15.5.08

Philip Roth. Operation Shylock. New York: Vintage, 1993.

Philip Roth. Operation Shylock

De schrijver Philip Roth komt er in 1988 achter dat er in Europa en in Israël een man rondloopt die ook Philip Roth heet, uiterlijk heel sterk op hem lijkt en die propaganda maakt voor het 'Diasporisme' — de gedachte dat er zoveel mogelijk Asjkenazische joden uit Israël terug moeten keren naar Europa, om zo een rampzalige confrontatie met de Arabieren te voorkomen én omdat volgens Philip Roth (de andere) de ware Joodse cultuur in Europa te vinden is. Philip Roth (de ene) ontsteekt in woede, en spoort de andere Philip Roth op in Israë. Het komt tot een zeer gecompliceerde relatie, en uiteindelijk begint ook de Israëlische geheime dienst zich ermee te bemoeien. Die doet Philip Roth (de ene, de schrijver) het voorstel om in Athene te gaan spioneren bij joden die als geldschieter voor de PLO werken. Dat is Operatie Shylock. De schrijver doet dat ook, en schrijft er een boek over. Alleen het laatste hoofdstuk, over wat er in Athene allemaal gebeurd is, dat kan hij maar beter niet publiceren.

Operation Shylock speelt in 1988, het jaar dat Demjanjuk terecht stond in Tel Aviv en het jaar dat Israël zijn veertigste verjaardag vierde. Het verscheen vijf jaar later, en toen heb ik het ook gelezen. Dit viert Israël zijn zestigste verjaardag en las ik het opnieuw. Het boek is onder andere een prachtige beschrijving van de enorme complexiteit van de Israëlische samenleving en de enorme complexiteit van de gevoelens van een Amerikaanse jood over dat land. Werkelijk iedere mogelijke gedachte die je over dat land kunt hebben, van grote afkeer tot intense liefde, komt aan de orde.

Maar het boek gaat over veel meer - over de relatie van iemand tot zichzelf, over de verschillen tussen de manier waarop jij jezelf ziet en waarop je gesprekspartner je blijkt te zien, over de onweerstaanbare drang van iedereen om een verhaal van zijn leven te maken. En Dostojewski speelt op de achtergrond een minstens even grote rol als Shakespeare en Anne Frank — drie grote beschrijvers van de menselijke conditie.

(Eerder schreef ik hier over Exit Ghost, Portnoy's complaint, American pastoral, Everyman, The dying animal en The plot against America.)

10.5.08

F.M. Dostojewski. De gebroeders Karamazow. Amsterdam: Van Oorschot, 1978

F.M. Dostojewski

Vertaling: Jan van der Eng

Negen jaar geleden las ik de Gebroeders Karamazow voor het laatst, toen (kennelijk) in een week tijd. Ik kon me er nog maar weinig van herinneren. De belangrijkste indruk die het op den duur op me achterliet was van een boek waarin heel veel heen en weer wordt gerend en tussendoor over het bestaan van God, de vraag in hoeverre je schuld hebt aan de ellende op de wereld, enz. wordt nagedacht. Deze keer heb ik er langer over gedaan, bijna een maand. Misschien is het maar goed dat ik me zo weinig kon herinneren: zo kon het nog een keer een onvergetelijke indruk op me maken!

De definitie van romankunst op zijn best is misschien wel dit: je ziet een verhaal vanuit allerlei perspectieven. Je ziet hoe iedereen gelijk heeft, hoe eigenlijk iedereen het beste voorheeft met de anderen, en het allemaal toch uitdraait op grote ellende. Daarom is de Gebroeders Karamazow natuurlijk een van de beroemdste romans ter wereld: op het eind heeft eigenlijk iedereen vader Karamazow vermoord, en wel om goede redenen.

Veel indruk maakte op mij deze keer de verschillende draden in het boek over kinderen. Iwan Karamazow vertelt ergens dat hij een verzameling verhalen heeft over het vreselijke leed dat kinderen wordt aangedaan: hoe ze, volkomen schuldeloos, door hun ouders worden mishandeld en getreiterd. Hoe het nooit meer goed kan komen in een schepping waarin dat gebeurt: waaraan hebben die kinderen dat verdiend? Hoe kan het achteraf (in de hemel) ooit weer worden goedgemaakt? Volgens Iwan is dat leed een bewijs tegen het bestaan van God.

Er is ook een andere, grotere lijn, over de jongetjes Ilja en Kolja. Ook daaruit blijkt een heleboel kinderleed, maar tegelijkertijd ook dat kinderen zelf ook wreed kunnen zijn — tegen dieren (Ilja heeft een hond een stuk brood met een speld laten eten) en tegen elkaar (de andere kinderen treiteren Ilja). Tegelijkertijd zijn die kinderen zich er nauwelijks van bewust hoeveel leed ze misschien een ander aanbrengen; en zodra ze zich dat bewust worden, proberen ze het ook weer goed te maken. De kinderen in de Gebroeders Karamazow, dat zijn misschien wel mijn favoriete personages. Zo werkelijk, zo onnoemelijk complex.