21.12.06

Piet Gerbrandy. Krang en zing. Amsterdam: Contact, 2006.

De vorige bundel van Piet Gerbrandy, Drievuldig, feilloos, vals, bewonderde ik, en dus was het logisch dat ik deze bundel kocht. En ook Krang en zing is weer een feest van taal:

Elke koude profeteert longkoorts elk
spasme is van leegloop elk ontschieten van laatst
vergeten de bode die grinnikt om jouw goedgelovigheid.

Dwing ik mij haar te willen stuit mij onlust in de maag.
Dring ik in slaap niet door droom ik vrieshelder van narcose.
Zoek ik vergeefs naar lemmata lexica weven vitrages
van ijs voor vensters die uitzien.

Ieder lekken van pis dioxine geclassificeerde
gevoelige data je iris je handlijn je geilheid
je genprent iedere doding op klaarlichte ochtend

opend luiken op totaalbrand op uiteindelijke lossing
van dilemmata en vragen en verdwijnen.

LEK

Toch ben ik deze keer niet zo onder de indruk als bij de vorige bundel. Waarom niet? Misschien wordt het allemaal wel een beetje veel; bij dit soort gedichten heb je voor lange tijd genoeg, maar hier staan er vijftig in of daaromtrent. Om dat allemaal goed tot je te laten doordringen, zou je een paar maanden in dezelfde bundel moeten blijven lezen, en daar ben ik te onrustig voor. Maar er is meer: de bundel is ook wel erg geconstrueerd. Elk gedicht eindigt met een groot gedrukt eenlettergrepig woord — dat je bijvoorbeeld kunt lezen als een imperatief — dat functioneert als een omgekeerde titel; er zijn verschillende afdelingen, die omsloten worden door meerlettergrepige woorden en Latijnse citaten. Dat is wel een beetje erg kunstzinnig, en er zijn weinig momenten voor gevoelsuitstortingen: er is iets te veel krang in de bundel, en net iets te weinig zing.

20.12.06

Orhan Pamuk. Istanbul. Memories of a city. London: Faber and Faber, 2005.

Orhan Pamuk is vast een heel sympathieke man. Waarschijnlijk is hij ook een begenadigd romanschrijver. Istanbul is alleen jammer genoeg niet echt een boek dat het laatste bewijst, al schemert er wel iets door van het eerste.

Dit jaar heeft Pamuk de Nobelprijs voor de literatuur gewonnen, maar voor een belangrijk deel vult hij Istanbul vooral met gebabbel. Hij toont een foto (hij toont letterlijk een foto, die foto staat dus afgedrukt in het boek!) waarbij hij bij zijn vader op schoot zit, en hij schrijft erbij: "Hier zit ik bij mijn vader op schoot." Je ziet hem met zijn broertje, en je leest dat hij vaak ruzie had met zijn broertje. Daarnaast vertelt hij hoe zijn gezin vroeger met de auto langs de Bosporus reed. Ja, mensen, kom daar nu nog eens om, nu is alles veel lelijker geworden.

Helemaal eerlijk ben ik nu misschien niet over het boek — er staan ook stukken in die ik wel interessant vind, over vroeg-twintigste eeuwse schrijvers bijvoorbeeld, die worstelden met de spanning tussen het oude Ottomaanse rijk en het nieuwe Westen. De encyclopedieschrijver, bijvoorbeeld, die erachter komt dat zijn 'Encyclopedie van Istanbul' ondanks de beperking van de stof tot een stad, toch niet door één man behapt kan worden, en die dan steeds meer voor zijn plezier begint te schrijven — over mooie matroosjes. Maar alles bij elkaar ben ik er toch niet heel erg van onder de indruk; terwijl ik zo graag over Istanboel wilde lezen!

5.12.06

Joke J. Hermsen. De profielschets. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2005 (2004).

Bij de filosofische faculteit in Amsterdam moet er nu toch eindelijk een profielschets komen voor een nieuwe hoogleraar. Op vrijdagmiddag 19 januari — dat moet wel in 2007 zijn als het niet 2001 was — om 15.00. We volgen drie mensen op die dag: een hoogleraar - Don Juan, zijn vrouw, en een jonge vrouwelijke geleerde die van postdoc-plaats naar postdocplaatst drijft en ook wel weet dat ze nooit serieus genomen wordt. De hoogleraar denkt dat hij zijn zaakjes goed voor elkaar heeft, maar krijgt aan het eind het lid op zijn neus, met de postdoc lijkt het uiteindelijk op het eind allemaal wel goed te komen, en ook de vrouw van de hoogleraar neemt waarschijnlijk wel de juiste beslissing om bij die man weg te gaan.

Het is wel een aardig verhaal, vooral vanwege de satire op het gekonkel in het wetenschapsbedrijf, maar De profielschets is niet een boek om je lang te herinneren. Het is niet enorm goed geschreven: een enkele keer vliegt de schrijfster wat mij betreft echt uit de bocht (ze laat iemand denken dat ze 'haar stinkende best' gaat doen, 'Ergens heeft ze vertrouwen in de verpleegster' schrijft ze... nou ja, ergens) en verder is het allemaal een beetje flets en het verhaal ontwikkelt zich een beetje flauw. De Don Juan krijgt echt letterlijk aan het einde, patsboem, ineens lik op stuk; het was geloof ik grappiger geweest als je hem langzaam had zien verdwijnen in de ellende.

Karikaturaal zijn de personen ook - de hoogleraar is emotioneel wel heel arm, dat zijn vrouwtje bij hem blijft komt wel heel eenduidig doordat ze in haar jeugd uit de relatie met haar vader de conclusie heeft getrokken dat moeizame verhoudingen de echte liefde zullen moeten zijn. Maar zo grappig karikaturaal als Onder professoren en Uit talloos veel miljoenen, daar denk je onwillekeurig toch aan, is het boek ook weer niet.

Maar wat zit ik nou te klagen, ik heb een paar genoeglijke uurtjes gehad - klaar.

1.12.06

Robert Junius. De Haagse Helicon. Dichters op het Binnenhof. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2006.

Een aardigheidje, deze bundel waarin uitspraken van Nederlandse politici worden gepresenteerd als waren het gedichten:

KAIROS

Hebt u kennisgenomen van de uitlatingen van
de Oostenrijkse springstofdeskundige Kappl?

Ik deel u mee dat het niet mogelijk is deze vraag
te beantwoorden binnen de gestelde termijn.

Godelieve van Heteren & Johan Remkes

Een aardigheidje, meer is het niet. Maar dan wel een aardigheidje waar enorm veel tijd en werk in gezeten moet hebben, en een dat je nog dagenlang anders doet luisteren naar politici:

VOSSEN, PAUWEN

De vossen rukken
op. Je ziet ze 's avonds
langs de boulevard van
Scheveningen uit
afvalbakken eten.

In de stad jagen zij pauwen
op, of jagen deze de boom in.

Wim Passtoors