30.5.05

William Boyd. Stars and bars. London: Penguin, 1985 (1984).

Op de voorkant van het boek staat het Empire State Building, maar dat klopt niet: slechts een klein deel speelt zich in New York af. Het grootste deel van het verhaal verkeert de Britse hoofdpersoon, Henderson Dores, in het zuiden van Amerika, temidden van allerlei idioten, die hij moet tolereren omdat hij een verzameling impressionistische schilderijen wil veilen voor zijn veilinghuis. Hij verkeert er met de veertienjarige dochter van zijn ex-vrouw, met wie hij nu ook weer wil trouwen, omdat hij beseft dat hij nooit gelukkiger was dan toen hij met haar getrouwd was. Ondertussen heeft hij ook nog een affaire met Irene, die hij eigenlijk mee had willen nemen op reis. Hij werd met de dochter opgescheept omdat hij tegen zijn ex-vrouw had gezegd dat hij naar Washington ging, om een smoes te hebben, en de dochter moest ook net naar Washington, dus die kon hij mooi nemen.

Dit is het soort verwikkelingen waar het boek vol van staat. Waar Jakob Heim in Amerika niets heeft meegemaakt, buitelen hier de gebeurtenissen over elkaar heen. Misschien, misschien gaat het soms wel een beetje te ver. Als de hoofdpersoon aan het eind gehuld in slechts een doorweekt karton door de straten rent, wordt de Britse gene wel erg op de spits gedreven. Maar je verveelt je er geen moment bij.

16.5.05

Jakob Hein. Formen menschlichen Zusammenlebens. München: Piper, 2005 (2003).

Jakob Heins boek Mein erstes T-shirt vond ik heel grappig. Volgens de omslag van dit boek zou het gaan over een reis door Amerika die de schrijver niet zo lang geleden gemaakt had. De allereerste bladzijde van het boek is heel goed geschreven.

Het viel allemaal enorm tegen. In de eerste plaats liegt het omslag: dit gaat helemaal niet om een reis die him recentelijk heeft gemaakt, maar om een van ongeveer vijftien jaar geleden, toen de schrijver ongeveer negentien was. Hij is toen een jaar in de VS geweest. Waarom hij herinneringen aan die periode moet ophalen, is onduidelijk, want hij heeft er maar weinig meegemaakt: hij is een paar maanden in New York geweest, een paar maanden in Calefornië, en ook nog her en der in wat andere steden. Daar heeft hij bij een aantal mensen gelogeerd, en soms had hij er een baantje. Waarom dat allemaal bijzonder genoeg is om na al die jaren nog eens op te rakelen, snap ik niet. En zo grappig als Mein erstes T-shirt wordt het in ieder geval nooit. Jammer.

Citaat (de grappigste zin in het boek): "»Massachusetts.« Beim zehnten Versuch hatte sie es endlich geschafft, dat Wort richtig auszusprechen. »Da würde ich gerne hinfahren, weisst du, wie das richtig geschrieben wird?«"

14.5.05

Panos Karnezis. The Maze. London: Vintage, 2005 (2004).

Het Franse tijdschrift (en website) Lire had niet zo lang geleden een lijstje met jonge Europese auteurs die de toekomst van de romankunst in Europa zouden vertegenwoordigen. Uit dat lijstje koos ik Panos Karnezis, een Griekse jongeling — haha, hij is in hetzelfde jaar geboren als ik — die in Londen woont en in het Engels schrijft. En wat voor Engels! Hij lijkt potdorie Joseph Conrad wel. Net als veel immigrantenschrijvers heeft hij een enorm bloemrijke stijl, vol met woorden die je moet opzoeken in je woordenboek, maar in dit geval leidt dat in het geheel niet af van het verhaal. En het verhaal is prachtig, hartverscheurend.

