16.8.08

Virgina Woolf. To the Lighthouse. London: Vintage, 2004 (1927).

Virginia Woolf. To the lighthouse Toen ik een paar maanden geleden Mrs. Dalloway las, was ik verbaasd — ik had altijd gedacht dat de boeken van Woolf te experimenteel waren om ze ook echt mooi te vinden. Nu heb ik die ervaring nog een keer gehad, want ik dacht dat To the Lighthouse dan toch veel ingewikkelder moest zijn dan Woolfs eerdere roman.

Misschien is dat ook wel zo, maar Virginia Woolf heeft me nu toch wel voorgoed gewonnen. Nog nooit heb ik zo'n prachtige beschrijving gezien van een diner waarbij het gesprek gaat over politiek en kunst, maar iedereen ondertussen zijn eigen onuitgesproken dingen denkt, vooral over de andere gesprekspartners. Nog nooit heb ik zo mooi beschreven gezien wat het betekent om iemand te missen. En de mooiste scene: die waarin meneer Ramsay, de weduwnaar, de kunstenares Lilie benadert, omdat hij eigenlijk maar een ding wil — sympathie — maar die dan niet kan krijgen, tot ze ineens over het strikken van schoenen beginnen te praten.

Ik hoorde laatst een discussie over Flaubert, waarbij iemand zei dat onder andere Virginia Woolf veel van hem geleerd heeft — al is het maar het stijlmiddel van de indirecte rede. Dat zal vast zo zijn, en Mrs. Dalloway en Mme Bovary hebben vast iets met elkaar te maken. Maar Woolf is minder onbarmhartig dan Flaubert, en daardoor net iets subtieler.

11.8.08

Gustave Flaubert. Madame Bovary. Paris: Gallimard, 1998 (1857).

Gustave Flaubert. Madame Bovary Ik moet dit boek ooit eerder gelezen hebben, ik weet dat ik het exemplaar dat ik heb ooit nieuw gekocht had, en het was duidelijk gelezen toen ik het uit de kast haalde. Ik meende me ook te herinneren dat ik het een jaar of zes geleden las. Maar als dat zo is, hoe kan het dan dat het indertijd geen verpletterende indruk op me heeft gemaakt? Want dat heeft het boek nu met me gedaan.

Want alles aan Madame Bovary is zoals ik het wilde. Het is in een prachtige taal geschreven, het is soms woedend en soms teder, soms hatelijk en soms treurig, soms grappig en soms hartverscheurend. Het laat kleine mensen zien, die ieder op hun eigen manier willen ontsnappen aan hun kleinheid, die napraten wat ze in een boekje hebben gelezen, en die niet vrij kunnen worden.

Prachtig zijn de scenes van het al dan niet bewuste onbegrip: Emma die naar Bournisien gaat om haar hart uit te storten, maar de priester praat alleen maar over onbenulligheden. Prachtig is de harteloosheid van de mensen: terwijl Emma ligt te creperen, nodigt de apotheker Homais de beroemde artsen die naar haar zijn komen kijken uit om te eten, en alle dorpelingen komen hen om raad vragen bij allerlei kwaaltjes. En prachtig zijn de liefde, en de erotiek: Emma en haar minnaar Léon zijn voor het eerst bij elkaar, trekken zich terug in een geblindeerde wagen en laten zich eindeloos de hele dag door straten rijden – wat er binnen in de wagen gebeurt wordt niet verteld, de spanning komt van de beschrijving van de rondrijdende wagen.

Hoe zou ik dat alles ooit hebben kunnen vergeten?

4.8.08

Stephen Mitchell. Gilgamesh. A New English Version. New York/London/etc.: Free Press, 2004 (1700 BCE)

The epic of Gilgamesh

De eerste held uit de wereldliteratuur was soms enorm bang; bijvoorbeeld als hij oog in oog stond met een monster. De eerste held uit de wereldliteratuur was soms ook nogal dom: met pijn en moeite haalt hij ergens een kruid vandaan waardoor hij jong kan blijven, en dan legt hij het zomaar ergens neer zodat een slang het kan stelen. De eerste held uit de wereldliteratuur was openlijk homoseksueel en mocht graag hand in hand lopen met zijn vriend.

Verhalen van bijna vierduizend jaar geleden zou bijna moeilijk te begrijpen moeten zijn. Er gebeuren ook wel vreemde dingen in dit verhaal, maar alles bij elkaar is het vooral een ontroerende klacht over de dood, en tegelijk een ode aan het leven. Misschien komt dat door de 'nieuwe versie' die de Amerikaanse dichter Stephen Mitchell maakte -- nieuwe versie omdat hij is samengesteld op basis van bestaande vertalingen, niet op basis van het origineel, en dus geen vertaling mag heten. Die vertaling is prachtig, modern en dichterlijk. Hij wordt bovendien voorafgegaan door een heel heldere en inspirerende inleiding. Hoe dan ook heb je de indruk dat Gilgamesh nu eigenlijk misschien wel weer beter te begrijpen valt dan, pakweg, in de middeleeuwen.

Een paar jaar geleden heb ik een toneelvoorstelling gezien van Gilgamesh. Ik kan me daaruit vooral het graf herinneren dat Gilgamesh voor zijn vriend Enkidu oprichtte, niet de schoonheid van zijn jammerklacht. In het Engels klinkt die zo:

My beloved friend is dead, he is dead,
my beloved brother is dead. I will mourn
as long as I breathe I will sob for him
like a woman who has lost her only child.

3.8.08

Charles Dickens. Great Expectations. London: Bounty Books, 2005 (1860).

Charles Dickens. Great Expectations

Het is alweer meer dan drie jaar geleden dat ik me voornam om eens een boek van Charles Dickens te lezen en nu heb ik dat dan eindelijk gedaan: Great Expectations, het verhaal van de arme Pip die onverwacht rijk wordt door een geheime weldoener, en er dan tot zijn schrik achterkomt dat die weldoener een galeiboef was. Het heeft me nogal wat tijd gekost, maar dat heeft meer te maken met het feit dat ik deze maanden minder aan het lezen was. Want Charles Dickes was een vakman, en zijn boek heeft alles wat het hebben moet: liefde, spanning, bespiegeling, observaties van menselijk gedrag en mooie zinnen.

Ik heb Great Expectations overal mee naar toegenomen: mijn exemplaar heeft Parijs gezien en Grimma en nog allerlei andere plaatsen tussendoor, en er overal stukjes in gelezen. Veel van die stukjes zijn mooie stukjes, en Dickens' kracht ligt vooral in zijn karakters. Wemmick zal ik (hopelijk) nooit meer vergeten — de kantoorbediende van het kantoor van meneer Jaggers, Pips zaakwaarnemer, die 's avonds een flink stuk van zijn saaie en onberispelijke kantoorbaan naar huis loopt, een klein huisje dat hij heeft ingericht als een kasteeltje waar hij zelfs de vlag uithangt, waar hij woont met zijn oude vader en waar hij 's avonds zijn verloofde ontvangt om wie hij steeds vergeefs zijn arm probeert te leggen.

Wat me dan wel weer een beetje stoorde, of in ieder geval ophield: de wel erg nadrukkelijke manier waarop de hele tijd aan de orde wordt gesteld dat arme mensen en zelfs boeven toch ook een goed hart kunnen hebben. Van mij had Joe, Pips in-en-in-goede stiefvader toch ook wel één piepklein onhebbelijkheidje mogen hebben.