19.8.06

Philip Roth. American pastoral. New York: Vintage Books, 1998 (1997).

Nadat ik The Human Stain las, ben ik Philip Roth blijven volgen om te zien of hij nóg zo'n ijzersterk boek zou schrijven. Hoewel al die volgende boeken goed waren, soms heel goed zelfs, vond ik er niet dezelfde kracht in terug. Maar nu ben ik in het verleden gedoken: The Human Stain maakt deel uit van een trilogie waarvan American Pastoral het eerste deel is. En American Pastoral heeft me verpletterd.

Een jonge sportieve man wordt door zijn vrienden De Zweed genoemd, omdat hij blond en knap is. Hij is succesvol in alle sporten, hij trouwt met Miss New Jersey en hij neemt de handschoenmakerij van zijn vader over. Zijn hele leven is een succes, denkt de schrijver Nathan Zuckerman, die in zijn jeugd bevriend was met de jongere broer van De Zweed. Totdat Nathan erachter komt dat dit succesvolle leven getekend is geweest door een groot drama: in 1968 heeft de 16-jarige dochter van De Zweed uit 'protest tegen de oorlog in Vietnam' het lokale postkantoortje in het gehucht waar ze wonen opgeblazen, met een dode tot gevolg.

De rest van het boek is een poging van Zuckerman om het innerlijke leven van De Zweed in die turbulente jaren te reconstrueren. Dat geeft een hartverscheurend resultaat, met enkele prachtig uitgewerkte personages: de goede Zweed met zijn vrouw die ook al het beste voorheeft met iedereen, en hun onbegrijpelijke, waanzinnige dochter. Hoe heeft het zover kunnen komen? Er worden honderden redenen voor gegeven, en geen ervan is voldoende. Er heeft een tragedie plaatsgevonden waar niemand schuld aan heeft. Het komt nooit meer goed met het leven.

(Eerder heb ik hier geschreven over The Dying Animal, The Plot Against America en Everyman.)

12.8.06

Alexis de Roode. Geef mij een wonder. Amsterdam: Podium, 2005.

Ongegeneerd sentimenteel zijn:

HET SCHRIFT IN DE KAPEL

Voor mijn zusje, en mijn ouders.
Dat wat ik bid en zeg, de waarheid is.
Voor opa dat hij nog lang bij ons mag blijven.
Voor mijn lieve oma van 94 jaar, dat ze gauw mag sterven.
Dat mama niet te veel pijn voelt.
Dat mijn schoonzus snel uit haar lijden verlost mag worden.
Voor mijn kinderen die wij nu echt los moeten laten.
Voor alle lieve mensen die hier niet meer zijn.
Voor eenheid in een verdeeld Oekraïne.
Moge ons vakbondswerk gezegend worden.
De liefde, enkel alleen de liefde.

En sinds 1998, om de vier, vijf pagina's,
steeds in hetzelfde ronde handschrift:

Voor een leuke, lieve vriend.

Mooi!

11.8.06

Lisa Randall. Warped Passages. Unravelling the Universe's Hidden Dimensions. London: Penguin, 2006 (2005).

Lisa Randall is kennelijk een van de belangrijkste theoretisch natuurkundigen van dit moment: tussen 1999 en 2004 werd ze door haar collega's meer geciteerd dan welke andere natuurkundige ook. In 2005 publiceerde ze dit populair-wetenschappelijke boek en ook daarvan was de ontvangst niet mis: 'Mind-bending reading... engaging and remarkably clear' meende bijvoorbeeld The New York Times, die Warped Passages dan ook nog eens uitriep tot een van de 100 boeken van het vorige jaar.

En ik vind er maar weinig aan, ik ben bang dat ik het zelfs een nogal slecht boek vind.

