17.9.08

David Lodge. Deaf Sentence. London: Harvill Secker, 2008.

David Lodge. Deaf Sentence Doof zijn is bijna dood zijn. Dat vindt in ieder geval Desmond Bates, een vervroegd gepensioneerde professor aan een universiteit in het noorden van Engeland: het soort personage dat de wereld van David Lodge bewoont. Bates is zelf een beetje doof, net als zijn vader. Die vader is aan het eind van het boek trouwens ook dood, terwijl een studente van Bates een zelfmoord-e-mail heeft rondgestuurd, waarschijnlijk overigens ten onrechte. Die studente, een Amerikaanse die niet helemaal goed snik is over anders juist een briljante oplichtster, had trouwens de ambitie een proefschrift te schrijven over de taal van briefjes die zelfmoordenaars achterlaten.

Het is allemaal een beetje te veel. Er wordt enorm veel overhoop gehaald in dit boek — Bates doet op een bepaald moment zelfs Auschwitz aan, als hij een lezingenrondreis maakt in Polen. De ernst van dat bezoek detoneert behoorlijk met de nogal curieuze cast.

Het is net of Lodge de meestal nogal cartooneske figuren van zijn academic novels wat meer reliëf heeft willen geven door ze eens in een serieuzer verhaal te plaatsen; een verhaal dat in sommige opzichten -- de doofheid -- vermoedelijk dicht tegen hem aan ligt. Dat levert naar mijn gevoel nogal een onevenwichtig boek op.

Het mooist zijn overigens die beschrijvingen van de steeds verder vorderende doofheid, het gehannes met het gehoorapparaat, en de ongewilde sociale gevolgen van het gebruik van zo'n apparaat. Verveeld heb ik me ook beslist niet, met Deaf sentence, maar een verpletterende indruk laat het ook niet na.

12.9.08

Frits van Oostrom. Stemmen op schrift. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur vanaf het begin tot 1300. Amsterdam: Bert Bakker, 2006.

Frits van Oostrom. Stemmen op Schrift Vroeger, ach, vroeger dacht ik dat geschiedenis een zinloos vak was. Waarom zou je nu nog eens gaan opdiepen wat men vroeger ook al wist, maar niet de moeite waard vond om te onthouden? Terwijl je tijdens dat opdiepen zelf weer allerlei nieuwe dingen vergeet? Zo blijf je toch bezig en wat schiet je ermee op?

Die gedachte begin ik langzamerhand te verlaten, en dat komt door boeken zoals Stemmen op schrift: meeslepend geschreven boeken van echte onderzoekers, die laten zien wat we allemaal nog niet weten, en hoe betreurenswaardig dat gebrek aan kennis is. Dat we de rol van de vrouw in de middelnederlandse letteren waarschijnlijk tot nu toe onderschat hebben, bijvoorbeeld: een terugkerend thema in dit boek (vanaf de mogelijkheid dat in Hebban olla vogala een vrouw spreekt, tot en met de mogelijke rol van vrouwelijke mystici in het maken van de eerste vertaling van de bijbel.)

Van Oostroms stijl wordt allerwege geroemd, en dat vind ik ook terecht. Een curiosum: in 1996 schreef ik een stukje over Van Oostroms gebruik van het woord werkendeweg in zijn boek Maerlants wereld. Dat woord komt in dit boek weer één keer voor: in het hoofdstuk over Jacob van Maerlant.

10.9.08

Philip Roth. Indignation. London: Jonathan Cape, 2008.

Philip Roth. Indignation Ik liep vanmiddag door het centrum van Amsterdam, klaar met winkelen, en kwam langs de American Bookshop aan het Spui waar het nieuwste boek van Philip Roth in de etalage stond. Ik liep naar binnen, pakte het boek, rekende af, liep weer naar buiten en nam plaats op een bankje vlak voor de winkel. Daar heb ik Indignation tussen vier en zeven uitgelezen.

Het is weer een prachtig boek. Kenners (nou ja) verdelen het werk van Roth in een 'jonge Roth' en een 'oude Roth', waarbij de jonge vol hilarische woede zit, en de oude vol melancholie. Indignation is een beetje van allebei, een schreeuw van frustratie en verontwaardiging over de hypocrisie van de jaren vijftig.

Marcus Messner is de jonge, ambtieuze zoon van een kosjere slager uit Newark, die de overdreven angsten en zorgzaamheid van zijn vader probeert te ontvluchten door uit te wijken naar een college in Ohio. Maar daar laat men hem niet met rust: terwijl hij zich probeert af te zonderen, alleen maar te studeren om zoveel mogelijk 10en te halen, en in het weekeinde werkt in een bar om ervoor te zorgen dat zijn ouders niet helemaal krom hoeven te liggen, wordt hij gedwongen 'socialer' te zijn. En dat is uiteindelijk het begin van het einde. Hij laat zich in met een klein vergrijp, wordt gesnapt, van school gestuurd, en moet dan naar de Koreaanse oorlog, die hij niet overleeft.

Bitter is het historische nawoord waarin Roth erop wijst dat de regels die Messner overtrad, sinds de studentenrevolte van 1971 helemaal niet meer bestaan, en daarmee lijkt het inderdaad een protest tegen de enorm benauwende jaren vijftig. Maar tegelijkertijd: welke schrijver zondert zich ook weer af om het ene boek na het andere te schrijven, en zo allemaal tienen te halen?

(Eerder schreef ik hier over Operation Shylock, Exit Ghost, Portnoy's complaint, American pastoral, Everyman, The dying animal en The plot against America.)

6.9.08

Lu Xun. Diary of a Madman and other stories. Honolulu: University of Hawaii Press, 1990 (1918-1925).

Lu Xun. Diary of a Madman, and Other StoriesVertaling: William A. Lyell.

Hoe was het om bijna honderd jaar geleden een Chinees te zijn? Niet zoveel anders dan om nu een Nederlander te zijn. Er verandert de hele tijd van alles, en je past je aan.

China was indertijd in rep en roer. Er vonden allerlei revoluties en contrarevoluties plaats, en de mooiste verhalen die Lu Xun schreef gaan over het geschipper van de mensen met al die grote politiek. Het allermooiste verhaal - en, naar ik begrijp, ook een van de beroemdste - gaat over de schooier Ah Q, die zich even rijk rekent als er een revolutie aandoet, maar uiteindelijk wordt opgeknoopt. Ook mooi is al het gehannes met haar in een aantal verhalen: volgens de ene factie moest je je hoofd kaalscheren op een lange vlecht na, volgens anderen moest je je haar juist lang en los laten hangen, enzovoort. Wat betekende dat nu voor het kapsel van de gewone Chinees?

Hoewel zijn verhalen ook in het Nederlands vertaald schijnen te zijn, had ik nog nooit van deze schrijver gehoord. Lu Xun was de eerste Chinese schrijver die gebruik maakte van de volkstaal, de eerste die 'westerse' (voor Chinezen waren dat ook Russische) literaire voorbeelden in het Chinees verwerkte en zijn verhalen zijn dan ook een ware ontdekking: die Chinezen konden bij mij om de hoek wonen. Bij de opening en de sluiting van de Olympische Spelen in Beijing liet de Chinese cultuur zich vooral van haar massale kant zien (duizenden danseressen die allemaal dezelfde pasjes zetten); geef mij dan maar deze allerindividueelste verhalen.