25.8.05

Ronald Giphart. Troost. Amsterdam: Podium, 2005.

Van Ronald Giphart had ik nog nooit een boek uitgelezen; Phileine zegt sorry had ik na een paar bladzijden weggelegd omdat ik het te flauw vond. Ik begon dan ook alleen maar aan Troost omdat ik niet genoeg vliegtuiglectuur bij me gestoken had en omdat dit boek over koken ging.

Wat een ontdekking! Troost is een geweldig goed geschreven, zeer onderhoudend boek waarbij het water je bovendien ook nog eens in de mond loopt. Het verhaal van een topkok met een eigen televisieprogramma die binnen korte tijd op het toppunt van zijn roem heel zijn leven in elkaar ziet storten zit heel goed in elkaar, het wordt met enorme vaart verteld, het is grappig en het geeft je zin om weer eens echt goed uit eten te gaan (dat is dan wel weer een beetje jammer als je in het vliegtuig naar Tromsø zit). Bovendien zit het vol met aardige gedachten over roem en liefde voor het vak en obsessie en televisie, zonder dat de schrijver daar nu zo verschrikkelijk ingewikkeld over doet. Troost is het boek waarvan je in zwaarmoedige momenten denkt dat ze alleen in de angelsaksische landen geschreven worden -- heel knap maar zonder pretenties, maar de vergelijking met bijvoorbeeld William Boyd kan Ronald Giphart wat mij betreft moeiteloos volstaan. Zijn volgende boeken ga ik ook lezen.

Carl Friedman. De grauwe minnaar. Amsterdam: G.A. van Oorschot, 1997 (1996).

Dit boek heb ik ooit van iemand cadeau gekregen, maar ik weet niet meer van wie of bij welke gelegenheid. In ieder geval ben ik zo ondankbaar geweest om het jarenlang in de kast te laten staan.

Vlak voor ik op reis ging met het vliegtuig, trok ik het onlangs uit de kast. En nu ben ik nog steeds ondankbaar, want ik vond er niet veel aan, de drie verhalen die in dit boek gebundeld zijn. Er worden allerlei enorme emoties aangeraakt, maar nergens werd ik door die gevoelens meegesleept. Het eerste verhaal is een heel merkwaardige geschiedenis die zich afspeelt in een joods dorpje in Polen aan het eind van de negentiende eeuw; in dat dorpje wonen allerlei karikaturale personen die dingen meemaken die mogelijk een symbolische lading hebben. In het tweede verhaal wordt de zoon van een joods echtpaar gaandeweg zo fundamentalistisch dat hij uiteindelijk een Palestijn doodschiet, maar waarom hij dat doet noch hoe wanhopig de ouders daarvan moeten worden, wordt erg inzichtelijk. In het derde verhaal gaat de moeder van de vertelster dood, ogottegot, en met haar broers kan die vertelster het ook al niet goed vinden.

Op de omslag beweert uitgeverij G.A. van Oorschot dat Carl Friedman "behoort tot de belangrijkste schrijvers van haar generatie".

22.8.05

Philippe Claudel. Les âmes grises. Paris: Stock, 2004 (2003).

Aan de stapels bij zelfs de Nederlandse boekwinkels te zien, moet dit een van de grote literaire successen van Frankrijk zijn geweest, de afgelopen jaren. Het is ook niet moeilijk in te zien waarom: in tegelijk eenvoudig maar ook poëtisch proza wordt een zeer treurig verhaal verteld over liefde en dood.

Dat verhaal heeft tegelijkertijd ook nog iets van een detective. Het decor is de Eerste Wereldoorlog, net als in de populaire film (eerder dit jaar gezien) Un long dimanche de fiançailles en in zekere zin The Maze van Panos Karnezis — als we de Grieks-Turkse oorlog voor het gemak ook tot de Grote Oorlog rekenen. Er zijn meer vergelijkings punten tussen The Maze en Les âmes grises. Beide spelen zich af in een geïsoleerd plattelandsdorpje; in beide wordt veel werk gemaakt van de verschillen tussen elite en het gewone volk, in beide wordt aangetoond hoe absurd het is om nog over misdaad te spreken tegen een achtergrond van grootschalig moorden. Maar Les âmes grises is van de twee het melancholiekst.

Toch heeft het een tijd geduurd voor ik er doorheen was. Maanden geleden ben ik begonnen, en toen na een week geworstel pas tot de helft gekomen. Het afgelopen weekeinde heb ik ineens de tweede helft gelezen. Ik zie wel waarom het zo populair geworden is, maar toch ben ik er niet van ondersteboven. Er gebeurt eigenlijk net iets te veel in dit boek. Niet alleen bespiegelt de politieagent uitgebreid over wie nu toch het kleine meisje vermoord kan hebben, waar het allemaal om draait, niet alleen wordt je daarnaast regelmatig geconfronteerd met de dood van weerloze soldatenjongens, maar daarnaast overlijdt ook nog eens de echtgenote van de verteller, Clémence, in het kraambed, en daaroverheen bekent deze verteller op het laatst het babytje met een kussen te hebben doodgedrukt, omdat hij de gedachte niet kon verdragen zonder zijn geliefde maar met dat kind -- haar 'moordenaar' -- verder te moeten. Dat werd me net iets te melodramatisch, maar toen had ik het boek dan ook na een bladzijde uit.

8.8.05

Mark Mazower. The Balkans. From the end of Byzantium to the present day. London: Phoenix, 2001.

Dit is een heel korte inleiding in de geschiedenis van een van de woeligste gebieden van Europa. Op de Balkans hebben de oosterse (islamitische) en de westerse (christelijke) wereld eeuwenlang op elkaar gestoten. Mazower laat overigens zien dat dit de meeste tijd en voor de meeste mensen helemaal niet tot veel problemen geleid heeft. Integendeel, veel boeren namen onbekommerd gebruiken van hun buren over ("wij zijn moslims van de maagd Maria"), zozeer dat de autoriteiten zich geregeld zorgen maakten over de 'onwetendheid' van hun schaapjes.

Mazower legt de nadruk sterk op de wederwaardigheden van de gewone man: wat dacht en voelde die bij alle gebeurtenissen. Omdat dit boek nogal kort is voor een dusdanig lange periode — vanaf het Byzantijnse rijk tot nu — en een zo groot gebied — omdat de Balkan nooit een eiland is geweest, is het ook van belang wat er in Turkije en in West-Europa gebeurde — maakt Mazower daarbij wel af en toe gebaren die wel heel erg groot zijn. Toch heb ik veel geleerd; Mazowers stijl is prettig en alle citaten over het dagelijks leven maken dit een toegankelijk boek.