Doorgaan naar hoofdcontent

De moderne moord

{p} Connie Palmen. Iets wat niet bloeden kan. Over moord en roem, echt en onecht. Stichting Maand van de Filosofie, 2004.

Bijna alle Nederlandse schrijvers schrijven romans. Dat is ook op de een of andere manier het genre met het meeste aanzien. Maar volgens mij zouden sommige schrijvers zich veel beter aan andere genres kunnen wijden. Het genre van Connie Palmen is bijvoorbeeld het autobiografische essay, wat mij betreft: van haar romans houd ik niet zo, maar dit boekje vind ik prachtig.

Palmen probeert te komen tot een 'filosofie van de moderne moord': wat bewoog de moordenaars op P. Fortuyn, J. Lennon en Versace, en haar eigen Duitse fan die haar bekende dat hij haar eigenlijk ook zou willen vermoorden? Volgens haar konden ze werkelijkheid en imago niet goed door elkaar halen: het beroemde object van de onverdeelde aandacht van de moordenaar was alleen een symbool, geen mens van vlees en bloed. Een fan moet normaal gesproken accepteren dat de relatie met het idool eenrichtingsverkeer is; een moordenaar kan dit niet accepteren.

Er zitten wel allerlei losse draadjes in het betoog en de stijl is ook niet verbluffend, maar toch is het een goed boekje, vol aardige gedachten. Het zet ook wel aan het denken. Ik bedacht zelf bijvoorbeeld dat de focus van Palmen wel erg bij de roem ligt (maar dat is dan ook geloof ik een obsessie van haar) en bij het feit dat nu juist 'beroemde' mensen worden gezien als 'iets wat niet bloeden kwam'. Maar volgens mij ziet iedereen bijna al zijn medeburgers als 'decor' van het leven, niet als echte mensen. In ieder geval in de stad: als je iedere mens die je ontmoet zou zien als een mens die je ontmoet, werd je gek. Toch gaan veel mensen hierin wel heel ver: je laat ze passeren, houdt de deur voor ze open, en ze kijken je niet eens aan. Maar misschien is dat dan wel weer mijn obsessie, vooral na vannacht (om vier uur werd ik wakker omdat iemand aan de deur stond te morrelen, toen ik naar hem riep dat hij op moest donderen, wees hij me erop dat ik dat ook 'netjes kon vragen' -- en ik ben niet eens beroemd!)

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…