11.2.05

Hans Verhagen. Moeder is een rover.

Hans Verhagen. Moeder is een rover. Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar, 2004.

Van Hans Verhagen kan ik me al meer dan twintig jaar een zinnetje voor de geest halen: 'met haar mond voor witte chocolade'. Ik hoorde hem ooit een gedicht op de radio voordragen, en daar zat dit zinnetje in. Dat ergerde me en intrigeerde me tegelijkertijd. Ik heb het altijd onthouden, maar nog nooit iets van Verhagen gelezen. Zijn nieuwe bundel (deze) is geloof ik een vernieuwde doorbraak en een redelijk succes. Dat is ook wel terecht, het is een mooie bundel, en hij opent al met een paar regels die bijna net zo onthoudbaar zijn als die zin van twintig jaar geleden. De eerste bijvoorbeeld:

Die het kwade spreken krijgen steeds meer te vertellen
In dit ondermaanse licht ontleend aan schaduwen
anderen de vingers breken tot ze niet meer meetellen
om ooit de sultans ezel voor zich uit te mogen duwen

Verhagens toon houdt het midden tussen die van Lucebert en een schooljongen in een melige bui, en dat is intrigerend. Soms wordt het net iets te flauw:

Nooit van z'n leven viel ooit iemand zo verwoestend
van zijn stoel; neus en oren
her en der gevonden onder sofa of plafond
vlogen als geschoten van m'n smoel
Ontmanteling alom

Toen ik achttien was, of negentien, had ik die laatste regel, met dat potsierlijke woord ontmanteling en het nog potsierlijker alom prachtig gevonden, dat weet ik zeker. Nu vind ik hem alleen maar potsierlijk. En toch is het inspirerend dat iemand als Hans Verhagen hem nog durft op te schrijven. (Net zoals hij over een vlieg durft te grappen dat hij de Libelle leest.)

Geert Mak. Gedoemd tot kwetsbaarheid

Geert Mak. Gedoemd tot kwetsbaarheid. Amsterdam/Antwerpen: Atlas, 2005.

Over 2 november 2004, en over alles wat erna gekomen is, moeten nog veel essays geschreven worden. Wat gebeurde er precies op die dag? En vooral: op de dagen die volgden? Er moeten detailstudies komen die heel precies voor elke in brand moskee nagaan, wie het gedaan heeft, en waarom. Het gedrag van de media in de eerste weken moet tot op de bodem worden geanalyseerd. De gangen van Mohammed B. moeten uitentreure worden nagegaan. Enzovoort. Hoe zat het precies met de inval in het Laakkwartier? Geen thrillers, geen tv-films, maar reportages en beschouwingen moeten we hebben!

Geert Mak heeft een eerste bijdrage willen leveren, met een curieus boekje van nauwelijks 100 pagina's oud. Je denkt dan dat het een pamflet is, een vlammend betoog, al is het dan een vlammende oproep tot matigheid. Dat is het ook wel een beetje, maar het is toch vooral iets anders: het begin van een geschiedsschrijving. Curieus om zinnen te lezen als 'Er werden die maanden de raarste dingen geroepen' als die maanden nog maar een paar dagen voorbij zijn.

Aan de andere kant. Ik houd niet zo van het genre 'contemporaine geschiedenis' waarin de hele tijd beweringen worden gedaan over 'toen vond iedereen dit en dat', met op de achtergrond dan de gedachte 'maar nu weten we wel beter'. Het klopt in mijn beleving nooit: hoezo dacht vroeger 'iedereen' hetzelfde over dit of dat? (Waar ik bijvoorbeeld ook niet tegen kan zijn mensen die zich presenteren als profeet omdat zij er een half jaar geleden al op wezen dat Charles en Camilla weleens zouden kunnen gaan trouwen, maar 'toen werd ik nog door iedereen uitgelachen'. Maar dit terzijde.) Het boekje van Mak is overigens niet echt zo, maar de afstand die nu al tot de dag van gisteren wordt genomen is wel heel bizar. Misschien is hij nodig, maar dan toch vooral voor degenen die zich te pas en te onpas laten meeslepen door wat er op de tv allemaal gebeurd is. Je kunt dat ding beter uitzetten. En leuke boekjes lezen.


Update Maar als je nu leest hoe boos sommige tegenstanders geworden zijn om dit pamflet, zou je Mak alsnog gelijk geven.

1.2.05

Patrick Modiano. Une jeunesse.

Patrick Modiano. Une jeunesse. Paris: Gallimard (Folio), 1997 (1980).

Gek hoe soms nergens op gebaseerde vooroordelen bevestigd kunnen worden. Bij Modiano had ik altijd -- zonder ooit een boek van de beste man gelezen te hebben het idee: goed hoor, knap hoor. Nu heb ik dan een van zijn bekendste boeken gelezen en ik vond het erg afstandelijk. Het thema ontworteling en het thema van de invloed van het verleden op het heden worden heel intelligent en in onderlinge samenhang behandeld, maar het raakt je niet. De personages zijn ook zo raar contactarm (ja dat past natuurlijk goed bij die ontworteling). Aan het eind gaan de twee gelieven Louis en Odile bijvoorbeeld over een weg:

Un matin qu'ils suivaient la Corniche, entre Nice et Villefranche, Louis éprouva une curieuse sensation de légèreté et d'hébétude, et il aurait voulu savoir si Odile la partageait.

En waarom vraagt hij dat dan niet effe?