Doorgaan naar hoofdcontent

H.M. van Randwijk. Burgers in nood.

H.M. van Randwijk. Burgers in nood. Nijkerk: Callenbach, 1936.

70 jaar geleden moet dit boek een enorm succes geweest zijn: twintigduizend exemplaren zijn er toen van verkocht, als ik het goed heb opgezocht. Dit jaar ben ik misschien wel de enige (of de eerste) die het gelezen heeft. En dat dan nog niet eens helemaal, want uiteindelijk boeide me het toch niet genoeg: na ongeveer driekwart heb ik het een paar weken geleden opgegeven, en inmiddels ziet het ernaaruit dat ik er niet verder in zal komen.

Als historisch en literatuurhistorisch document is het nog best aardig. De depressie van de tijdgeest die in dit boek wordt uitgedrukt, stelt de depressie van onze huidige tijd duidelijk in de schaduw. In Burgers in nood voelt niemand zich goed: de werkelozen natuurlijk niet, maar de werkenden ook niet, omdat ze altijd bang zijn dat ze nog eens ontslagen worden, en de bazen evenmin, omdat ze mensen moeten ontslaan en hun bedrijven te gronde zien gaan. Hoewel de hoofdpersonen christelijk zijn, vinden ze ook bij God nauwelijks trots (tenzij dat op het eind van het boek zou komen, maar dat lijkt me ongeloofwaardig.) Literatuurhistorisch is het interessant, stel ik me voor, omdat de stijl en de personages zo duidelijk van de vroege jaren dertig zijn: goudeerlijke, knoestige mannen die af en toe een heus weleens iets zeggen of doen dat niet helemaal goed is, maar die het allemaal toch heus best menen. Zoals je ze bij Heijermans vond, maar eerder ook al in sommige verhalen van Couperus. Die mannen zijn helemaal uit de literatuur verdwenen. Waarom? Zoals ook de bijbehorende stijl ('De volgende dat ontbreekt Peters op het kantoor. De stempelaars missen hem. Je raakt langzamerhand aan je eigen menschen gewend. Wat er toch aan zou schelen, meneer Masborg? Maar die snauwt, dat ze zooiets maar aan hun kameraden vragen moeten.') Waarom was dit vroeger de stijl van massaliteratuur, en nu niet meer?

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Nick Hornby. Funny Girl. Penguin, 2015.

Nick Hornby leeft in een fijne wereld, die uit twee kanten bestaat. Aan de ene kant is er competent uitgevoerd werk. Aan de andere kant bestaat er pretentieloos, maar daarom niet minder competent uitgevoerd vermaak.

Het is een wereld van romantische komedie, zij het dat die komedie ook nog best 30 jaar door kan gaan en dan nog altijd niet verzuurt. Het is een wereld waarin je af en toe geniet van een voetbalwedstrijd en dan weer van een goed boek. Het is een wereld waarin je niet eens heel veel moeite hoeft te doen om mooie, door veel mensen gemaakte dingen hoeft te maken, omdat het je eigenlijk allemaal aan komt waaien.

Het is in dit boek de wereld van Barbara uit Blackpool die aan het begin van de roman – die zich afspeelt in de jaren zestig – wegloopt als ze tot Miss Blackpool verkozen wordt en denkt dat er iets beters op haar wacht en die dan binnen korte tijd inderdaad haar eigen sitcom krijgt op de BBC. Die moeiteloos vervolgens miljoenen kijkers aan zich bindt.

Veel spanning zi…