31.5.02

{P} Michael Newton. Savage Girls and Wild Boys. A History of Feral Children. London: Faber and Faber, 2002. Een prachtig onderwerp, maar een tegenvallend boek. Terwijl ik het aan het lezen was, ontwikkelde ik een steeds grotere antipathie tegen de schrijver die de hele tijd zo bezig is met het feit dat hij een boek aan het schrijven is, dat hij hier al tien jaar over doet. En die als hij over die kinderen schrijft, nog steeds niet over die kinderen schrijft, maar meer over wat de mensen om die kinderen heen allemaal van die kinderen dachten en vonden, over de 'verhalen' die er over die kinderen verteld werden, want Newton is heel erg een literatuurwetenschapper en als ik het goed aanvoel (ik ken die literatuur niet zo goed) nogal aangeraakt door postmoderne gedachten. Wat er nu echt met Kaspar Hauser en al die andere kinderen gebeurd is, lijkt hem bijvoorbeeld nauwelijks te interesseren. Nou ja, op het eind van zijn boek zegt hij heel even snel "for what it is worth" zijn eigen mening: hij denk dat het waar is wat bijvoorbeeld Kaspar Hauser zelf over zijn geschiedenis heeft verteld; maar meer zegt hij er ook niet over. Kenmerkend is dan ook de onhandigheid die hij beschrijft bij de enige keer dat hij zelf echt in contact kwam met zo'n 'wild kind'. Hij wil die kinderen niet zelf begrijpen, hij wil begrijpen wat mensen van die kinderen begrijpen. Tja.

27.5.02

{P} George Soros. George Soros on Globalization. Oxford: PublicAffaris, 2002. Het is curieus om een boek te lezen van zo'n invloedrijk iemand onmiddellijk nadat je net zijn vader over zijn jeugd hebt gelezen. Uit de foto op het omslag blijkt dat Soros uiterlijk heel erg op zijn vader lijkt. Zijn houding heeft hij ook niet van een vreemde: het is eenzelfde lakonieke combinatie van zakelijkheid en proberen de wereld net ietsje beter te maken. En enige gepaste trots over zichzelf is beide heren ook niet vreemd. Soros wil geloof ik dat de wereld een mooie democratische regering krijgt, en snel een beetje. Volgens hemzelf heeft hij nu een duidelijker idee over hoe we dat moeten bereiken dan in eerder boeken, maar ik zie nog steeds niet helemaal hoe het nu allemaal moet. Er zijn denk ik wel duidelijke parallellen met de esperantistische visie op de wereld: er moet een neutraal platform komen waarop mensen elkaar kunnen ontmoeten zonder dat de een zich a priori inferieur hoeft te voelen aan de ander. Alleen gaat het Soros niet om taal, zou je kunnen zeggen, maar om de echt belangrijke dingen in het leven: verdeling van goederen en kennis. Een adept van Karl Popper, kom daar nog maar eens om. Hij heeft denk ik wel gelijk, al is hij denk ik wel een beetje erg ongenuanceerd over bijvoorbeeld de antiglobalisten, die hij verwijt dat ze de bestaande internationale instituten uithollen in plaats van te proberen ze van binnenuit te hervormen. Die antiglobalisten vormen een ongestructureerd geheel en zo radicaal antiinstitutioneel zijn ze heus niet allemaal.
{P} Tivadar Soros. Maskerado chirkau la morto. Nazimondo en Hungarujo. Rotterdam: Universala Esperanto Asocio, 2001 (1965).

Wat een man was dat toch, pa Soros! In dit boek vertelt hij hoe hij het laatste jaar van de oorlog als jood in Budapest overleefde: door lakoniek te blijven, door al zijn familieleden doorlopend van nieuwe identiteiten en vooral bijbehorende papieren te voorzien, door anderen te helpen waar dat kon en een beetje uit te zuigen waar dit verantwoord was, zodat hij zelf ook nog een beetje kon leven. In het voorwoord vertelt zoon George Soros dat dat dit jaar tot de gelukkigste van zijn leven behoorde, hoe naar dit ook klinkt - en dat kwam door het optimisime en de vasthoudendheid van zijn vader. Dat kun je begrijpen als je het leest.