Het begint ermee dat Randall zich de hele tijd voor haar onderwerp lijkt te verontschuldigen. Kennelijk is een van haar interesses die van de meer-dimensionele ruimte — de werkelijkheid bestaat uit meer dan drie ruimtedimensies — maar het voornaamste wat je daarover te horen krijgt is vooral hoofdstukken lang dat het wel een heel raar idee is. Waaróm je dan geïnteresseerd zou moeten zijn in dat rare idee, blijkt pas helemaal aan het eind van het boek.

Bovendien wordt een en ander opgedirkt met dingen die ík in ieder geval niet leuk vind - hele rare, slecht vertelde verhalen over een zekere Athina en een zekere Ike, en elk hoofdstuk begint met een citaat uit de popmuziek van de jaren tachtig dat zo nietszeggend mogelijk gekozen lijkt te zijn: 'La / La la la la / La la la la / La la la la la la la la la - Simple Minds', ik verzin het niet. En dan tot slot: Randall krijgt er geen genoeg van de lezer de hele tijd aan te sporen dat ze het huidige hoofdstuk ook mag overslaan. Wat ik uiteindelijk af en toe ook maar ben gaan doen: als ik het kennelijk niet voor het plezier hoef te lezen, dan maar niet. Bovendien had ik veel van het hier opgediste ook al een keer gelezen, en veel beter, bij Brian Greene - een ex-klasgenootje van Randall trouwens, dat is dan wel weer een aardig weetje.

Hoe kan het nu dat ik het zo oneens ben met The New York Times? Je bent natuurlijk geneigd te denken dat het een soort snobisme is om zo'n boek van zo'n knappe geleerde automatisch goed en duidelijk te vinden; hetzelfde effect doet zich volgens mij ook voor bij Stephen Hawking. Maar het is natuurlijk net zo goed mogelijk dat ik nu eenmaal niet bij deze schrijfster pas, dat ze te Amerikaans voor me is, of dat ze andere dingen wil uitleggen dan ik wil horen, wie zal het zeggen.

9.8.06

Boris Vian. L'herbe rouge. Paris: Jean-Jacques Pauvert, 1962.

Een jongeman heeft een absurde machine uitgevonden en beleeft wat half-surrealistische avonturen met zijn hond, zijn vriend, zijn vriendin en de vriendin van zijn vriend. Van L'herbe rouge spat het schrijfplezier af, en bovendien leer je door dit boekje te lezen ineens iets over de Nederlandse literatuur begrijpen: Remco Campert móét Boris Vian goed gelezen hebben voor hij Tjeempie of Het leven is vurrukkuluk schreef. Wat jammer, dan, dat Vian niet wat ouder geworden is: wat voor boeken zou hij geschreven hebben in zijn vijfenzeventigste levensjaar?

5.8.06

Ian McEwan. Saturday. London: Vintage, 2006 (2005).

Henry Perowne is een neurochirurg in Londen. Op de dag van een grote demonstratie tegen de oorlog in Irak — 15 februari 2003 — bezoekt hij zijn demente moeder, speelt hij squash tegen een collega, en krijgt hij zijn dochter en zijn schoonvader te eten. Maar op diezelfde dag is er ook een indringer: een jongeman tegen wie hij aanbotst met zijn auto en die later op uiterst aggressieve manier verhaal komt halen: tijdens het etentje dringt hij binnen, slaat schoonvader op zijn neus en dwingt de dochter zich uit te kleden. Uiteindelijk lukt het Henry en zijn zoon om de indringer van de trap te gooien; hij krijgt daardoor hersenletsel en moet worden geopereerd. Door wie? Juist.

Hoe is het om te leven aan het begin van de eenentwintigste eeuw, in een stad als Londen? Volgens McEwan bestaat dat gevoel uit de details: operaties, squash, koken, alles wordt met veel bijna specialistische omhaal beschreven. Dat is af en toe eenvoudigweg een beetje saai, maar dat deert de schrijver geloof ik niet.

En het loopt allemaal ook nog eens goed af: de cultuur overwint alles.