fictieboeken stond, hoort ook bij dit genre. Een vrij prototypische Amerikaanse liberal vrouw gaat een jaar lang met een sheikh in Oxford in Engeland de Koran bestuderen.

Wat bij het genre hoort is dat je dan natuurlijk een beetje verandert. De scrabbelaar en de geheugenkunstenaar worden een soort kampioenen, de man van de bijbelregels ontdekt zijn joodse zelf. Dus ontdekt Carla Power dat er toch ook heus een heleboel spiritueels zit in de Koran.

Het is natuurlijk te prijzen in een tijd waarin er zo overspannen over de islam wordt gedaan dat iemand zich er eens in verdiept. Mij is in ieder geval duidelijk dat de islamisering waar sommige mensen zo bang voor zijn in zekere zin lang niet ver genoeg gaat. Dat als wij in het westen – inclusief de meeste moslims hier – wat meer over de volle breedte en diepte van de islam zouden weten, een heleboel problemen zouden zijn opgelost.

We weten bijvoorbeeld dat veel van die jongens die naar Syrië reizen of hier bij ons terroristische aanslagen plegen, nauwelijks kennis hebben van de Koran. Ja, ze hebben via Amazon The Quran for Dummies binnengehaald, ze hebben wat websites gesurfd, maar langdurig gestudeerd en gediscussieerd met een echte geleerde hebben ze niet. Anders was er vanzelf wel meer nuance in hun denken geslopen.

Maar toch voelde ik me heel ongemakkelijk bij Powers boek, dat uiteindelijk toch ook zo'n genreboek is, en dat dan gecombineerd met ook weer een soort Quran for Dummies, zij het dan niet van de gewelddadige soort maar de spirituele – Power vergelijkt de houding van haar sheikh zelfs met mindfulness.

Het boek wordt naar mijn smaak ook wel wat geplaagd door exotisme. Het begint al met de unlikely friendship uit de ondertitel. Waarom is de vriendschap tussen een liberal en een sheikh uit een conservatieve traditie zo unlikely? Power maakt nogal wat van de kwestie vrouwen in de islam, maar uit de confrontatie komt vervolgens vooral aan de orde hoe genuanceerd het denken van de sheikh zou zijn (hij erkent dat vrouwelijke geleerden altijd een rol hebben gespeeld in de traditie, hij vindt dat vrouwen ook moeten kunnen leren, al vindt hij ook dat zij verantwoordelijk moeten zijn voor het huishouden), maar onder andere doordat Power dat op geen enkele manier tegenover haar eigen denken zet, doordat je over dat denken eigenlijk niets te weten komt, krijg je het gevoel dat het allemaal vooral exotisch is, wat die sheikh vindt. Niet zo bedreigend exotisch als sommige mensen denken, maar desalniettemin exotisch.

Ik heb dit boek gekocht omdat ik denk dat het nodig is dat niet alleen de moslims verder islamiseren, maar dat ook wij niet-moslims wat meer zouden moeten weten en begrijpen van die godsdienst waarover zoveel wordt beweerd. Uit dit boek ben ik niet veel wijzer geworden; het blijft daarvoor te veel steken in het genre: de islam als professioneel scrabble.

2.8.16

J.J. Voskuil. Bij nader inzien. Amsterdam: Van Oorschot, 1963 (2010)

Ik heb een kenner van Het Bureau tegen wil en dank. Ik had ooit deel 1 gelezen; dat vond ik wel aardig, maar ik ben de andere delen pas later gaan lezen, toen ik bij het Meertens Instituut kwam werken. Nog niet alle delen waren op dat moment overigens verschenen, dus ik heb het verschijnen van de laatste delen nog van nabij gevolgd. Ik heb de boeken ook nog eens herlezen en bovendien heb ik het hoorspel (met alle dialogen) dat naar het boek gemaakt is ook tweemaal gehoord, zodat Maarten Koning in mijn hoofd klinkt als Krijn ter Braak.

Bij nader inzien was bovendien om onnaspeurlijke redenen een van de eerste Nederlandse romans die ik ook las: de schoolbibliotheek had de twee delen staan en het leek me interessant. Ik heb het als zestienjarige van voor naar achter gelezen en herinner me het sinds die tijd als een boek waar ruim duizend bladzijden lang iemand op de even pagina's een sigaret aansteekt en op de oneven pagina's tegen iemand anders zegt: Jij bent een epigoon van Ter Braak!

Nu, ruim dertig jaar later heb ik Bij nader inzien dan weer eens herlezen. Zoveel sigaretten worden er nu ook weer niet gerookt en vooral: zo vaak wordt er nu ook weer niet naar Ter Braak of het epigonisme verwezen.

Ik lees Bij nader inzien nu toch vooral als een Bureau voor beginners. Een heleboel is hetzelfde: de karakters van Maarten en Nicolien, hun onderlinge ruzies, de stijl, de sfeer, de soms merkwaardige ideeën. Maar Bij nader inzien vind ik minder sterk, bijvoorbeeld omdat het verhaal ook allerlei episodes vertelt waar Maarten niet bij was – en die ik daardoor ongeloofwaardig vindt. Zoals een scene vrij in het begin waarin Paul, de grote antagonist, stiekem een boekje terugzet dat hij had gestolen om stoer te doen, waarop hij tot zijn teleurstelling merkte dat zijn vrienden niet zoveel zagen in diefstal van boeken.

Het karakter van die Paul draagt sowieso Bij nader inzien. Hij is met zijn hypocrisie en zijn praatjes degene die Bij nader inzien draagt: zodra hij op een pagina verschijnt, veer je als lezer even op, want dan gebeurt er wat. Tegelijkertijd is het boek iets te veel vanaf het begin een afrekening, zie je als lezer iets te veel vanaf pagina 1 dat die Paul natuurlijk niet deugt.

Dat willen deugen, dat een vent willen zijn, een honnʼete homme, is zelf natuurlijk inmiddels een beetje uit de tijd geraakt. Daar is geloof ik niemand meer mee bezig. Zijn er nog mensen die willen voorkomen dat ze burgerlijk worden? De mogelijkheden om dat niet te zijn, zijn inmiddels zo groot dat ik geloof dat je je er niet meer mee bezig hoeft te houden. Bij nader inzien is daarom vooral interessant als inkijkje in een wereld waarin dat soort dingen telden.