Tegelijkertijd wordt niet vergeten dat er in de straten van de stad stapels lijken te zien waren; dat de nazi's op een bepaald moment twee mannen aan lantaarnpalen hadden opgehangen, één met een brieftje 'Dit gebeurt met joden die zich verstoppen' en de ander met een briefje 'Dit gebeurt met christenen die joden verstoppen.' De Tweede Wereldoorlog blijft een onbegrijpelijke legpuzzel vol gruwelen en menselijkheid. Dit is weer een stukje.

Zoals de vertaler en bezorger Humphrey Tonkin opmerkt in zijn aardige nawoord is de stijl van dit boek ook precies gepast. Zo droog en onderkoeld geserveerd wordt het allemaal heel heet gegeten. Iets anders wat heel sterk werkt zijn de vergelijkingen met het alledaagse leven. Tivadar zit ongerust op zijn zoon te wachten, want jongens worden gemakkelijk door de nazi's opgepakt. Hij wordt steeds ongeruster. Iedereen kent dat wel, zegt hij, ongerustheid is irrationeel. Hoe langer je staat te wachten op de tram, des te geagiteerde wordt je, terwijl je eigenlijk steeds kalmer zou moeten worden, want de kans dat de tram er binnenkort is wordt steeds groter. De ongepastheid van de vergelijking van het wachten op de tram en op je zoon (zonder spoorboekje) snijdt door je ziel.

18.5.02

{P} Kees Slager. Het geheim van Oss. Een geschiedenis van de SP. Amsterdam/Antwerpen: Atlas, 2002. 480 pagina’s over de geschiedenis van een plaatselijke politieke partij in een gemeente waar ik maar een paar keer in mijn leven geweest ben! En ik heb ze binnen twee dagen allemaal uitgelezen! (En dan nooit echt in de stad.) Maar de partij heeft natuurlijk mijn speciale belangstelling, de Osse afdeling lag duidelijk aan de basis van het succes ervan, en het boek is verbazingwekkend soepel en interessant geschreven: met precies voldoende balans voor beschrijving van de organisatie, voor persoonlijke details, voor ideologie en wat er nog meer bij komt kijken. Het meeste indruk maakte op mij de enorme werklust en inzet. Daar houd ik van, dat inspireerde me. Ik heb dan wel even spijt dat ik niet ook zo direct sociaal bezig ben, maar dat weet ik toch wel weer succesvol te verdringen.

{P} Michael White. Rivals. Conflict as the Fuel of Science. London: Vintage, 2002 (2001). White is kennelijk een succesvol populariseerder van de wetenschap in Engeland: dit is al zijn twintigste boek binnen vijftien jaar. De hoofdstukken - over onder andere Newton vs. Leibniz, Lavoisier vs. Priestley, Tesla vs. Edison, Darwin vs. Owen - zijn ook over het algemeen heel leesbaar (alleen het laatste hoofdstuk, over Bill Gates vs. Larry Ellison heb ik overgeslagen, omdat ik het allemaal wel zo’n beetje wist en deze twee toch echt niet als personen kan zien die de wetenschap vooruit hielpen).

Maar dat conflict the fuel of science zou zijn, dat heeft White niet echt laten zien. Integendeel, al die conflicten maken op mij een vrij zinloze indruk, die de wetenschap vaak meer achterop hielpen dan vooruit, die bijna alle betrokkenen schaadden, en dat de wereld er juist misschien beter op had gezeten zonder al die conflicten. Wat White ook zegt, je hebt meer de indruk dat die conflicten er nu eenmaal zijn; je kunt wel zeggen dat ze dús een drijvende rol hebben gespeeld, omdat ze niet weg te denken zijn uit de geschiedenis, maar die redenering kan ik dan toch niet echt volgen. De stukjes waarin White een en ander beweert zijn trouwens ook nogal bombastisch, alsof hij het zelf niet echt gelooft.