10.10.01

{P} Joost Zwagerman. Walhalla. Muntinga, 2001.

Joost Zwagerman wil heel graag lage en hoge cultuur met elkaar verbinden, maar ik snap eigenlijk niet zo goed waaróm hij dat wil. Wat maakt het uit?

Nou ja, als het maar aardige essays oplevert, toch? Jawel, maar dat is dan weer niet zo. Het is net alsof Zwagerman die low culture noch die high culture echt in de vingers heeft. Zijn stukken over Schopenhauer of Nabokov zijn bijvoorbeeld nogal saai en plichtmatig. Ik heb echt totaal geen nieuwe gedachte over die schrijvers gekregen sinds ik dit boek las. Maar ook zijn stuk over Madonna - een eindeloze opsomming van beschrijvingen van haar videoclips - of Prince - idem over zijn platen - vind ik weinig opwekkend of opwindend.

Het mooist en het best zijn eigenlijk nog de stukken over bijvoorbeeld Camille Paglia - iemand die zelf de lage en de hoge cultuur met elkaar verbindt, in ieder geval volgens Zwagerman — ik heb nooit iets van haar gelezen. Dat maakt misschien wel duidelijk waarom Zwagerman de twee culturen met elkaar wil verbinden: hij is niet geïnteresseerd in een van de twee culturen op zich, alleen in de verbinding van de twee. Wat een curieus verlangen.

3.10.01

{P} Jan Wolkers. Mondriaan op Mauritius. De Bezige Bij, 1997.

Is dit nou een goed of juist een slecht boek? Heel goed is het in ieder geval niet; daarvoor is het te rusteloos, te weinig geconcentreerd.

[Over een natuurboek van een zekere Winkler] Naast de titelpagina bevindt zich een aantekening van een Prikkebeenachtig heerschap, dat inderdaat zijn pet gedecoreerd heeft met opgeprikte vlinders, met bengelend voor zijn buik een open botaniseertrommel waarin hij bezig is zoveel wilde planten te stouwen dat menige Hortus Botanicus er vandaag de dag door uit zijn voegen zou barsten. Iemand die heden ten dage zo'n boek zou laten verschijnen zou beslist hetzelfde lot ondergaan als de schrijver van de Duivelsverzen. En ditmaal terecht.

Enzovoort. Het is onduidelijk wat Salman Rushdie met meneer Winkler of Prikkebeen te maken heeft. Een vreemd detail.

Aan de andere kant: je moet het misschien allemaal ondergaan. Wolkers leidt je rond in zijn eigen rariteitenkabinet, waar allerlei snuisterijen staan - een dodo, een natuurboek, een voetbal, een schilderij van Mesdag - zonder duidelijk verband. Maar de gids kan er vrolijk en enthousiast over vertellen.

1.10.01

{P} Michael Tolkin. Among the Dead. Faber & Faber, 1993.
  • Volgens het omslag heeft een recensent van de New York Review of Books gezegd dat dit zo'n filmisch boek is. Dat is het helemaal niet; het aardige eraan is juist het niet-filmische, het feit dat de hoofdpersoon de hele tijd allerlei fantasieën en alternatieve scenario's in zijn hoofd heeft. Dat kun je nooit verfilmen.
  • Het is wel merkwaardig om in deze tijd aan dit boek te beginnen: het gaat over een man die zijn vrouw en kind verliest in een vliegtuigongeluk: een wanhopige werknemer van een vliegmaatschappij laat een vliegtuig neerstorten.
  • Het boek is aardig om te lezen, maar doet me uiteindelijk toch niet zoveel. Daarvoor zijn de problemen van de hoofdpersoon - hij heeft in zijn bagage een brief gestopt waarin hij zijn vrouw beken dat hij een verhouding heeft gehad, zijn vrouw heeft die brief echter al ontdekt voor ze vertrok, wat niet de bedoeling was; en de brief komt ongeschonden uit het vliegtuig en wordt de focus van mediabelangstelling - toch te specifiek; het is dan wel weer precies het soort amusement dat een goede film biedt, maar dan met literaire middelen