21.9.05

Nelleke Noordervliet. Altijd roomboter. Amsterdam/Antwerpen: Augustus, 2005.

De overgrootmoeder van Nelleke Noordervliet werd geboren in 1856 en overleed in 1953; dat betekent dat de schrijfster als kind haar nog heeft gekend, en daarmee in contact heeft gestaan met de tweede helft van de negentiende eeuw. In dit boek gaat ze na hoe die overgrootmoeder haar tijd beleefd moet hebben. Helaas is er over Engelbertha Teljeur-Wiggelaar maar weinig bekend, zodat het boek gedragen moet worden door de schrijfster. En helaas kan Nelleke Noordervliet die taak niet aan.

Wat was het bijvoorbeeld mooi geweest als Noordervliet als een onvermoeibare verslaggever in de geschiedenis was gedoken, als je het idee had dat ze elke steen had bovengehaald om meer over haar oma te weten te komen: mensen proberen op te sporen die haar nog gekend hebben &emdash; dat moeten inmiddels zelf oude mensen zijn geweest, maar ze zullen er toch nog wel zijn &emdash;, mensen die in soortgelijke milieus hebben geleefd; al had ze maar uitgebreide beschrijvingen gegeven van de huidige staat van de Leidse huizen waar Engelbertha heeft gewoond, al had ze maar aangebeld in die huizen om er nog eens te komen kijken. In plaats daarvan krijg je de indruk dat ze heeft volstaan met een enkel bezoekje aan het Leids Gemeentearchief, het raadplegen van één negentiende-eeuwse krant, een citaat uit Multatuli, en nog wat vrij willekeurige andere bronnen. Je krijgt daardoor niet het gevoel dat de schrijfster echt heel graag heeft willen weten wie haar overgrootmoeder was. De rest wordt aangevuld met eigen beschouwingen van Noordervliet, en uit haar fantasie voortgesproten belevenissen van haar grootmoeder. En jammer genoeg vind ik noch die beschouwingen, bijvoorbeeld over de vruchtbaarheid door de eeuwen heen, noch die fantasieën bijzonder inspirerend. De laatste vijftig bladzijden heb ik niet eens meer gelezen, alleen een beetje doorgebladerd. Jammer!

18.9.05

Henry James. The Portrait of a Lady. London: Everyman's Library, 1991.

Bij bevallingen schijnt het hormonaal zo te werken dat de vrouw snel na de geboorte alle pijn vergeten is, en zich alleen nog het geluk herinnert van het kindje dat in haar armen lag. Misschien is datzelfde effect er verantwoordelijk voor dat The Portrait of a Lady van Henry James allerwegen als een belangrijk boek wordt beschouwd. De laatste honderd bladzijden zijn weergaloos mooi, vooral de ruzie die Isabel eindelijk met haar echtgenoot heeft is meesterlijk, net als het gesprek dat ze onmiddellijk daarna met haar schoonzus voert, en waarin deze onthult wat het geheim van die man eigenlijk is -- dat zijn kind van degene is die zogenaamd alleen een vriendin is.

Maar ik vind dat je dan toch eigenlijk niet mag vergeten dat de eerste driehonderd pagina's een enorme worsteling opleveren met een vreselijk opdringerige alwetende verteller -- die steeds weer laten weten dat hij er is, maar het verhaal niet echt op gang weet te krijgen -- en dat ik ook in de tweehonderd pagina's na die eerste nog af en toe even iets anders moest gaan doen om me niet helemaal te vervelen.

Merkwaardig is dat, dit boek zou een meesterwerk zijn als het 250 pagina's zou tellen. Je hebt ook het gevoel dat James gaandeweg pas echt leert schrijven. Dat betekent dan strikt genomen dat ik me meteen op een later boek zou moeten werpen, ik heb de Golden Bowl ook in mijn bezit. Ik ga dat ook nog wel een keer lezen, maar ik geloof dat ik wel eerst even moet bijkomen.