31.7.05

William Boyd. Armadillo. London: Penguin, 1998.

Een expert op het gebied van 'verliesbeperking' -- iemand die voor een verzekeringsmaatschappij probeert vast te stellen of de geleden schade wel zo hoog is als door de schadelijder is opgegeven -- raakt steeds meer in de problemen omdat iedereen de schuld voor alles op hem afschuift. Een vrouw die hij nog maar net ontmoet heeft, vertelt haar man dat ze al anderhalf jaar lang een gepassioneerde verhouding met hem heeft, zodat ze die man flink jaloers maakt. Zijn werkgever ontslaat hem om een duistere malversatie wit te wassen, enz. Een amusant boek? Als je net als ik kort geleden een ander boek van William Boyd gelezen hebt, Stars and bars, vallen je de overeenkomsten op met dit boek. Een man die een beroep heeft dat taxatie inhoudt (in S&B taxatie van kunstwerken, in dit boek van verliezen voor de verzekering) en die het gevoel heeft dat hij zijn leven op orde heeft, wordt ineens geconfronteerd met allerlei zich opstapelende problemen in zijn privé-leven en op zijn werk. De man in kwestie is in een land waar hij in zekere zin niet thuis hoort (een Brit in Amerika in S&B, een kind van zigeuners in A). In zijn privé-leven zijn er relaties met vrouwen die van elkaars bestaan niet afweten; op het werk blijkt hij van alle kanten bedrogen te worden. Eén probleem is in beide gevallen dat zijn auto onklaar wordt gemaakt (de wielen worden eraf geschroefd of de lak wordt in de brand gestoken). En in allebei de boeken speelt een asociale familie een belangrijke rol -- het eigen gezin in A, het gastgezin in S&B.

Ja, het is toch wel een amusant boek, ik heb me niet verveeld. Maar ik zou niet snel een nieuw boek van Boyd lezen: om ditzelfde verhaal nu binnen een paar maanden nágmaals tot me te nemen, dat lijkt me een beetje veel van het goede.

18.7.05

David Lodge. Author, author. London: Penguin, 2005 (2004).

De romans van de schrijver Henry James verkopen niet, en daarom droomt hij ervan een gevierde toneelschrijver te worden. Hij vestigt al zijn hoop op die carrière, maar het loopt erop uit dat hij wordt uitgejouwd. Ondertussen hebben mindere literaire helden wel grote successen -- zoals zijn vriend George Du Maurier, 'eigenlijk' een tekenaar, die echter om geld te verdienen een roman schrijft (Trilby) en daarmee ongehoord populair wordt.

Author, author is een verhaal over ambitie en mislukkingen en over vriendschap. Alle getob van James, die zo zijn best doet en zoveel ziet mislukken, en die zoveel afstand tot de mensen probeert te bewaren en er tegelijk soms zo dichtbij komt, wordt op een meesterlijke manier uiteengezet.

Dit is een prachtig boek. Van David Lodge had ik al de vrolijke romans Changing Places en Small World en de iets minder geslaagde Nice Work en Thinks gelezen. Maar dit is met die boeken niet te vergelijken, een meesterwerk. Het is daarbij natuurlijk toch ook heel roerend dat iemand die zelf waarschijnlijk veel meer boeken heeft verkocht dan James — die daarmee eigenlijk een beetje meer lijkt op Du Maurier — en die zo'n hommage aan dit in eigen ogen miskende talent heeft willen brengen. In de laatste zin spreekt de verteller tot zijn hoofdpersoon in de hemel: "Henry, wherever you are — take a bow ". En dan lopen de rillingen over je rug.

Nu ga ik natuurlijk Henry James lezen.

12.7.05

Heiner Link. Frl. Ursula. Hamburg: Rowohlt, 2003.

Meestal lees ik de boeken waaraan ik begin uiteindelijk ook wel helemaal uit, maar met dit boek heb ik het niet gehaald. Heiner Link lijkt een cultauteur in Duitsland te zijn, maar voor mij is het een mengeling van de brokkelige opbouw van de boeken van Gerrit Krol en de toon van Arnon Grunberg. Nu zijn dat allebei schrijvers die ik graag lees, maar nu net niet om hun opbouw en hun stijl. Het middelmatige leven wordt beschreven zonder dat dit middelmatige leven op enig moment interessant wordt. Een man alleen beschrijft allerlei wederwaardigheden uit zijn eigen leven, vooral in verband met allerhande vrouwen, en dan weer met name met een juffrouw Ursula die bij een supermarkt werkt. Ook zijn buurman blijkt er, hoewel getrouwd, nog een heel leven naast te hebben.

8.7.05

Francis Wheen. How mumbo-jumbo conquered the world. London: Harper, 2004.

Volgens Francis Wheen is er sinds Margaret Thatcher en Ayatollah Khomeini tegelijkertijd aan de macht kwamen steeds meer onzin op de wereld gekomen. Hij 'bewijst' dat door een boek te schrijven die een lange catalogus bezit van alles wat hij voor onzin houdt: zelfhulpboeken, de economische politiek van Ronald Reagan, astrologie, postmodernisme, Deepak Chopra, de internet-hype, ufologie, Enron, de verering van prinses Diana, de Derde Weg, de politieke ideeën van Noam Chomsky. Dat is in het begin amusant om te lezen, vooral als je veel van die dingen zelf ook onzin vindt. En het is altijd prettig om te weten dat er mensen zijn die nog pal willen staan voor de ratio en de Verlichting. Maar na een tijdje begint het toch een beetje te vervelen, vooral omdat er geen enkele poging wordt gedaan tot het geven van enige analyse waarom men in de afgelopen twintig jaar zoveel gevoeliger zou zijn geworden voor onzin. Zelfs toont Wheen niet aan dat het nu erger is dan pakweg vijftig of honderd jaar geleden: toen was er toch ook een heleboel onzin, zeker? En zo is dit boek voor een deel geworden wat het zelf bestrijdt: geschreeuw zonder veel nadenken.