26.8.01

{W} De jonge dichter en schrijver Mark Boog (zijn roman had een zeer gunstige recensie in de Groene Amsterdammer, al weet ik niet zeker of die aanzet tot lezen) heeft een zeer fraaie website - in ieder geval waar het gaat om de aangeboden teksten. Daar ga ik meer van lezen:

Inspiratie

Men gaat naar de bakker en men zegt: "Een halfje wit, graag."

Men had kunnen zeggen: "Mag ik van u een half gesneden wit?",
of: "Een half witbrood, en snel!", of: "Heeft u voor mij
een halfje van uw niet onterecht beroemde wittebrood, bakker?"

Dat had men allemaal kunnen zeggen, maar men zegt, onvoorbereid,
als uit het niets: "Een halfje wit, graag," – en zie: het werkt!

Ineens was het daar! Het moest precies zó zijn, dat wist men meteen!
Het bestond al, hing in de lucht, het gebruikte ons slechts om
ter wereld te komen, wij zijn weinig meer dan een nederig medium!

25.8.01

{P} Bill Bryson. Aantekeningen uit een groot land. (Atlas, 2001, vertaling van Notes from a Big Country). Het is een beetje merkwaardig om in het Nederlands een boek te lezen waarin een Amerikaan aan Engelsen uitlegt wat Amerika is. Je vraagt je onwillekeurig toch vaak af hoe hij een en ander in het Engels zou hebben gezegd. Waarom zou de vertaler er bijvoorbeeld voor hebben gekozen om Bryson zijn lezers de hele tijd met jullie aan te spreken ('En nu - en dat meen ik oprecht - wens ik jullie een fijne dag'). Maar ik had het boek nu eenmaal te leen gekregen van R., en in het Nederlands. Dus ik heb het helemaal uitgelezen, en hoewel het niet mijn soort boek is, was dat geen straf.

Op een webpagina noemt iemand hem een

stand up comedian in book form (...)Just as if he was on the stage, he shares anecdotes and findings with us, giving them the ‘Bryson’ twist, just to hand it to us for our amusement.

Misschien verklaart die toon van de standup-comedian wel het 'jullie' van de vertaler. En nu ik erover nadenk is er nog iets in de stijl dat me heel erg verbaasde maar dat misschien wel op deze manier verklaard kan worden: het feit dat Bryson herhaaldelijk wijst op het feit dat hij nu een column aan het schrijven is, maar eigenlijk zelf ook niet precies weet hoe het allemaal af gaat lopen (een column eindigt zo: 'Soms heeft het leven geen sluitend einde. Wat ook voor columns geldt.') en de flauwe grappen ('Mijn vrouw heeft me net geroepen dat het eten op tafel staat (ik zou liever hebben dat het op de borden lag, maar goed)', wel aardig vertaald trouwens, wat zou daar in het Engels staan?)

Toch heb ik het boek wel met plezier gelezen, omdat het allemaal wel amusant is, over New England gaat, de stukjes kort zijn, je je in ieder geval niet hoeft te vervelen. En hij blijft goed in balans, schildert de Amerikanen (en de Engelsen) niet af als idioten, en ook niet als engelen. Om een stukje heb ik echt even moeten lachen, maar ja, dat heette dan ook 'Nieuws over domheid' en het bevat drie onvergetelijke uitspraken van Amerikanen:

Roken maakt mensen dood. En als je gedood wordt, ben je een heel belangrijk deel van je leven kwijt.
(Brooke Shields)
Elke keer als ik tv kijk en die arme, hongerige kinderen zie, overal ter wereld, móét ik wel huilen. Ik bedoel, ik zou dolgraag zo mager als zij willen zijn, maar niet met al die vliegen en dood en zo.'
(Mariah Carey)
Ik zou niet eeuwig willen leven omdat we niet eeuwig horen te leven, want als we eeuwig zouden moeten leven, dan zouden we eeuwig moeten leven, maar we kunnen niet eeuwig leven, en dat is de reden waarom ik niet eeuwig zou willen leven.
(Miss Alabama)

Nog een ding dat me opviel: Bryson doet zich voor als een gezellige Amerikaanse huisvader en tegen de doodstraf is. Maar waarom worden er dan regelmatig mensen doodgewenst?

23.8.01

[P] Jan den Hartog, Hollands Glorie. Ik had dit boek voor 1 gulden (zesde druk, 1940) gekocht op de antiquarenmarkt op het Lange Voorhout en van elke bladzijde gesmuld. Een boek over een zeeman aan het begin van de twintigste eeuw, een man die liever niet veel praat, niet veel leest (behalve een zeventiende-eeuwse avonturenroman), voor wie het meestal verkeerd afloopt als hij wat zegt. Maar wat een geweldig boek! Zeker van de eerste 350 (van de 430) bladzijden heb ik gesmuld van die prachtige, rijke taal (heel wat woorden uit de zeesleepvaart geleerd, maar ook woorden als stront en goddome gebruikte die De Hartog gewoon in een gedrukt boek!), de portretjes (die ruwe kapitein Sjemonow! of Conny Stuwe, de verloofde van Nol Kwel!)

Na die 350 bladzijden trad er wel een beetje gewenning in, of althans begon het patroon van het boek (Jan Wandelaar probeert het bijna onmogelijke en mislukt daarin, nee, het lukt toch, hij glorieert, maar dan komt hij aan de wal en maakt hij met zijn gebrek aan tact weer grote brokken, maar dan probeert hij het onmogelijke en mislukt daarin, nee,....) een beetje tegen te staan. Maar toen was het dan ook bijna afgelopen, en had de schrijver nog een tamelijk verrassend einde in petto, althans voor mij.

Er zijn in het Nederlands veel te weinig boeken die goed geschreven zijn zonder dat ze tot de literatuur willen behoren. Waaraan het ligt weet ik niet, het taalgebied is misschien te klein, de status van schrijvers is misschien te groot of juist te klein, maar in ieder geval lijkt het wel alsof iedereen die twee redelijke zinnen achter elkaar kan zetten in ons taalgebied meteen ook een Dichter of een Schrijver is van prachtige literatuur. Daarom zijn er veel te weinig mooi geschreven journalistieke verhalen, en te weinig goede niet-literaire romans. Dat alles natuurlijk vooral in vergelijking met het angelsaksische taalgebied.

Ik heb er enorm van genoten. Dat het me maar een gulden gekost heeft, speelt natuurlijk ook een rol: ik las het boek vooral in de trein en dacht dan soms gniffelend aan de waardeloze tijdschriften die ik intussen ook voor veel meer geld had kunnen zitten doorbladeren.