Een leger Grieken dat er na de Eerste Wereldoorlog opuit is gestuurd om ervoor te zorgen dat Asia Minor weer in Griekse handen kwam, zwerft na in 1922 jammerlijk verslagen te zijn, een tijdje door de woestijn tot het in een dorpje terechtkomt dat tot dan toe van de oorlog verschoond is gebleven. Zowel in het leger als in het dorpje vinden we opmerkelijke figuren: een aan de morfine en de Griekse mythologie verslaafde brigadier, een pope die uit stelen gaat om voorzien te blijven van hosties, wijn en een bijbel, een majoor die stiekem tot de communistische revolutie oproept en een burgemeester die wil trouwen met een Franse prostituée. Als het leger het dorp overneemt, komt het allemaal samen, en vinden alle frustraties en schuldgevoelens over het mislukken van de oorlog een gewelddadige uitweg, die ervoor zorgt dat niemand meer wil blijven en iedereen naar zee wil, of naar het 'moederland'. Maar behalve een boek over de verschrikkingen van de oorlog, is het vooral ook een boek over onbegrip: niemand begrijpt een ander. En het grootste onbegrip speelt daarbij een dreigende permanente rol op de achtergrond: dat tussen Turken en Grieken. Dat is op een knappe manier gedaan: er komt bijvoorbeeld geen enkel Turks individu in voor (wel een Arabier van wie sommigen denken dat hij een Turk is), maar in het allerlaatste hoofdstuk, als alle Grieken zijn weggevlucht komen de 'moslims', nog altijd naamloos, uit hun sloppenwijken, en doen waar iedereen altijd al bang voor was: ze nemen wraak voor wat hen is aangedaan.

9.5.05

Brian Greene. The Fabric of the Cosmos. London: Penguin, 2005 (2004).

"The new Hawking, only better" staat er op gezag van The Times op de cover van dit boek. Dat ben ik dan helemaal met die krant eens, maar dat komt ook wel doordat Hawking een heel slechte schrijver is: geen enkel boek van die man heb ik ooit helemaal uit kunnen lezen, terwijl ik de onderwerpen - hoe zit de ruimte in elkaar, waar komt de tijd vandaan - toch heel interessant vind. Brian Greene is een veel betere schrijver, ik heb het idee dat de natuurkunde die hij beschrijft nog veel geavanceerder is dan die van Hawking, maar ik heb er veel minder moeite mee om te snappen wat hij wil zeggen, sterker nog, ik schiet door zijn boek heen.

Maar nu ik dat allemaal gezegd heb, moet ik er meteen bijvertellen dat ik The Fabric of the Cosmos veel minder goed vond dan Greenes eerste boek, The Elegant Universe dat ik vorig jaar las. Nu kon Greene daar ook moeilijk nog overheen gaan. Dit boek is meer een soort schil die om The Elegant Universe heen gelegd wordt: er wordt meer uitgelegd over de klassieke natuurkunde, de algemene en speciale relativiteitstheorie en de quantummechanica aan de ene kant, daarna worden die snaren uit het eerste boek nog eens snel behandeld, en ten slotte gaat het door naar de moderne tijd. Die oudere natuurkunde, daar heb ik inmiddels geloof ik wel genoeg over gelezen, maar dat deel was toch nog wel onderhoudend. Maar het laatste deel, dat kon me op den duur eigenlijk gestolen worden: het bevat teveel speculaties waarvan ik me best kan voorstellen dat ze iemand die in het vak zit enorm kunnen opwinden, maar waarvan mij de portee een beetje ontgaat. Kom nog maar eens terug als jullie wat preciezer weten hoe het zit, denk ik dan. Greene beschrijft bijvoorbeeld heel veel experimenten die de komende jaren moeten gaan worden uitgevoerd en die als ze dit-of-dat resultaat geven, een bewijs zouden kunnen zijn van de snarentheorie. Maar ja, voor hetzelfde geld leveren die experimenten helemaal niet dit-of-dat resultaat, en dan heb ik dat allemaal mooi voor niks gelezen!

Erik Jan Harmens. Underperformer. Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar, 2005.

Achterin deze dichtbundel staat een 'Verantwoording' die tot mijn verbazing begint met de woorden 'Enkele gedichten verschenen eerder in de tijdschriften...'. Dat had ik nou nooit gedacht, dat je uit deze bundel enkele gedichten zou kunnen halen. Underperformer maakt namelijk veel meer de indruk van één lang gedicht te zijn, over, eh, tja... over een underperformer? Nee, veel meer over de taal, de taal van vandaag de dag:

ik vond mijn eigen taal uit en haalde alle woorden door
verving de drum van mijn laserprinter
en drukte een eindeloze hoeveelheid appelkruimeltaartrecepten af

Het gaat natuurlijk boven alles om dat woord appelkruimeltaartrecepten: drie hoeraatjes daarvoor, zoals ook voor de volgende strofe uit datzelfde gedicht:

mijn buismaag die alleen nog koude pap verdraagt
en mijn hoofd dat hunkert naar kip
alle mensen die ik fusilleerde met de hunkering
van een man met een buismaag naar kip

En nog veel meer hoeraatjes voor alle andere strofen en regels in deze bundel. Harmens' eerste, In menigten heb ik ook gelezen en vond ik indertijd best aardig. Maar Underperformer wordt mijn lievelingsbundel van 2005, dat weet ik nu alvast.